Heer, gaat de dood u niet snel genoeg?
Weer veel te laat opgestaan, zonder zin in fietsen. Mijn zoon adviseerde me toch te gaan, het fietsen was er door die feestdagen al bij ingeschoten. Ik had namelijk gisteren nog een 3e kerstdag, high tea bij een gezelschap dat ik de laatste keer zag ergens in april. Het was aangenaam toen, gisteren minder. De gastvrouw had de kamertemperatuur bijzonder laag, ik had het erg koud. Haar zuster was al vertrokken toen ik aankwam, een bijzonder mens van wie een ondefinieerbare kalmerende werking uitgaat. Als je hoopt iemand ergens aan te treffen en die persoon is er niet, dan moet je niet die persoon gaan zitten missen, want dan ga je niet mee met waar je leven je brengt, wat het leven je biedt, wat het leven van je eist en zo meer. We zaten met ons vieren aan een ronde tafel, toch ontstond er geen geanimeerd gesprek, het liep allemaal door elkaar heen, nogal nerveus en ongericht. Het mooiste tafelgesprek met vier personen klinkt als een strijkkwartet. Misschien lag het aan mij en botsten mijn vibraties met die van de anderen. Het was geen groot probleem, immers de dagen tussen kerst en Oud en Nieuw vragen bijna om allerlei ongericht verkeer. Niet alleen in het sociale leven, maar ook op straat. In het kader van mijn revalidering maakte ik wat tempo op mijn zware stadsfiets en ontweek een tiental auto’s die vreemde capriolen uithaalden. Op de boulevard werd ik verwelkomd door twee begrafenisauto’s, die met gierende banden de bocht om scheurden.


