Mijn literair agente

hat logo meneer b Mijn literair agente laat maar niets van zich horen. Zo lang er geen nieuws is, is er geen slecht nieuws. Mogelijk heeft ze zich in een zoveelste amourette gestort en is ze mij voor een poosje vergeten. Ik meen me te herinneren zoiets over haar te hebben gedroomd, maar ik kan het ook in een eerdere log hebben geopperd en zijn mijn fantasie en dromen in een kruisbestuiving terechtgekomen. Is dat ook een vorm van liefde? Dit lijkt mij een zeer literaire en nutteloze vraag. Literatuur is heden ten dage nauwelijks nuttig te noemen, vandaar die cynische opmerking. Het heeft, anders dan, zeg, vijf jaar terug, geen zin meer om zonder een contract op zak een boek te schrijven. Zelfs vingeroefeningen kunnen onder de noemer bezigheden voor idiote idealisten worden gerangschikt. Mijn agente is op de hoogte van vijf boeken die ik in principe zou kunnen schrijven en gaat met haar notitieboekje uitgevers langs. Er is één jonge redacteur bij een uitgeverij over wie zij aldoor spreekt. Omdat mijn agente vanwege belastingtechnische motieven niet door mij betaald wil worden, moeten haar belangen elders worden gezocht. Misschien gebruikt me mij om als redacteur ergens onderdak te krijgen. Maar het kan ook zijn dat ik het stuifmeel ben dat haar een dekmantel geeft voor haar amoureuze uitstapjes. Ik mag hopen dat ze op dit ogenblik ergens lekker ligt te neuken. Of is ze nog zo dwaas om in zoiets als een vaste relatie te geloven? Ze is de veertig gepasseerd. Hopeloos geval.