Het verloren lied 3
Het is een tijd waarin de radio dagelijks marsen, walsen en hoorspelen uitzendt en het laatste nieuws besluit met het volkslied. Als de radio in de huiskamer zwijgt, wordt de avond intens, vol van schaduwen, en staar ik uit mijn bed naar het lichtspleetje dat de straatlantaarn tussen de gordijnen tovert. Het kan zich verwijden en verdichten, glimlachen en vals kijken, naar gelang de wind waait. Bij windstilte is ook het gordijnoog stil, zonder enig wenken, en ik staar naar het grote oog van de wereld buiten. Ik durf niet met mijn ogen te knipperen, tel de stofdeeltjes die op mijn netvlies neerdalen en hoop dat ze zijn vergeten de radio in de huiskamer uit te zetten. Dan kan een zwerfzender zich opeens laten horen, eentje die ‘s nachts pas de lucht in gaat aan de andere kant van de aarde.
Meer lezen over de jaren zestig?
Lees het komende fragment.
Of bestel het boek bij: BolCom


