Eén uit een miljoen aspirant-schrijvers

Ik ontving een e-mail van een lezer die op zoek was naar een collega-schrijver van me. Of ik wist waar hij uithing. Ik mailde terug dat ik dat wist, ja. De lezer beloofde me een boek van me te zullen kopen als ik hem vertelde waar mijn collega uithing. Nou leek de persoon me niet direct lid van een terreurgroep, gestoord of buitengewoon onnozel, toch gaf ik de verblijfplaats van mijn collega niet. Natuurlijk niet! Probeer maar eens een uitgever te vragen naar de adresgegevens van een schrijver. Je wordt, als het goed is, met een kluitje in het riet gestuurd. Maar er zijn trucs te verzinnen. Je geeft je uit voor een programmamaker van de een of andere literaire club en je bent al een stuk verder. De rest is een kwestie van talent. Bent u brutaal? Kunt u liegen? Dat soort eigenschappen gaat dan tellen. Ik heb mijn collega overigens op de hoogte gebracht van de fan in kwestie. Was de persoon een jonge dame geweest, dan was mijn collega me om de hals gevlogen. Helaas. Het gaat om een copywriter van middelbare leeftijd. Onlangs meldde hij zich weer. Ditmaal met een manuscript. Nou heb ik het land aan al die mensen die me met hun manuscripten om de oren slaan, maar de eerste bladzijde was goed, de tweede ook, de tiende enzovoort. Bijzonder geestig proza over, zeg, de Nederlandse identiteit. Ik heb hem gelukgewenst met het zoeken naar een uitgever. En bij dezen elke Nederlander die een boek schrijft, gaat schrijven of heeft geschreven.