Als je meewerkt aan een speciale uitgave, onverschillig boek of tijdschrift, dan vraagt men je altijd een minibio te schrijven. Ik vind dat wat armoedig, bijna typisch Hollands, je maakt dit niet snel mee in andere landen, waar redacteuren het een eer vinden om de schrijvers van hun keuze helemaal zelf te mogen portretteren. Waarschijnlijk hebben de redacteuren hier bij ons geen tijd, zoals uitgevers nooit tijd hebben en lezers ook al niet en er niemand lijkt te zijn die gewoon even de tijd neemt. Want tijd moet je nemen, dacht ik zo. Neem de tijd. Dat hoorde je vroeger veel in winkels uit de monden van verkopers komen, wanneer je er rondscharrelde. Neem de tijd. Prachtige zin, zit heel veel in. Ik neem ook echt de tijd om een artikel te schrijven wanneer mij er om gevraagd wordt. Heb ik geen tijd, dan zeg ik: nee, sorry, ik heb geen tijd. Ik zou natuurlijk moeten zeggen: nee, sorry, ik heb geen zin om de tijd te nemen. Maar ja, dan heb je een probleem, want dan hoor je aan de andere kant van de eh… lijn?… dat je toch wel even de tijd kunt nemen? Goed, ik heb inmiddels ruimschoots de tijd genomen om iets over mijn moeder te gaan vertellen, maar ik zit al weer bijna aan mijn geliefde lengte van 250 woorden, dus ik laat het hier maar bij. Niet dat ik geen tijd heb, maar ik vind het wel best zo. Het is wel best zo.