Juf (2)
Terug naar Christie. Zomer van 1967. Ameland. Een regenachtige week in juli. We slapen in jeugdherbergen. Op een nacht word ik met een paar kornuiten betrapt door de herbergier op onze tocht naar de meisjesbarak. We worden met een hooivork een schuur ingejaagd, waar we voor straf slapen in het hooi tussen de ratten. Christie hoort mijn verhaal aan en stelt me juffige vragen over mijn gedrag. Ze heeft zich tijdens een avondwandeling helemaal terug laten zakken naar de staart van de groep, waar ik slenterend op haar wachtte. Ze zegt dat ze niet van tongzoenen houdt. Dan weet ik dat alvast. Ligt hier een link met de mondhygiëniste? Ik kan me voorstellen dat ook zij in haar professionele schoonmaakwoede niet van tongzoenen houdt. Ze wandelt dagelijks over het strand om haar honden uit te laten. Hier ligt een link met het eiland Ameland, die we op een dag te voet rondden. Christie droeg ook een bril, een zeer sterke. Ze was wijs, afschuwelijk wijs. Haar brieven, later, kwamen zonder spelfouten en vroegen soms om woordenboeken. Ik denk niet dat mijn mondhygiëniste een bijzonder intelligent persoon is, althans niet zoals Christie destijds op mij overkwam. Jeroen Brouwers citeert ergens in zijn boek De zondvloed (1988) een Maleis vers: Denk niet terug aan wie je kwijt bent. Die is toch heel iemand anders nu… Dat kan ik uit ervaring bevestigen. Maar je onbewust aangetrokken blijven voelen tot wie lijken op wie je kwijt bent, is iets anders dan denken.


