Vannacht is de zomertijd ingegaan, denkelijk niet langer onder het mom van energiebesparing maar als lichttherapie voor de jakkerende mens. Geef hem het idee dat hij een uur per dag extra zonlicht krijgt en hij trapt zijn gaspedaal nog dieper in om te jagen op het spook der geluk. Het universum is energie, het bestaan is energie, wij zijn energie, we manipuleren energie en vreten het als manna dat uit de hemel valt. Computers staan dag en nacht te loeien, energieleveranciers gooiden ooit botweg de prijzen omhoog nadat het volk op advies van de overheid massaal energie was gaan besparen. Het mooiste bezwaar tegen de zomertijd komt van de boeren, die zeggen dat de koeien er niet vroeger door opstaan. Vandaag was ik als een koe: ik stond niet eerder op dan gisteren. Dat wil zeggen om acht uur wintertijd, negen uur zomertijd. Ik sta sinds een week of vier al ‘s morgens op, synchroon met de jakkerende meute. De dag geeft me nog steeds een hilarisch gevoel, werkt als dope, antidepressivum, nadat ik jarenlang ‘s nachts leefde. Er is iets met me gebeurd dat me met harde hand terug dwong naar de dagen van weleer, toen ik de dag nog niet schuwde en ik de nacht mijn liefde nog moest gaan verklaren als zijnde monnik in dienst van muziek, literatuur en al die dingen die een leven mooier moesten maken. Wat er gebeurde, vertel ik later wel. Geen mensenwerk, denk ik met oog op de Goden. Iets met energie.