Die eigenzinnige weerkundige in het Engelse, die luistert naar de naam Piers Corbyn (hoe spreken ze dat aan de overkant eigenlijk uit?), is behoorlijk uitgelachen de afgelopen dagen. Het KNMI zag namelijk geen enkel teken van zoiets als een naderende storm of ook maar een herfstwindje. Integendeel: de zon zou gaan schijnen en het weer zou bijkans lenteachtig aanvoelen. Nou zat ik vandaag op de fiets, maar het was beuken geblazen tegen die noordenwind in (de weerkaart gaf een zuidenwind aan). Met de wind in mijn rug hield ik met gemak de auto’s bij terwijl ik op mijn lompe stadsfiets de boulevard afsjeesde. Ik zag één zot op een kleine surfplank over de woeste golven scheren en verwachtte elk ogenblik dat de wind zijn kite zou grijpen om hem over het havenhoofd te slingeren. De wind voelde grillig aan, zo niet onheilspellend. Maar dat kon inbeelding zijn. Nu lees ik dat het eigenwijze, of zelfvoldane, KNMI inmiddels tóch met een waarschuwing is gekomen voor wegverkeer en scheepvaart. Niet dat dat iets bijzonders is voor de tijd van het jaar, zegt het KNMI er bij. Intussen zal die Piers Corbijn misschien bijna hopen dat er een enorme storm zal gaan razen over Nederland, dan kan hij een stap verder zetten in de bewijsvoering van zijn theorie die zegt dat zonnevlekken het weer op aarde beïnvloeden. De weersverwachting dus als politiek spel tussen de gevestigde orde (KNMI) en WeatherAction: zeg maar het Linux onder de meteorologen. We zullen zien. Of voelen. Blub?