Koningsplein – Koningsplein
Het is een zootje op en rond het Koningsplein, voor fietsers is het klunen geblazen, maar het lijkt al in de oude luister hersteld wanneer in de avond de klassieke straatlantaarns worden ontstoken. Zachtgeel licht. Tranquillizer tegen overlast van hangjongeren misschien?
De kern van het Koningsplein was verleden jaar nog een betonnen basketbalveld in gettostijl, met kleinbehuisde bomen op de modderige vierkante meters eromheen. De bewoners aan het plein waagden zich er amper, beducht voor Antilliaanse jongeren die te stoned waren om link te worden maar die men toch liever aan de bomen zag hangen. Uit een of ander gemeentelijk grijzemuizenbrein kwam het onzalige idee om onder het basketbalveld een parkeergarage te bouwen. Zeg een doodlopende Haagse tunnel waar zwervers maffen, verslaafden een shotje nemen, vrouwen worden verkracht en blanke mannen door bruine knaapjes van twaalf voor een tientje worden bevredigd. Buurtcommissie in de bomen, wat dacht u.
Of dat plan nog doorgaat zou ik niet weten, ik lees de buurtkrant niet. Belabberd proza, krijg ik de kriebels van. Anyway, bovendeks het oude blabla, okay. Maar verkeerstechnisch is het het meest bezopen plein van heel Den Haag, want ruimend (= thans gas gevend inzake zieke kippen) van de Koningin Emmakade (zonder water) moeten automobilisten het plein linksom passeren, kippig of niet. Dat Engelse verkeer heeft menig hachelijke situatie doen ontstaan, dames en heren verkeerskundigen. Vanaf de Conradkade (met water) mag je niet rechtsaf, wat menigeen toch doet, zie de macht der gewoonte. Enfin, de helft van de (ook al zieke) bomen is inmiddels weggekapt, dus straks kan men beter zien wie men voor de sokken rijdt: een lekkere Turkse bink of een dito blond wijf.
Hoe het met het (voorheen) Koningsplein in (voorheen) Batavia is gesteld zou ik even niet weten. Mijn overgrootvader had er een koloniale woning met koetshuis voor hij terugging naar patria. Op eerbiedige afstand kabbelde de Tjiliwoeng, het tempo doeloe-water vergeven van de krokodillen. Mijn grootvader joeg op ze, die schurk. En mijn vader, nogal branie, beweerde dat tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap de vijand usueel, dead or alive, aan de krokodillen werden gevoerd. De tijd is ook geen vegetariër. Toen ik een kijkje bij de rivier ging nemen, was er geen kroko meer te bekennen. Denkelijk verorberd door de paria’s aldaar.
Laatst ving iemand toch nog een babykrokodil uit de Ciliwung! Dat is zoiets als de ooievaar terug op het Koningsplein. Voorpaginanieuws! De armelui kunnen er niet om juichen. Die doen hun behoefte direct in de rivier, die zo vies is als bij ons de Noordzee wanneer de waterschappen na een zware regenbui even de fecale streptokokkenkraan opendraaien. Mijn zoontje rapt: ‘En er kwam een krokodil en die beet ‘r in d’r bil, en Sarie Mareis gaf een gil.’ Verindischt Afrikaans. Zouden ze in (voorheen) ou Transvaal ook nog ergens een (voorheen) Koningsplein hebben? Hoe maak je eigenlijk ooievaar klaar?
Alfred Birney / Haagsche Courant, vrijdag 7 maart 2003
