Ik wacht wel tot de lente

hat logo meneer b De dag beginnen met The burning of the midnight lamp in mijn hoofd betekent voor mij een ochtenddepressie. Het is één van Jimi Hendrix zijn merkwaardigste nummers, niet alleen door die merkwaardige klanken, maar ook die rare akkoordenprogressie. Van de tekst liegen de eerste regels er niet om: The morning is dead, and the day is too. De dag nodigde niet bepaald uit voor een rondje fietsen, ik bleef in de keuken aan de ontbijttafel hangen, pakte mijn gitaar erbij en speelde mezelf naar een vrolijker stemming. Mijn zoon had een vriendje op bezoek. Toen ze een pizza gingen eten bij de Turkse bakker, klom ik op de fiets voor een bezoek aan de Turkse supermarkt. Tijdens het kerstdiner bij mijn beste vriend gisteren had ik gehoord dat zonnebloemolie slecht was voor hartpatiënten. Ik moest overgaan op arachideolie. Bij dezen. De gastheer, al tien jaar hartpatiënt, zei me ook dat ik gel in mijn haar moest doen. Een ander raadde me een of ander olieachtige shampoo aan. Ik vroeg me af waarom ze over mijn haar begonnen, totdat één van de vrouwen me vroeg waar mijn krullen waren gebleven. Mijn haar had altijd slagen gehad en er hingen meestal wel een paar pijpenkrullen in mijn nek. Op slag werd het me duidelijk waarom ik de afgelopen maanden zo in de weer ben geweest met antiroosshampoo en me vaker bij de kapper meldde dan normaal. Het is langzamerhand een droog touwhaarkapsel waarmee ik rondloop. Een gevolg van de medicijnen die ik moet slikken om allerlei waarden in mijn lijf op peil te houden, wil mijn hart lekker blijven kloppen. Ik ga niet met mijn haar stoeien, ben gewend om het met mijn vingers naar achteren te kammen en er dan de hele dag niet meer naar om te kijken. Ik keek ook maar één keer per dag in de spiegel. De lente is wel aardig om voor de rest van mijn leven een kort kapsel te nemen. Ik ben overigens in het geheel niet benieuwd naar wat mij nog meer aan verrassingen te wachten staan.