Oom Soen

logo alfred birney Mijn vader kreeg in zijn eerste levensjaar te kampen met een lelijke zweer achter zijn oor, die niet wilde genezen. De artsen van zijn vader, Europeanen van faam, gaven hem op. Moeder Swan kon haar kleine nakomeling niet zien sterven en gaf hem aan haar jongere broer Soen ter genezing mee naar Blitar, een plaatsje niet ver van moeder Swans geboorteplaats Kediri. Mocht oom Soen met zijn Oosterse geneeskunst falen, dan diende hij de kleine diep in de rimboe te begraven, binnen de loop van rivier de Brantas.

Oom Soen wikkelde hem in lompen en een oude sarong en nam hem mee, weg uit het drukke en hete Soerabaja. Ik weet niet hoe oom Soen reisde midden jaren twintig in de vorige eeuw, er waren al auto’s en treinen, misschien ging hij deels te paard langs rivier de Brantas.

In Blitar kreeg Oom Soen hulp van twee zusters en een paar nichten. Na twee jaar werd de kleine nakomeling genezen en enkel nog wat gehinderd door rachitis teruggestuurd naar zijn moeder in Soerabaja. Moeder Swan gaf hem voortaan driemaal daags levertraan te slikken tegen de rachitis. Tegensputteren kwam de kleine op tien zweepslagen te staan.

Oom Soen kwam pas weer terug in mijn vaders verhalen toen de man oud was: half blind en mank, gewapend met een stok. De man scheen over uitzonderlijke gaven te beschikken en moest in zijn jonge jaren de geheimen van de gevechtskunst hebben geleerd van een oude Chinese meester. Naar gelang de aard van de straf die hij wenste uit te delen kon hij met een doeltreffende tik van zijn stok iemands arm of been naar keuze voor een week verlammen, voor een maand of voor drie maanden. Een langzame dood met een looptijd van drie tot zes maanden was ook mogelijk, maar dan met een tik op iemands borst. Het ergste dat oom Soen kon doen was iemand met een uitgesproken vloek naar de andere wereld helpen.

Zoals alle meesters der gevechtskunst verstond oom Soen ook de buitengewone geneeskunst. Zijn handoplegging scheen wonderbaarlijk. De door hem gebrouwde drankjes en zalfjes vonden gretig aftrek tot in de wijde omgeving. En zoals alle grote geesten verstond oom Soen de kunst van het alleen zijn. Hij bewoonde een klein huis ergens aan de rand van Soerabaja, waar hij dagelijks zijn planten verzorgde totdat de rimboe voor hem begon te zingen wanneer de pendule zesmaal sloeg en de avond viel.

Het was lang na de oorlog en mijn vaders vlucht uit Indonesië dat het overlijdensbericht van oom Soen per brief tot hem kwam. De mensen uit de omgeving hadden gezegd dat in het uur van zijn dood de pendule stil was blijven staan en dat tegelijk met hem alle planten in en rond het huis waren gestorven.

Haagsche Courant, vrijdag 14 januari 2005

Share and Enjoy:
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MSN Reporter
  • MySpace
  • NuJIJ
  • RSS
  • Tumblr
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks
  • Hyves
  • email
  • FriendFeed
  • Live

Comments are closed.

boeken, columns, essays, artikelen, weblog