Niets om te betreuren
Ik zag Ninja op straat. Het was een dag waarop ik iedereen op straat leek tegen te komen. Maar Ninja is de enige die ik heb onthouden en de enige met wie ik sprak. We merkten elkaar tegelijkertijd op en riepen elkaars naam in verassing. Het is altijd een verrassing haar tegen te komen, het gebeurt zelden. We schuilden onder een luifel tegen de wind en de natte sneeuw. Ze is nog erg jong, maar al te oud om nog een Lolita te kunnen zijn. Ze zit in de fase waarin jonge vrouwen zwarte kleding gaan dragen en verwoed allerlei richtingen inslaan om antwoord ophun vragen te krijgen. Niet alle jonge vrouwen komen in de zwarte kleding-fase, alleen zij met een min of meer complex karakter en bovendien behept met artistieke kwaliteiten. Ik ben geen vriend van Ninja, veeleer een oudere gids die soms haar pad kruist. Ikzelf zocht indertijd ook oudere vrouwen en mannen op, die mijn levensvragen moesten beantwoorden, en dat uiteraard niet konden. Je kunt hooguit voorzien hoe een jong persoon zich zal ontwikkelen, maar je kunt het ze niet vertellen. Ervaring overbrengen is onmogelijk en vrijwel zinloos. Ik herinner me dat ik als jongeling nauwelijks oog en oor had voor de noden en gebreken van mijn oudere gidsen. Nu sta ik aan de andere kant. Het leven herhaalt zich, generaties komen en gaan, het lijkt alsof de mensheid zich ontwikkelt, maar we blijven onderworpen aan processen waarop wij geen vat hebben. Niets om te betreuren.


