Hartszaken (2)
Mocht mijn cardioloog er in slagen het team van Batavieren achter zich te krijgen, dan word ik opgeroepen binnen vier tot zes weken vanaf de datum van dit bericht. Half mei, eind mei, zoiets. Word ik niet opgeroepen, dan ziet de cardioloog mij terug medio juli. Intussen probeer ik wat te fietsen. Ik schijn ook weer te mogen schrijven, maar dan liever wat vrolijkers dan die depressieve stuff die u ongetwijfeld van mij kent. Hier een suggestie van mijn huisarts, die beter op de hoogte is van mijn werk dan mijn cardioloog. Probleem hier is dat wanneer anderen de mondhoeken laten zakken ik meestal in een deuk lig van het lachen. Samuel Beckett bijvoorbeeld, zeg nou zelf, dat is toch amusante kost? Nou dan! Ook schijn ik optredens te mogen verzorgen, ik mag zelfs naar conferenties in het buitenland. Organisaties moeten er alleen geen probleem van maken als meneer Birney in het geheel niet komt opdagen, sterker: helemaal niks van zich laat horen. Wat dat betreft heb ik de tijd niet mee: schitteren in afwezigheid is not done in de jachtige wereld van nu. Ik ben nooit een tempo doeloe-figuur geweest, met heimwee naar de koloniale levensstijl, die je thans nog ziet bij het welgestelde volksdeel in Indonesië. Maar met een huishouding van zo’n 12 personen zou mijn leven toch een stuk aangenamer zijn dan dat gekluizenaar in een shabby hermitage. Beter voor het hart. Of juist niet? Kan een ascetische leefstijl niet ook een zekere aangenaamheid in zich bergen?


