Just someone to keep my house clean
Ik werd de hele ochtend nogal nadrukkelijk in mijn dromen vergezeld door de secretaresse van een collega schrijver, die ik op een of andere conferentie ontmoette. Bijzonder mens, uiterlijk kindvrouw, innerlijk iets anders, al zou ik niet weten wat. De armbanden en overige sieraden die ze op het nachtkastje naast mijn bed had achtergelaten, vertelden weinig. Zelfs niet over ons samenzijn. Ze was tegen me aangekropen, zoals wolven doen, we sliepen goed. Buitendrooms ging mijn gsm steeds af. Ik nam één keer op om me laten vertellen dat de stichting thuishulp iemand anders zou sturen, omdat de amechtige Indiase dame van verleden week op vakantie was. De andere keren liet ik de telefoon onbeantwoord. De invalster was een Hindoestaanse Surinaamse, van wie aanmerkelijk meer energie uitging dan die van verleden week. Ze wist van werken, ik voelde me ietwat opgelaten bij mijn lectuur van Kawabata op mijn zonnig balkon. Ik heb haar een pauze gegeven en Javaanse koffie voor haar gezet. Ze zei dat ze blij was dat ik niet aldoor met allerlei bevelen achter haar aanzat. Ze had een dergelijke ervaring gehad bij een Turkse dame, die haar geen minuut rust gunde, geen koffie, water, niks. De vrouw wil graag vast op de donderdag bij me blijven. Ik heb toegezegd het te zullen regelen. Waarmee mijn hoop op een Poolse natuurlijk meteen is vervlogen. De populariteit van Poolse arbeidskrachten is momenteel zo groot in Europa, dat hun werksters – tegenwoordig interieurverzorgers genoemd – inmiddels de vorstenhoven wel gehaald zullen hebben.


