Euraziologie

logo alfred birney De 45e editie van het grootste Euraziatische festival is van start gegaan. Ik weet niet sinds wanneer de Pasar Malam Besar op het Malieveld zich als ‘Euraziatisch’ profileert, het klinkt mij al zo vertrouwd in de oren. De Markt Avond Grote wordt geleid door Indische vrouwen, naar de matriarchale traditie van het oude Nederlands-Indië. De Pasar Malam Besar heeft zich lang als ‘Indisch’ geprofileerd en doet dat nog, maar minder nadrukkelijk. In de Pasarkrant is ‘Indisch’ nu een subkop onder de grote kop ‘Euraziatisch’. Het wordt ook wel steeds lastiger om uit te leggen wat nou eigenlijk ‘Indisch’ is. Laatst werd mij voor de duizendste maal gevraagd of ik ‘Indonesisch’ ben. In het buitenland zou ik ja hebben gezegd, om niet de koloniale geschiedenis van Nederland te hoeven vertellen. Nu zei ik: ‘Nee, ik ben Indisch.’ O,’ klonk het, ‘ik heb veel half-Indische vrienden.’ Waarop ik zei dat ‘half-Indisch’ niet bestaat, dat ‘Indisch’ een bepaalde mengeling is van afkomst en cultuur. Niks half, ‘Indisch’ is heel. Werd begrepen, maar is mogelijk vandaag alweer vergeten. Louis Couperus beschrijft subtiel allerlei vormen van Indisch-zijn in zijn roman De stille kracht (1900). Een Hollandse resident heeft kinderen uit een eerste huwelijk met een ‘nonna’ (gemengdbloedige vrouw). De zoon is blank en blond maar voelt zich verwant met zijn moeder, al is het maar omdat zijn vader een Indo-hater is. De dochter is bruin en hunkert naar een schoonheid van een jongen uit een oud-Indisch geslacht met een Solose prinses als stammoeder en een Franse stamvader uit Mauritius. De jongste zoontjes zijn ‘echte sinjo’s’ (bruin), die men later ‘indo’s’ is gaan noemen. De tweede vrouw van de resident is als Europese geboren in Nederlands-Indië. Ze gebaart en loopt ‘Indisch’ en noemt zichzelf een ‘blanke nonna’: een ‘verindischte’ vrouw. Een bijfiguur wordt beschreven als een ‘typetje van blanke nonna’: een blank uitgevallen Indische vrouw, die probeert netjes Hollands te spreken en voorgeeft slecht Maleis te verstaan. Er is geen sprake van één Indische identiteit maar van vele, tot en met de jongste generaties van nu. Indisch-zijn is een dynamisch begrip met een link naar afkomst, is het niet via de genen dan wel via draden in de familiegeschiedenis. In Amerika zoeken mengelingen van Amerikaans-Aziatische origine elkaar op het internet via platforms van ‘Eurasians’. Vol bewondering bekijkt de ‘World Wide Mixed Nation’ de Indische gemeenschap in Nederland en sommigen komen tien dagen lang op de Pasar Malam Besar het ‘grote familiegevoel’ ervaren. Dat de helft ‘Hollands’ is wat er rondstapt is weinig anders dan toen in Nederlands-Indië. Vaak gaat er achter blanke gezichten een Indische achtergrond schuil. Het recept van de etnische cocktail is uiteraard ook dynamisch. Uiteindelijk worden we toch allemaal café-au-lait. En de hele wereld een Pasar Malam Besar. Maar dan elk weekend.

Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 13 juni 2003