Doch er is een drawback – 5
In Batavia resideerde ook Busken Huet, voormalig redacteur van De Gids onder E.J. Potgieter. Busken Huet was na enkele geruchtmakende publicaties uit de redactie van De Gids gestapt, gevolgd door een aan hem loyale Potgieter. Na publicatie van een te erotisch getinte roman had Busken Huet zijn dieptepunt in Nederland bereikt. Hij kwam in 1868 in Batavia aan en werd er journalist voor de Java-Bode. Daar ontwikkelde zich een nieuw schandaal. Zijn reis naar Nederlands-Indië bleek betaald te zijn door de Minister van Koloniën, die hij als tegenprestatie voor de regering in het moederland zou adviseren hoe de Indische pers het beste in toom kon worden gehouden. Toen in 1872 de Java-Bode van eigenaar veranderde, vond Busken Huet het tijd worden om een eigen dagblad te lanceren. Om financiële steun voor zijn krant te verwerven was hij afhankelijk van onder meer bankiers, suikerfabrikanten en rijke, conservatieve planters uit de Oosthoek van Java, die een liberale koloniale politiek schuwden.
Ook George Birnie was gebaat bij het voortbestaan van een behoudende krant en steunde Busken Huet dan ook met geld. In april 1873 verscheen het eerste nummer van het Algemeen Dagblad van Nederlandsch-Indië. Busken Huet had in Batavia een fraai huis gekocht, waar zijn vrouw Anne de boel bestierde met meer dan tien personeelsleden. De man beschouwde het bezit van de Indische kolonie als zo’n beetje het enige waarom de rest van de wereld Nederland mocht benijden. Maar echt thuis voelen deed hij zich niet in Nederlands-Indië. Van maandag tot en met zaterdag reed hij met zijn koets om zeven uur ’s morgens naar het redactiebureau in de Bataviase benedenstad, om pas tegen zessen weer thuis te komen. De avonden vulde hij met het schrijven van artikelen en feuilletons voor zijn krant, en met lezen. Ook zijn vrouw Anne schreef feuilletons, wellicht als ghostwriter, dat zou moeten worden uitgezocht.
Het Algemeen Dagblad van Nederlandsch-Indië leek een succesvolle onderneming. Maar volgens Olf Praamstra, de biograaf van Busken Huet, is dat niet waar. Het bewijs hiervoor vond hij in de brieven die Busken Huet schreef aan George Birnie, waarin de literator een heel andere toon aanslaat dan in de brieven die hij aan zijn literaire bondgenoot E. J. Potgieter in Nederland stuurde. De brieven aan George Birnie staan bol van gebedel om geld, compleet met inkomstenstaatjes.
Het aantal abonnees van het Algemeen Dagblad van Nederlandsch-Indië was te laag om de krant draaiende te houden. Busken Huet zag bovendien geen kans te repatriëren naar Nederland, nu zijn zoon Gideon veertien jaar was en hij het hoognodig achtte dat die beter onderwijs ontving dan in Batavia voorhanden was. George Birnie vond dat deze criticus ook wel een beter lot verdiende dan de rest van zijn leven als journalist in Batavia te moeten slijten. Busken Huet wilde een rol gaan spelen in het politieke leven in Nederland en schreef, voor mij nogal verrassend, dat hij een einde aan de bourgeoisie wilde maken en met de oprichting van een landelijke organisatie van arbeiders een nieuwe stem aan de Nederlandse politiek wilde geven. George Birnie stemde ofwel met die plannen in, of had gewoon met de man te doen. Hij leende hem het geld om zijn schuldeisers af te kopen, zodat Busken Huet zijn zaken in Indië kon liquideren.
Ook George Birnie maakte zich op voor een terugkeer naar Nederland. Nu was het eenvoudiger om met een blanke vrouw terug te keren dan met een Javaanse. Dat spreekt overduidelijk uit een brief van Anne Busken Huet aan de zuster van E. J. Potgieter, kort na diens overlijden op 3 februari 1875. De brief volgt hier integraal.
(wordt vervolgd)
© Eerder verschenen in De Gids, mei 2007


