Ik herinnerde me vaag dat Nar was weggelopen. Dat klopte: vijfmaal. Ik vroeg haar of ze, net als ik, ooit in Huize Welkom in Arnhem, met streng gescheiden afdelingen, had gezeten. Ze zei dat ze er bijna een jaar had gezeten. Ik haalde direct mijn medicijnendoosje tevoorschijn om mezelf een tranquillizer met een slok cola toe te kunnen dienen. Ik dacht: dit kan niet. Zo lang houdt een mens het niet uit in zo’n afschuwelijk doorgangstehuis. Ik zat er zelf tweemaal gedurende veel kortere periodes, maar ik ben jarenlang achtervolgd door nachtmerries. We kwamen over nachtmerries te praten en daarna begon ze te vertellen over haar leven, nadat ze was ontsnapt uit dat afschuwelijke tehuis. Het was een opeenvolging van scènes uit een speelfilm: Franse setting, zwart-wit. Had Patrick Modiano haar pad gekruist, dan was ze nooit tussen die drie vrouwen in zijn boek Onbekende vrouwen terechtgekomen. Ze is teveel survivor, ze zou een apart boek hebben gekregen. Maar heeft ze zelf nooit geprobeerd iets op papier te zetten? Ja, schrijven is niet moeilijk, maar goed schrijven is iets anders. Ze doet wat ze goed kan: handelen in lingerie. We vergaten de tijd. Toen ik om halfvijf in de ochtend vertrok, moesten we tot ons leedwezen toegeven dat Huize Nieuw-Voordorp in Voorschoten het beste tehuis was dat we hadden gekend. We hebben het alleen toen, 40 jaar terug, niet geweten. Het is als het besef dat je ooit wegliep van je enige ware geliefde, naar wie je nooit meer terugkunt.