NAKONI
Zelfverdediging is in. Wellicht als reactie op de toename van geweld op straat en niet te vergeten in huis. Aan de basis van vele zelfverdedigingssystemen ligt het jiujitsu. Maar waar ligt nou de bron van het jiujitsu? Men zegt bij de Japanse samoerai en ninja-krijgers. Maar mensen willen namen horen. Nou, tegen het einde van de 17e eeuw ging ene Akijama Shirobei Yashitoki, een Japanse arts, voor een tijdje naar China. Een religieuze groepering leerde er hem een speciale gevechtsmethode, maar Akiyama bleef verstoken van de essentie. Terug in Japan bekeek hij op zekere dag de takken van een ondergesneeuwde kerselaar en een wilg. Die van de kerselaar braken af, terwijl die van de wilg bogen, zodat de sneeuw eraf gleed. Akijama begreep toen dat een vechter moet ‘meegeven om te overwinnen’. Dat is nu nog het motto van de jiujitsubeoefenaar. Het wordt overigens meestal vergeten, de weg van oefening naar kunst is immers lang.
In een andere verhaalversie stichtte ene Akiyama Sinobu, een dokter uit Nagasaki, in 1732 een school die het vechten met de blote hand verspreidde volgens het principe van de meegevende wilgentakken. Was deze Akiyama Sinobu misschien een familielid van eerstgenoemde? Sommige bronnen houden beide personen voor een en dezelfde.
De ontwikkeling van het jiujitsu in Nederland kent ook naamsverwarring. Voor de Tweede Wereldoorlog hing hier nog een waas van geheimzinnigheid rond jiujitsu. Tijdens de oorlog verschenen van Alfred Mazure de populaire Dick Bos-strips. In een aflevering ontmoet de held Dick Bos een jiujitsu-expert genaamd Maurice van Nieuwenhuizen, op wie hij later meer en meer zou gaan lijken. Stripheld Dick Bos werd synoniem aan jiujitsu. Zijn geestelijke vader was in werkelijkheid een leerling van Maurice van Nieuwenhuizen. Indertijd werd ook het eerste volledige Nederlandse jiujitsu-systeem ontwikkeld, het NAKONI-systeem, een acroniem naar de bedenkers NAuwelaerts, KOning en NIeuwenhuizen. Hiervoor tekende niet Maurice, zoals velen beweren, maar zijn talentvolle broer Bob van Nieuwenhuizen.
Diens leerlingen droegen ooit witte kersenbloesems op hun jiujitsupakken. Waarom geen wilgenbloesem is mij een raadsel… De kleur van de knop gaf de gradatie aan, naar analogie van het judo in wit, geel, oranje, groen, blauw, bruin en zwart. Bevoegde leraren droegen een rode knop in een zwarte kersenbloesem. In de volksmond sprak men van het ‘kersenbloesemsysteem’. Hoewel leerlingen op de huidige school van Steve van Nieuwenhuizen nog altijd het klassieke NAKONI-systeem volgen, dragen zij nu judobanden. De gradatie is zo duidelijker zichtbaar dan in een kersenbloesem, maar de rijpere leerling kijkt door de kleur van een band heen. Zoals de meester door iemands façade heen kijkt.
Haagsche Courant, vrijdag 19 december 2003


