Alfred Birney schrijver, webfreak, gitarist

alfred birney is uit het jaar van de kat

Auteur    Bibliografie    Boeken    Contact    TABs    Sitemap   


Lafheid en asperges

logo alfred birney Van alle namen uit het adressenboekje van mijn vader die tijdens mijn vroege jeugd in Den Haag voorbijkwamen was die van Stokkermans het gewoonst. Een naam die paste in beeld en spraak van de Hollandse karakteristiek. Veel van mijn vaders vrienden droegen Europese namen die wat detoneerden bij hun Indisch uiterlijk. Er was er maar één wiens naam bijna op zijn gezicht stond geschreven: Matagora. Hij was dan ook geen Indo maar een Ambonees met die typische a’s in de naam: lange, open klanken, zo anders dan de potdichte naam van Stokkermans.

Het fenomeen van de ‘zwijgende Indische vader’ is een fabel, een literair motief dat niet deugt, een cliché. Jongens gaan de oorlog in. De een komt er zwijgend uit, de ander verhalend. Mijn vader, een man uit Oost-Java, vertelde, verhaalde en schreef over de oorlog. Stokkermans, een man uit het Westland, zweeg. Slechts eenmaal zou hij zijn mond hebben opengedaan over de oorlog ver overzee.

Ik herinner me niet dat Stokkermans ooit bij ons aan de deur kwam. Maar hij ontving. Mijn vader zocht hem vaak op, alleen. Eén keer ging ik mee. Stokkermans bewoonde te ’s-Gravenzande een akelig nauwgezet onderhouden huis. De vloeren immer geboend, de Hollandse tafelkleedjes stofvrij, geen dor of ook maar verlept blaadje tussen de kamerplanten in de vensterbank achter de spierwitte vitrages, symmetrisch gedrapeerd achter de pijnlijk gepoetste ramen.

Het moet voorjaar, begin zomer zijn geweest, want er werden asperges opgediend. Ik had die dingen nooit eerder gezien en deed mijn best mijn mond niet te vertrekken bij de bittere smaak. Stokkermans, de man met het strakke gezicht, de gesloten dunne lippen, bekeek me neutraal, terwijl mijn vader me aanspoorde die van boter druipende stelen op te eten.

Er werd niet gesproken aan tafel bij Stokkermans en zijn vrouw. Wanneer je eet, praat je niet. Die cultuur, zo anders dan bij mijn vaders Indische kennissen, waar aldoor werd gesproken over wat je at. De rijsttafel als dubbelmotief voor het bewegen van de mond.

Mijn vader koesterde een groot respect voor Stokkermans. Want Stokkermans was een ‘echte’ marinier geweest, die naar Indonesië was gestuurd om er orde op zaken te stellen. Had hij er dorpen platgebrand in naam van de koningin? Hij sprak er niet over. Had hij Indonesische vrijheidsstrijders neergeknald? De Hollander zweeg.

Vele jaren later ging ik me met mijn vaders oorlog bezighouden. Het was mijn moeder die tegen me zei dat ‘die stijve Stokkermans’ zich ooit één keer iets over de oorlog had had laten ontvallen: ‘Dat je vader een lafaard was.’ Niet bepaald iets wat een zoon graag over zijn vader wil horen. Ging Soerabaja Papa daarom zo vaak naar Stokkermans? Om de held te kunnen zien die hij zo graag had willen zijn?

Haagsche Courant, vrijdag 25 maart 2005