Jiu-jitsu en de hand van Pluto
Examen, shit, mijn transiterende Zon staat in oppositie met Pluto, dat moét minstens een blessure opleveren, anders doen de planeten hun werk niet naar behoren. Zal ik me afmelden? Geen kans. De zoon van een vriend belt me plotseling op met de vraag of ik hem in de kleedkamer nog twee opbrenggrepen kan komen voordoen. Ik stamp snel zijn examenlijst in mijn hoofd voor het geval hij mij als partner nodig heeft. Jammer dat zo’n jiu-jitsu-examendag ongevoelig is voor de klassieke Japanse truc van het kiezen van ‘goede dagen’ dan wel het omzeilen van ‘slechte dagen’. De datum wordt geprikt zonder dat de leerlingen worden geraadpleegd. Ik heb dus niet kunnen zeggen dat vandaag mijn hofhouding de beste paarden nodig heeft voor de ontvangst van de keizer en dat de volgende week mij derhalve beter schikt. Ben trouwens laat op, als gewoonlijk, ik schrijf in de nacht. In de 90 minuten die liggen tussen ontwaken en de tatami betreden ben ik zo verstandig om slechts drie sigaretten weg te paffen. Het is druk. Jiujitsuka’s met witte, gele, oranje, groene en blauwe banden treden aan. Vier examinatoren seconderen sensei Steve van Nieuwenhuizen, die drie uur lang bewegingloos in seiza zal blijven zitten, de rok fraai rond zijn benen gedrapeerd. Mijn partner en ik zijn zo onverstandig om in het eerste onderdeel er maar meteen hard in te vliegen. Examinator Björn Aris (derde plaats EK Jodo Iaido 2002) herinnert ons eraan dat de snelheid van jiu jitsu niet uit hardheid maar uit techniek moet komen. Mijn partner raakt een beetje uit zijn doen. Ik laat nu en dan mijn strijdkreet horen, dan lijkt dat geklungel van me tenminste nog ergens op. Tijdens een pauze zie ik vanaf de zijlijn een groene-bander schitteren in sierlijke stijl, alsof alles hem geen moeite kost. Die zal ooit de zwarte band gaan halen en dan echt gaan beginnen, zoals met alle kunsten: pas na jaren begin je een beetje te snappen waar je mee bezig bent. Het zoontje van mijn vriend heeft me niet nodig, maar met zijn series in mijn hoofd begin ik nu de verschillende graden door elkaar te halen. Het scenario van negen maanden oefenen wordt onleesbaar in mijn hoofd. Pluto komt me treiteren, stuurt een koude windvlaag door een raamluikje. Een heupworp van mijn partner doet de rest, ik verga van de kramp in mijn nek. Na een minuut oponthoud stuurt de examinator me naar de kant. In de kleedkamer masseer ik met mijn zweet mijn nekspier terug in redelijke doen. Terug op de mat voor dit moeizame examen adviseert de examinator me mijn gedachten naar mijn onderbuik te sturen. Dat helpt. Aan het einde van het examen leest de sensei de namen op van de geslaagden. Oei, hij pauzeert bij mijn naam… Gaat ie me zeggen dat ik voortaan maar beter achter mijn schrijftafel kan blijven zitten? Nee, ik heb de langste kiai van allemaal, een non-fysiek wapen vanuit de onderbuik. Kiaaaiii! Mijn redding. Maar kun je niet beter goed zakken dan slecht slagen? Ik heb Pluto weerstaan, maar mezelf niet. Ik moet nog een hoop leren. Nee: ik mág nog een hoop leren. Het verschil ligt in anders denken.
Haagsche Courant, vrijdag 14 februari 2003


