Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Jiu-jitsu en de kunst van het kijken

logo alfred birney Examen! Blij dat ik niet op de lijst sta, scheelt weer een slapeloze nacht. Ik bevind me in de comfortabele positie plaats te mogen nemen op de publieke tribune, als ik de klassieke gymnastiekbankjes in de beroemde rode dojo aan de Groot Hertoginnelaan zo mag noemen. Twintig kandidaten treden aan, later voegen zich twee laatkomers bij hen, wat je in Japan niet moet flikken want dat wordt dan voor straf een seizoen lang walvisjagen of weet ik veel wat ze daar voor zulke etiquetteschenders in petto hebben. Er doen zeven vrouwen mee, wat ik al wist, anders kwam ik niet kijken natuurlijk. Vrouwen hebben doorgaans een betere techniek, anders krijgen ze dat manvolk niet op de grond, snapt u? Huh, u dacht zeker dat ik aan hele andere dingen dacht, hè? Wat een simpele lezers zijn jullie toch. Terwijl enkele duo’s hun kunsten vertonen zit een zekere Indo uit het voormalige Nieuw-Guinea als een overjarige boeaja (vrouwenjager) met de twee jonge dames van Vitalizee te babbelen, alsof ie op een zaterdagmiddag in de kampong aan het buurten is. Hij bestaat het ook nog om met de benen voor zich uit gestrekt te zitten, wat in Japan ongetwijfeld de lachlust van het publiek zou hebben opgewekt, want zo zitten homo’s erbij, en nep-boeaja’s, in geen geval beoefenaren van het jiu-jitsu. Het is een examen voor beginnersbanden. Voor de leek is het dan heel moeilijk te beoordelen hoe goed of slecht de jiujitsuka’s het doen, omdat de technieken nog niet uitgevoerd kunnen worden zoals het uiteindelijk moet. Net als bij andere kunsten geldt ook hier dat het lang duurt eer het er echt goed uit gaat zien. Iemands nek omdraaien leer je in een maand, maar iemand met souplesse, gratie en stijl naar gene zijde helpen is andere koek. Witte-banders hebben het het moeilijkst, het is hun eerste examen. Gele-banders lijken meer ontspannen, zoals de dames van Vitalizee, maar die hebben natuurlijk een lekkere massage van hun werkgever meegekregen. Ze hebben allebei de boeaja als partner gekozen, want die kun je lekker smijten zo relaxed als ie is. Of hij ruikt lekker, kan ook. Er staat ook een macho mulat op de mat, die mij met de uitvoering van een simpele kniedruk aan de oude wijzen doet denken met hun lofzangen over ‘schoonheid in eenvoud’. De uitslag van het examen verbaast mij als gewoonlijk. Ik heb geen idee hoe de vier examinatoren kijken. Waarom kan iemand die zich allerlei slordigheden veroorlooft toch hoger eindigen dan iemand die alles tot in detail nauwkeurig wil uitvoeren? Een urenlange discussie met mijn broer brengt ons tot de conclusie dat de examinatoren in eerste instantie lijken te kijken naar hoe de onderdelen van de zelfverdedigingstechnieken in elkaar overvloeien. ‘Je moet zijn als water.’ Zoiets citeerde Bruce Lee eens. In die woorden ligt de weg terug naar de bron. Het kan heel lang duren eer je zo’n zin echt begrijpt. Je moet het voelen. Maar dan… Je kunt het nog altijd mis hebben…

Haagsche Courant, vrijdag 23 april 2004