Terugkomend op wat ik de 4e november jongstleden schreef naar aanleiding van een ietwat onfrisse uitlating van een van Samuel Becketts antihelden: mij sprak het idee weinig aan om na je vijftigste het aftrekken in te ruilen voor het ‘ware krabben’. Er schuilt vaak wel iets aantrekkelijks in het adjectief ‘ware’, dat vaak als truc wordt gebruikt de ander zich een leek te laten voelen en tezelfdertijd deze ertoe te verleiden om zich ook eens in het ‘ware’ te verdiepen. Enige voorkennis wordt natuurlijk wel verondersteld. Iemand zeggen dat het ‘ware lezen’ pas begint wanneer je het proza van, zeg, Sei Shônagon, onder ogen krijgt, is een volslagen zinloze opmerking wanneer je spreekt tegen een haringkaker die nog nooit een boek heeft gelezen, er nooit een zal lezen en zijn avonden met zijn kornuiten steevast doorbrengt in de kroeg achter zoiets stompzinnigs als een dartsbord. Je zal het dan moeten hebben over het ‘ware darten’, dat eerst begint bij het afmeren van de ferry naar Engeland of iets dergelijks. Wat dat betreft zal ik heel wat meer mannen aanspreken wanneer ik zeg dat het ‘ware pissen’ boven aftrekken gaat. Ik moet toch steeds weer constateren dat er werkelijk niets maar dan ook niets gaat boven krachtig pissen in een pot, waarin een scheutje chloor ligt. Het beeld van bruisend chloor onder een straal urine is een begoocheling waarbij elke zonsondergang verbleekt. En dat is nog maar de prelude. Wat volgt is de genotvolle damp die je neusgaten zo prikkelen dat je het idee krijgt dat – jawel – het ware gezeik elk orgasme overstijgt.