Een documentaire over een rigide heropvoedingprogramma in een vrouwengevangenis in Sjanghai, China, toonde de televisie op zijn sterkst. Orde, tucht, discipline. Vrouwelijke gevangenisbewaarders als soldateske figuren. Binnenplaats, holle gangen, betraliede muren. De zwaarste gestrafte vrouw hing de doodstraf boven het hoofd met een uitstel van twee jaar; de lichtst gestrafte vrouw had 18 jaar opsluiting in het vooruitzicht. Met goed gedrag konden de vrouwen eventueel voor strafvermindering in aanmerking komen. De vrouw kon haar doodstraf in levenslang omgezet zien, wat mij nauwelijks een troost lijkt. Ze had haar man vergiftigd toen bleek dat hij een andere vrouw beminde. Haar crime passionel werd haar zwaarder aangerekend dan een vrouw die haar man vermoordde na langdurig mishandeld te zijn geweest. Het aangrijpendste verhaal kwam van de vrouw die 18 jaar moest zitten. Ze was verliefd geworden op een man wiens zaken wat diffuus waren. Op een dag moest hij ergens iets afgeven, maar zij was ongeduldig en deed het liever voor hem, zodat ze snel lekker bami konden gaan eten. Ze rende het gebouw in, de trap op, recht in een fuik. In de rechtszaal werd haar onschuld onderkend. Maar ze was actief geweest, dus medeschuldig. Toen haar man de rechtszaal werd binnengeloodst zag zij dat hij geboeid was. Dat betekende de doodstraf, wist ze. Ze vroeg de cipier of ze nog even zijn hand mocht vasthouden. Dat mocht. Zou ze hem geen verwijten toesnauwen voor ze hem de kogel gaven? Nee, ze wilde nog éénmaal zijn warmte voelen. Voor de herinnering.