De taart en de kat
Ik had mijn oog laten vallen op een enorme taart, die door de vertrekkende gasten niet was aangeroerd. Uit beleefdheid voor de gastvrouw wachtte ik totdat alle gasten vertrokken zouden zijn. Toen dat het geval was, zag ik tot mijn ontsteltenis dat de gastvrouw de huiskat de taart voorzette. Ik keek de kat jaloers aan en nam me voor hem de taart te ontfutselen zodra de gastvrouw zich had afgewend. Maar de kat schrokte de taart op als een vraatzuchtig monster. Toen ik wakker werd in mijn vrijgezellenflat, was ik het voorval vergeten. Ik nam een douche. Bij het afdrogen wiste ik het vocht van de beslagen spiegel. Over mijn borst liepen de nagelstriemen van een flinke kat.
