Het verloren lied 5
Mijn vader was uit Duitsland teruggekomen, ik hoorde avonden lang gekibbel in de huiskamer en begreep dat hij met ruzie uit het variétéorkest was gezet. Mijn moeder bestookte hem met verwijten, hij plaagde haar omdat zij nu het geld moest gaan verdienen: `Ga jij maar werken in de stad…’
Bij haar afwezigheid spookt mijn vader tot laat op de avond door het huis, zet de radio aan, rookt een sigaret, kijkt naar buiten. Hij leest geen krant, mijn vader leest niet, hij haalt het nieuws van de radio terwijl hij onbestemde deuntjes tussen zijn tanden fluit.
Mijn moeder, op haar beurt, voelt zich nooit alleen als hij weg is. Ze laat de radio soms avonden lang uit en leest haar Duitse weekbladen in bed, dat ze dan helemaal in beslag neemt.
Zijn ze allebei van huis, dan hangt de schaduw van mijn grootmoeder over de radio. Ze houdt niet van populaire muziek, ook niet van de jazz die haar reizende echtgenoot speelt. Ze heeft alleen oor voor de grote klassieke componisten. ‘s Avonds laat luistert ze naar de nieuwsberichten van de BBC. De nieuwslezer laat lange stiltes vallen, waarin ik haar kan horen praten. Ze lijkt met hem in geheimzinnig gesprek. Later zal ik ontdekken dat de dingen die ze zegt helemaal niets met het nieuws te maken hebben.
Meer lezen over de jaren zestig?
Lees het komende fragment.
Of bestel het boek bij: BolCom


