Onzuiver

hat logo meneer b De nacht was eenzaam, ik moest werken aan een novelle waarvan mijn agente volgende week een versie wil overhandigen aan een uitgever die zich geïnteresseerd heeft getoond. Zó liet ze me dat althans weten. Het is evengoed mogelijk dat beide partijen een bijzondere interesse in elkaar hebben en ik als slapend postillon d’amour in hun liefdesspel niet verder zal komen dan als half afgekloven entrée op een schaal waarop wijn is gemorst en ik word toegedekt met hun gekreukte rode servetten alvorens zij de trap bestijgen naar de turkooizen kamer en suite met uitzicht op zee. Ik denk dat mijn novelle maakwerk is, de vrucht van jarenlang vakmanschap, weliswaar binnen de context van mijn eigen esoterisch universum, maar toch… Eerlijk gezegd kan die novelle me helemaal niets schelen. Dit dagboek is uitdagender. Ik hoef niets te verzinnen, niets te componeren, niets op te lossen, ik hoef me geen zorgen te maken over geloofwaardigheid, leesbaarheid en al die onzin meer. Ik hoef alleen maar te schrijven. Ik kan schrijven wat ik wil, ik kan iemand als Naomi gewoonweg laten staan. Niet dat ik dat nu zou willen. Ze bezocht vanmorgen vroeg mijn fantasieën en die waren de zuiverste niet. Ik bleek die antiheld van Beckett niet, nog lang niet. Vanavond bezocht ik de school om met een leraar van mijn zoon te spreken. Maar ik dacht aldoor aan Naomi. Hier, op deze trappen, heeft ze gelopen. Hier, in deze gang, zal ze morgen weer lopen. Naomi… Ik lijk wel idioot.