Het verloren lied 18
Op een keer liet ik Maria de noten horen die misschien in de buurt kwamen van het lied dat ik ooit hoorde. Ik verzon er iets achteraan en vroeg of ze het mooi vond.
Ze knikte.
Ik maakte er een raadseltje van in de ijdele hoop dat ze met de oplossing kon komen.
`Jij hebt niks lekkers te verloten,’ zei ze, `dus ik zeg niks.’
`Maar weet je het dan wel?’
Ze zweeg en keek een poosje strak naar de portiekdeur.
`Zeg het me nou!’
`Dus je weet het zelf niet eens!’
`Natuurlijk wel,’ zei ik en ik noemde zomaar de naam van Edith Piaf.
Ze kende de zangeres niet. Mijn moeder had die naam genoemd: die zou het kunnen zijn geweest de avond waarop ze grootvaders verdwijning kwamen aanzeggen. Als dat zo was, kende grootvader die zangeres dan? Dat wist ze niet, hoe moest zij dat nou weten.
Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Bestel het boek bij: BolCom
Related posts:
- Het verloren lied 6
- Het verloren lied 1
- Het verloren lied 15
- Het verloren lied 12
- Het verloren lied 9
