Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Het verloren lied 8

radio-antenne Ze vormden een zuivere omkranste drie-eenheid in de tochtige engte achter het sleutelgat van de huiskamerdeur. Grootmoeder zat het dichtst bij. De slag in haar haar vormde een donkere wolkrand, de wind uit het raamluikje trok er langs naar het sleutelgat en deed mijn oog tranen. De salontafel scheidde haar van mijn ouders op de sofa bij het raam. Mijn moeder zat op de rand van de zitting, nuffig rechtop, haar benen van mijn vader weggedraaid. Hij leek met zijn hoofd tegen haar taille te willen rusten, hing onderuitgezakt tegen de leuning, nippend van zijn glas.

Hun samenzijn leek een ernstig gezelschapsspel met een reusachtige dobbelsteen onzichtbaar boven hun hoofden, waarbij geheimzinnige woorden vielen, sommige zwaar, andere licht, onherroepelijk in ieder geval: Verdwenen. Aan de haal. Dood. Ertussenuit geknepen. Verdronken. Gesmeerd. Vermoord. Ervandoor. Ontvoerd. De bloemetjes buiten zetten.

`Maar hij duikt wel weer ergens op.’

`Nee.’

`Ja hoor. Hij komt wel weer terug.’

`Nee, hij komt niet meer terug, ik weet het, ik voel het, zo heeft je moeder dat altijd voorvoeld, Richard.’

Mijn vader heette Richard Langenacht, mijn moeder Helga Grün, mijn grootmoeder Hélène Langenacht en ze vroeg zich toen al af of ze zich weer mevrouw Van Straeten moest gaan noemen.

Meer lezen over de jaren zestig volgens Alfred Birney?
Lees het komende fragment.
Of bestel het boek bij: BolCom