Het verloren lied 12
Ik lig avonden lang te staren naar het lichtspleetje tussen de gordijnen. Voordat de slaap me vindt, zie ik de grote oceaanstomer met al zijn lichtjes, een fonkelende parelketting in de donkere zee. Mijn grootvader zit ergens verstopt in de grote buik van de danszaal, waar hij speelt voor de mensen in avondkleding. Hij reisde de liedjes na die de wind voor het schip uit blies, de noten dansten boven de golvende ruggen van dolfijnen. Toen verdween hij. Waar is hij gebleven? Als er ¡emand was die me kon helpen het lied van toen op te sporen, dan was hij het.
Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Lees het komende fragment.
Of bestel het boek bij: BolCom


