Niet als de dag van gisteren

hat logo meneer b De dag was niet als die van gisteren. Ik weet niet of ik dat moet betreuren. Herhaling is immers dodelijk. Het was minder koud buiten, maar miezerig, je hoort veel mensen hoesten. De avond was ook niet als die van gisteren, toen ik bij kaarslicht in de keuken zat en met lui gestrekte benen mijn hakken op de radiator van de centrale verwarming liet rusten. Een van de meisjes van de overkant, ik denk een studente, was bedrijvig achter haar aanrecht in haar studentenkamer. Ik zag alleen haar silhouet, ze droeg een rok, ze bewoog zich niet gespannen, zoals veel mensen doen die moeten koken als er visite wordt verwacht. Integendeel, ze bewoog zich gracieus en soepel, een genot om naar te kijken. Ik zag haar op de rug en heb geen idee hoe haar gezicht eruit ziet. Dat kan me niet schelen overigens. Ze schonk me een genoeglijk uur. Ik bedacht dat niet veel meisjes rokken dragen, ze dragen allemaal broeken, wat ik met het klimmen der jaren steeds afschuwelijker ga vinden. Ik voelde me wel een gluurder, wat je snel hebt wanneer je hier uit het raam kijkt. Ik moest denken aan ‘De ziener’ van Simon Vestdijk, hoewel ik me nauwelijks iets van dat boek herinner. Klom die onooglijke man niet eens in een boom om iemand te kunnen bespieden? Geen boek om te herlezen, anders dan ‘De kelner en de levenden’, een boek met een sfeer die waarschijnlijk veel invloed had op mijn eigen eerste boek.