Het werd weer eens tijd om op de fiets te stappen na een buikgriep die kennelijk veel mensen te grazen heeft genomen en misschien een gevolg is van de angstwekkende klimatologische veranderingen, die onze kinderen later grote problemen zullen bezorgen. De lente is te vroeg, er was geen winter die slapende insecten doodvroor en voor de zomer wordt een wespeninvasie verwacht. De dag was zuurstofrijk, ik begon sloom, dook even in het wiel van een flinke Hollandse meid met een parfum dat heerlijk rook. Ze hield me goed uit de wind maar werd wat nerveus van zo’n meneer achter zich. Ze deed alsof ze iets in haar jaszak zocht zodat ze vaart kon minderen en toen ben ik maar afgeslagen. Onderweg naar de Watertoren moest ik in slalom tussen dranghekken door. Het begon me te dagen dat de City-Pier-City Loop werd gehouden. Ik had geen idee waar de atleten en trimmers zich bevonden, totdat ik bij de haven kwam en wegwijzers mopperende automobilisten buiten het parcours zag houden. Eén zei tegen me dat de eerste lopers binnen enkele minuten werden verwacht. Ik ging bij een groepje jolige Scheveningers staan kijken en zag de eerste atleet op ons af komen. Hij liep niet, rende niet, nee: hij vloog. Het duurde meer dan een minuut voordat een paar van zijn Keniase makkers voorbijkwamen. Zij zweefden, wat lager boven het asfalt dus. Later kwamen de duizenden trimmers, van wie de langzaamste nog altijd te snel voor mij zou zijn. In de avond las ik dat de atleet die vloog Samuel Wanjiru heet, 20 jaar is en zijn eigen wereldrecord heeft gebroken. Ik word oud. Als ik al iets heb te breken, dan zijn het mijn botten.