Hoezo oude Indo’s
Zo, dus een communicatiebureautje in het Amsterdamse adviseert Den Haag zich een nieuw imago aan te meten: ‘Geen ambtenaren en oude indo’s, maar modehoofdstad van Nederland.’ Indo’s met een kleine letter, het Groene Boekje schrijft dat voor. Het Rode Boekje gebruikt een hoofdletter, want de geschiedenis van Indische Nederlanders ligt wat ingewikkeld, ook voor onze taalkundigen. Indo staat voor: In Nederland Door Omstandigheden. Dat weet 50 procent van de Hagenaars en één procent van de Amsterdammers. In de jaren vijftig en zestig was Den Haag behoorlijk Indisch, in 1900 trouwens al. Indertijd vielen we op. Thans woont een beetje Indo niet in Den Haag maar in Alphen aan den Rijn, Heerhugowaard of Zoetermeer. In Roermond roostert men elke zaterdag saté op de markt, in Den Haag alleen nog op de jaarlijkse Pasar Malam Besar. Als ik hier in Den Haag een Indo op straat zie, denk ik: ‘Hé, een Indo!’ En die Indo die mij ziet, zie ik ook denken: ‘Hé, een Indo!’ Want ja, terwijl wij verwateren sterven Indo’s van het eerste uur uit, tamelijk roemloos want je zal maar de pech hebben gehad voor de Belanda’s te moeten knokken tijdens de oorlog in Indonesië. Kom je moegestreden aan in Holland, moet je een halve eeuw lang blijven uitleggen dat je geen Indonesiër bent en dat je zo goed Nederlands spreekt omdat je die taal al in Nederlands-Indië sprak. En dan moet je op je ouwe dag nog in je krantje lezen dat een communicatiebureau uit Junkcity vindt dat ‘ambtenaren en oude Indo’s’ moeten worden ingeruild voor etalagepoppen omkleed met lorren uit Parijs, Rome en Timbuktu. Ambtenaren worden dus nog altijd geassocieerd met Indo’s door een stel anachronismen uit dat vunzige grachtenstadje, waar de Amsterdammer het openlijke schijten en shotten voor het CS als de hoogste vorm van vrijheid beschouwt. Die cyborgs van dat communicatiebureau zouden eens een rondleiding in het Haegsche moeten krijgen. Dan kunnen ze zien dat Die Haghe groen en geel ziet van de imago’s: koninklijk, volks, deftig, liederlijk, bruisend, you name it. En wat dat alles verbindt is… het Patatje Oorlog. De Haag is tweetalig bovendien. ’t Haagje kent het kak-Haegsch van Couperus en het plat-Haags van Sjaak Bral & Co uit hun Kugsus Voâh Beginnâhs En Te Vèâh Gevogdede. Hague City is zo gespleten als de tieft en dat vindt men terug in superieure humor, waarbij de Amsterdamse verbleekt tot wat geseyck in de gracht. Het ons geadviseerde imago is allemaal omong kosong van een stelletje tolol Mokummers die het verschil niet zien tussen Indo’s, Hindostanen en Eskimo’s wanneer ze even uit de luikjes van hun opgelapte VOC-pandjes naar buiten kijken. De kift ook dat de regering niet in Damsko zetelt maar in ‘s-Gravenhage. Imago? Amsterdam drijft handel, op klompen. Den Haag administreert, in kostuums uit Rotterdam. Imago wint ‘t nooit van traditie.
Haagsche Courant, vrijdag 16 mei 2003
Related posts:
- Pollmans evangelie voor de Indo
- Hoezo viering?
- Van oude gewoonten, de verwarring die niet voorbijgaat
- Oude kameraden
- Menukik Batin Indo
