De herkenning (1)
Wie de herinnering als onderwerp heeft van zijn geschriften kan niet om de herkenning heen. Herkenning kan verbazingwekkend zijn, werkelijk, het was een eigenaardige dag, de mensen waren jachtig, nu al, terwijl de maan pas over drie dagen vol in Leeuw zal schijnen. Vooral het verkeer in de supermarkt was hectisch. Het is een afgrijselijk idee dat de mensen geen benul hebben van de werking van de maan op hun gemoed. Bij de groentenafdeling trok een vrouw mijn aandacht, ik zag haar op de rug, haar heupen en billen in een perfect sluitende jeans waren een genot om naar te kijken. Ik kon het niet laten even stil te houden. Toen zij zich omdraaide, zag ik een gezicht dat ik totaal niet had verwacht. Ze was mooi lelijk, ze droeg een afschuwelijke yuppenbril en haar kapsel behoorde ook al toe aan een generatie waar ik helemaal niets van begrijp. Positief was dat ze op een juf leek, wellicht was ze een advocate in spé. Hinderlijk vond ik het dat ze aldoor met het thuisfront telefoneerde over de boodschappen, waarschijnlijk met haar vriend. De superjuf verlangde stellig naar de avond, ik zag het aan de losheid van haar heupen, maar dat doet er allemaal niet toe. Wat er toe doet is de vraag: hoe herkende ik een juf die op de rug gezien nog het meest weghad van een sexy actrice? En wat herkende ze in mij toen ze mij zo nakeek bij de kassa? Moet ik alsnog Proust gaan lezen?


