Doch er is een drawback – 2

Als verhalen voor kinderen bij sprookjes beginnen, waarom dan niet verhalen voor volwassenen bij driestuiverromans. Dé-lilah schreef pulpfictie van hoge kwaliteit, boeken die helaas vrijwel niet meer te vinden zijn. In haar plantersroman Hans Tongka’s carrière (1898), een Indische soap superieur, is álles maar dan ook álles te vinden over vrouwenlevens in de kolonie, door alle rangen en standen heen, met diverse Europese en Aziatische nationaliteiten. Je bent als lezer onder meer getuige van de gevechten die Aziatische vrouwen moeten leveren om een blanke man te kunnen huwen. En je krijgt te zien dat het de ene vrouw wél en de andere niet lukt.

In Dé-lilah’s tweedelige roman worden twee zogeheten njais opgevoerd, vrouwen die dansen op het koord tussen huishoudster en minnares van een blanke man. De ene heet Kim, de andere Yum. Kim is mooi, opstandig, geraffineerd en boosaardig. Yum is onooglijk, dociel, naïef en goedmoedig.

Kim gaat door voor een Chinese, maar heeft een Javaanse moeder. Dat wordt uitdrukkelijk gesteld, want dat krengerige in Kim moet toch érgens vandaan komen. Dé-lilah is met haar Indo-Europese achtergrond in haar etnische typeringen veel preciezer dan veel van haar zogeheten ‘volbloed’ Nederlandse collega-schrijvers, wat een gevolg is van een groter etnisch bewustzijn bij Indo-Europese schrijvers. Iemand met een gemengde achtergrond is eerder, en niet zelden sociaal gedwongen, met zijn of haar afkomst bezig. Dat is het raciale oog, wat heel iets anders is dan de racistische blik.

Yum is een volle Chinese, maar het wordt nergens duidelijk of zij in Nederlands-Indië geboren is, of als immigrante direct afkomstig is uit China. Kim en Yum moeten een jaar of twintig zijn wanneer Dé-lilah een rond 1885 gesitueerde historische scène beschrijft, waarin twee Chinese losarbeiders (koelies) zonder enige vorm van proces worden opgehangen (dat was mogelijk in het toenmalige Deli). Mijn overgrootmoeder Rabina is dan tweemaal zo oud en heeft dan al de status bereikt waar Kim en Yum zo naar smachten: een huwelijk met een blanke man.

De dekselse Dé-lilah, met haar enorme, sardonische talent voor soap, gekoppeld aan een cynische, parodiërende blik op het Nederlands-Indische leven, wil wel zo goed zijn om aan het einde van haar boek de onooglijke Yum met een Hollander te laten trouwen. Maar dan wél in Deli, ver van het beschaafde Europa vandaan. Met de mooie, vol streken zittende Kim loopt het slechter af: ze sterft.

Een huwelijk met een blanke man, inclusief een villa ergens in de Nederlandse provincie, is in Dé-lilah’s roman slechts weggelegd voor blanke Hollandse vrouwen. Dat op zich is niets bijzonders in de Indische bellettrie. En daarom is het verhaal van mijn overgrootmoeder Rabina zo bijzonder. Zij was immers een Javaanse. Toch trouwde ze met een blanke man en ging zelfs met hem mee naar Nederland. Er is nog nooit een kenner van de Indische literatuur geweest die mij een boek kon wijzen waarin zo’n verhaal verteld wordt. Verbintenissen tussen Javaanse vrouwen en blanke mannen spelen zich in de Indische bellettrie altijd af op het scandaleuze Java. Indo-Europese vrouwen kwamen wél met hun blanke mannen naar Nederland, maar dat is een ander verhaal, vaak genoeg verteld ook.

(wordt vervolgd)
© Eerder verschenen in De Gids, mei 2007

Share and Enjoy:
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • MySpace
  • NuJIJ
  • RSS
  • Tumblr
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
  • Hyves
  • email
  • FriendFeed
  • Live

Comments are closed.

boeken, columns, essays, artikelen, weblog