Onderstaand lied, A Salty Dog (1969) van Procol Harum, maakte destijds indruk op me vanwege de herkenbare kreet: All hands on deck! Als jochie riep ik dat altijd wanneer een vijandige bende van een andere straat in aantocht was. Scheepvaarttaal kwam via speelfilms en geschiedenisonderwijs tot ons maar bereikte nooit de Nederlandse popmuziek in die tijd. Daarvoor was onze kennis van de Engelse taal te beroerd, als je al in staat was met een goede beheersing van een vreemde taal een werkelijk schitterende tekst neer te pennen. Dat deed Keith Reed namelijk, op muziek van Gary Brooker, die achter de piano zong.
Naar verluidt had Keith Reed poëzieklassen gevolgd. Met A Salty Dog zou hij schatplichtig zijn geweest aan The Rime of the Ancient Mariner (1798) van Samuel Taylor Coleridge, een lang gedicht dat zich als volgt laat samenvatten:
Een zeeman schiet op zee zonder duidelijke reden een albatros neer en wordt daarom met de rest van de bemanning gestraft door hogere machten. De zeeman draagt als teken van boetedoening de dode albatros om zijn nek en is de enige op het schip die niet omkomt van dorst. Als hij in een delirische toestand een aantal waterslangen zegent, valt de albatros van zijn nek en wordt zijn schuld uitgewist. Het schip keert op wonderlijke wijze terug in de thuishaven, waar de zeeman de absolutie krijgt van een heremiet. Voortaan zwerft hij rusteloos de wereld rond om aan iedereen zijn verhaal te vertellen.
Maar hier enkele strofen uit A Salty Dog:
Upon the seventh seasick day we made our port of call
A sand so white, and sea so blue, no mortal place at all
We fired the gun, and burnt the mast, and rowed from ship to shore
The captain cried, we sailors wept: our tears were tears of joy
Now many moons and many Junes have passed since we made land
A salty dog, this seaman’s log: your witness my own hand
Als je de invloed van Coleridge even vergeet, dan zie je een tekst voor je van een stel muzikanten met een sterk historisch besef. Engeland was immers ooit een grote koloniale zeemacht, net als Nederland dat was. Het grote verschil is dat de koloniale geschiedenis van Engeland onlosmakelijk in woord en schrift verweven is met de geschiedenis van het eigen land. Dus tot en met de popmuziek. Bij Nederland is daar geen enkele sprake van. Ik moest daaraan denken toen ik slechts 140 woorden in een krant mocht wijden aan Ulbe Bosma’s boek Terug uit de koloniën, waarin de Nederlandse postkoloniale geschiedenis en wat daaraan voorafging wordt beschreven. Geen kost dat de Nederlander met de paplepel krijgt ingegoten.
Rudy Kousbroek beschouwde het in zijn boek Het Oostindisch kampsyndroom (1992) als een enorme gemiste kans dat de Nederlandse cinema ons koloniale verleden vrijwel geheel links hebben laten liggen. Maar is die kans ooit wel reëel geweest? Nederland is een vlak land, waar je kilometers ver kunt kijken. Het ligt wel achter de duinen, en beneden de zeespiegel.