Hartszaken (1)
Mijn cardioloog, een grootheid in het hospitaal (hoe het daarbuiten zit, zou ik even niet weten), liet mij vandaag weten dat hij er nog altijd voor voelt enig onderhoud aan het wegennet rond mijn hart te plegen. De man ziet hier kennelijk een grote uitdaging in. Reden waarom ik zes weken terug geen tweede behandeling heb mogen ondergaan, lag in de wat afwachtende houding van het medisch team in hospitaal numero 1, waar men over de moderne technische middelen beschikt. Mijn cardioloog vierde toen feest in Suriname, en zoals u weet is het vandaaruit altijd lastig enige invloed uit te oefenen op die eigenwijze Batavieren hier in de Lage Landen. Toen de man terugkwam uit Suriname adviseerde het team in hospitaal numero 1 hem dat hij de schrijver maar naar huis moest sturen om hem daar op een meesterwerk te laten broeden. De dagen van de schrijver vertonen nogal grillige grafieken. Hem is evenwel opgedragen om maar op de fiets te klimmen. Niet te hard fietsen direct, dus het wordt de stadsfiets. Als proviand draagt hij een flesje Nitrolingual bij zich, een spray dat hij onder de tong moet spuiten als de Goden weer eens proberen hem bij zich te krijgen. Intussen gaat zijn cardioloog het team der Batavieren in hospitaal numero 1 trachten over te halen om hem nog eens onder het mes te krijgen. Het aangetaste deel van het gestel van de schrijver noemt hij ‘diffuus’. Het ‘traject’ is lang en meandrisch. De ingreep een ‘nogal technische kwestie’.


