Kassian
Kassian. Dat zeggen Indische mensen als ze medelijden met iemand hebben. In het onderhavige geval mijn kassian met Bouke Jagt, voor wie een In Memoriam verscheen in de HC van 4 mei jl. Nu blijkt de man helemaal niet dood te zijn. Waar hij uithangt, is niet bekend. Het gerucht wil dat Bouke Jagt zelf de rouwadvertentie in de krant heeft laten plaatsen, opdat hij ‘een lange reis’ kon maken om een gevangenisstraf te ontlopen die hem boven het hoofd hing naar aanleiding van een zedendelict. Men denkt aan een grap. Ik niet.
Wie is Bouke Jagt? Dat vroeg ik me af toen ik bij het samenstellen van de bloemlezing ‘Oost-Indische inkt’ een prozafragment van deze schrijver wilde opnemen. Bert Paasman, buitengewoon hoogleraar aan de UVA, schreef me dat er een kinderboekenauteur is met de naam Bouke Jagt én een schrijver, dichter, advocaat Bouke B. Jagt, geboren in 1944 te Bandoeng, Java. De in de HC van gisteren geciteerde rouwadvertentie vermeldt echter dat hij in 1942 geboren is te Padang, Sumatra. De schrijver nam nooit de moeite mij een rectificatie te sturen voor de kennelijk onjuiste informatie in mijn bloemlezing.
Bouke Jagt is héél even op de presentatie van ‘Oost-Indische inkt’ gesignaleerd bij boekhandel Van Stockum. Het was in de herfst van 1998. Schrijfster Paula Gomes vertelde me dat hij schichtig kon zijn. Volgens de HC van gisteren draait het in zijn boeken ‘meer dan eens om seksualiteit’. Volgens mijn eigen leeservaring vooral om de gewelddadigheden tijdens de oorlog in Nederlands-Indië. Vandaar mijn kassian.
Haagsche Courant, woensdag 29 mei 2002


