Jeff Beck als eikpunt
Als er één heerlijke leefregel is voor hartpatiënten, dan is het wel dat je bij voorkeur overal maling aan moet hebben. Of je zelfs aan leefregels maling moet hebben, lijkt wat dubbel, dus ik zou niet weten of ik vanmorgen heb gezondigd door onbehoorlijk lang uit te slapen. De herinnering aan Jeff Beck’s leefregel van 40 jaar terug, dat om half 11 opstaan wel volstaat voor iemand die buiten het kantoortijdenregime valt, moet hebben geholpen. Ik schreef gisteren dat Love is blue (1968) destijds mijn favoriet was. Toch jengelt de hele dag Hi Ho silver lining (1967) door mijn hoofd. Eén van mijn groepsgenoten in Huize Nieuw-Voordorp had de 45-toeren-single, herinner ik me. In het knutselhok hadden we een aftandse Philips koffergrammofoon staan, waarop we Jeff Beck’s bescheiden tophit grijs draaiden. Want zo gaat het in het leven, ook in een kindertehuis. Je kunt ergens niet genoeg van krijgen totdat je er genoeg van krijgt en op zoek gaat naar iets anders waar je geen genoeg van kunt krijgen totdat je er genoeg van krijgt, ad libidum. Popmuziek biedt met zijn enorme archieven een schat aan ijkpunten voor de herinnering van zowel het individu als het collectief. (Wat een afgrijselijke zin is dit, ik lijk wel een journalist of wetenschapper.) Wijze mensen beweren dat leven in het hier en nu de weg naar de verlichting wijst. Je moet dan niet zoeken naar of wachten op de verlichting, want ook dat is iets willen waar je geen genoeg van kunt krijgen.


