Nar (2)
Ze ontving me op zondagavond in haar penthouse. Sinds mijn verblijf op de hartbewaking in februari in het stadsziekenhuis had ik niet meer zo’n fraai uitzicht gehad op de stad. Het penthouse was schoon en smaakvol ingericht. Ik koos een hoekje op de zachte bank, Nar zat op een stoel schuin tegenover me. Ze zag er nog net zo uit als toen, alleen 40 jaar ouder. Zij dronk wijn, ik cola, – ik ben verslaafd aan cola sinds mijn hartinfarct, ik weet niet waarom en dat kan me ook niet schelen, het zal wel weer overgaan. Nar zei dat ze me had herkend aan mijn stem bij de kassa, toen ik iets tegen het kassameisje zei. Het was niet mijn stem van weleer in het kindertehuis, maar van een of ander radioprogramma over een van mijn boeken. Ze was mijn laatste roman gaan herlezen. Ze had zichzelf het boek cadeau gedaan in de lente van 2000. Haar zoon liet haar geamuseerd overbrieven dat hij nog een boek van me had uit een bibliotheek. Hij had het er geleend en nooit teruggebracht. Ik had Nar per e-mail aangeraden het boek niet te lezen, nu zei ze dat ze er van moest dromen. Maar die dromen hinderden haar niet. Ze toonde veel gevoel voor literatuur en stelde geen vragen over wie model voor wie had gestaan. Ze noemde allerlei details uit het boek die haar aanspraken. Ik begon me af te vragen hoe haar boek over die periode eruit zou hebben gezien.


