Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Een vergeten schrijver

jo otten bed en wereld.jpg Of een vergeten boek, dat weet ik even niet. Als je zoekt naar informatie over de schrijver Jo Otten (1901 – 1940), dan valt direct de behoorlijke lijst van boektitels op. Het zijn er een stuk of twintig. Zijn novelle Bed en wereld verscheen in 1932 en was een klein succes, ook wel wat geruchtmakend, waarschijnlijk door de vrijmoedigheid waarmee de schrijver seksualiteit thematiseerde. Nou was dat helemaal niets vergeleken met de meer scabreuze Indische pulpfictie van dertig, veertig jaar eerder, maar goed: Nederland is er altijd een kampioen in geweest schandaaltjes in de koloniën te situeren en ze daar ook te laten, zelfs meer dan een halve eeuw na de dekolonisatie van Indonesië. Plus, het moet gezegd, er was waarschijnlijk geen hond in de koloniën die zo goed schreef als Jo Otten. Des te opvallender is het dat Jo Otten nooit opviel in de officiële canon van de Nederlandstalige literatuur. Hij debuteerde op de perfecte leeftijd van 27 jaar, daar kan het niet aan hebben gelegen. Met méér dan boektitel per jaar kon hij ook moeilijk een luiwammes worden genoemd. Hing hij misschien te veel rond in Den Haag en Parijs en meed hij Amsterdam te veel naar de smaak van de literaire smaakmakers? Who knows. Hij zou de eerste niet zijn. Louis Couperus had ook een broertje dood aan Amsterdam, zijn roem kreeg pas werkelijk gestalte na zijn dood.

Terug naar Jo Otten. Kan een schrijver op grond van één boektitel worden bijgezet in de eregalerij van literatoren? Zeker. Wat te denken van Marcellus Emants met zijn Een nagelaten bekentenis. Gerard Reve met De avonden. Ik zie de revianen al van protest de tanden knarsen, maar geloof me: de rest van Reves werk zal echt worden vergeten. Het overkomt wel meer schrijvers, ze mogen nog van geluk spreken als er maar één werk in de herinnering van toekomstige generaties blijft hangen. Een groter compliment dan een personage scheppen die boven jezelf uitstijgt, sterker, die jouw naam doet verbleken, is er gewoon niet. Moby Dick, Robinson Crusoe, Don Quichot enzovoort. Helaas zien we dergelijke bijkans onsterfelijken nauwelijks terug in de Nederlandstalige letteren. Nou goed, Max Havelaar dan, ik zeg het met tegenzin want ik heb een hekel aan Multatuli. Vraag me nu niet waarom. Wie me kent, die weet het. Multatuli, u is groot! Wat u presteerde, daar kon Jo Otten nauwelijks van dromen! Die Otten was nog te beroerd om ook maar een verzonnen personage in elkaar te flansen in zijn novelle Bed en wereld. Of was hij gewoon wat bescheidener dan u?

De ik-figuur in de fraai uitgevoerde novelle ligt in zijn bed, kan de slaap niet vatten en maakt in gedachten een reis door heel Europa. Hij heeft weinig op met de Amerikanen met hun afschuwelijke elektrische stoel, geilt op mulattinnen, gaat café in en café uit, moppert op apothekers omdat ze verdommen hem voldoende slaappillen te geven, dat moet allemaal op recept, ja ook toen al. Jo Otten beschrijft het leven als een hel waarin hij zich niettemin kan overgeven aan hemelse verlangens, die uiteraard niet worden ingelost, want de ik-figuur ligt op bed, blijft op bed liggen en de lezer zal hem niet zien opstaan. Bijzonder aan de novelle is, dat het maar enkele alinea’s kent. Ze is jonger dan James Joyce’s Ulysses, dus het kan zijn dat Jo Otten de monoloog interieur van zijn Ierse tijdgenoot heeft afgekeken, of misschien toch van Marcel Proust, van wie de ik-figuur weinig moet hebben. Jo Otten hanteert mijn geliefde associatieve manier van schrijven die mij dunkt wel als voorbeeld kan dienen voor wie met schrijversaspiraties rondloopt. Een sterke beeldende kracht toont Jo Otten ook, hij, de gekwelde, die er niet aan denken moest om zijn aantrekkelijkheid te verliezen, ziek te worden en weg te moeten teren tot die afschuwelijke dood hem kwam halen. Zijn wens werd ingewilligd, in real life. Een verdwaalde Duitse bom trof zijn huis en de 39-jarige schrijver lag begraven onder het puin. Sommige critici noemen hem daarom een ongeluksvogel. U ziet het: ze snappen er weer geen jota van. Veel leesplezier!