Kreeft

hat logo meneer b Mijn naam is meneer B. en ik eet geen kreeft. Het is niet zo dat ik uit principe geen kreeft eet. Ik bedacht het slechts toen ik vanmiddag een kolonie kreeften gadesloeg. Het was in een van die supermarkten in China Town, de bak stond op borsthoogte en de dieren kropen over elkaar heen in fris gehouden water. Het aantal verbaasde me, het moesten er wel vijftig zijn. Chinezen eten alles, dat is mij bekend, maar het eten van kreeft associeer ik eerder met het mediterrane leven. Ik was ooit dol op island hopping, ik at van alles aan de haventjes op de Griekse eilanden, maar géén kreeft. Dat ze levend worden gekookt kan een bezwaar van me zijn geweest. De onwil mijn onervarenheid te tonen met het eten van kreeft kan hebben meegespeeld. De dieren waren prijzig indertijd. Het was not done om kreeft te eten. Kreeft was iets voor de nouveau riche en overige aanstellers. Thans is het eten van kreeft bijna een volksaangelegenheid geworden. Er zijn mensen die vinden dat ze ‘alles’ moeten hebben geprobeerd voor ze sterven. Zoiets is natuurlijk onmogelijk. Zouden ze ‘alles’ vervangen met ‘zoveel mogelijk’, dan wekten ze althans de indruk over het leven te hebben nagedacht, ondanks een dergelijke armzalige levensinstelling. Ik zou op mijn beurt nooit het tegenovergestelde zeggen. Het lijkt me eerlijk gezegd wel lekker om me eens aan kreeft te wagen. Maar dan moet er wel iemand tegenover je zitten, in een jurk, ze jongleert met een muiltje op haar tenen onder een wiebelende tafel en verleidt je benen tot een tango onder tafel, enfin de zee klotst loom tegen de kaderand, er zijn lichtjes in de verte, alles bevindt zich in de verte, geen helderziende kan vooruit zonder turen in de verte. Ik kijk liever achterom.