De Dubieuzen

alfred birney alfred birney de dubieuzenAlfred Birney
De dubieuzen
Essay
Haarlem, Knipscheer Publishers, 2012
Ingenaaid, met flappen, 224 blz
Cover Aafke de Jong
ISBN 978-90-6265-695-0
Prijs: €18,50
Bestellen

Nadat Alfred Birney in 1998 zijn veelbesproken bloemlezing Oost-Indische inkt; 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren had gepubliceerd, dook de schrijver nog dieper in de boeken. Dat resulteerde in Yournael van Cyberney (2001), waarin hij onder meer de maakbaarheid van de literaire canon onder de loep neemt. Nu brengt hij in De dubieuzen (2012) enkele opzienbarende boeken van vergeten schrijvers onder de aandacht. Het multiculturele leven in het voormalige Nederlands-Indië wordt daarin heel anders beschreven dan in boeken van beroemde schrijvers als Couperus en Multatuli. In dit diepgravend maar levendig geschreven essay over onze koloniale literatuur worden opvallende en verrassende parallellen met ons huidige anti-multiculturele klimaat getrokken, waarin racisme, vreemdelingenhaat en religieuze uitingen tegenstellingen uitlokken en leiden tot fel debat.

De pers:

Het is heerlijk weer eens een essay te lezen waarbij de schrijver geen blad voor de mond neemt maar keihard zegt en schrijft wat hij vindt. Vooral omdat hij niet alleen de vergeten Indische literatuur maar ook de nog amper gelezen Nederlandse klassiekers tevoorschijn haalt, er het stof vanaf blaast en er nieuw leven aan geeft.. Literatuurplein

Birney’s felle polemiek laat zien dat de canon van de Nederlandse literatuur getuigt van ‘blanke arrogantie’ jegens de Indo. – NRC

Alfred Birney is milder geworden. Maar juist daarom is hij gezaghebbender dan hij ooit geweest is. Indisch Anders

Eerder…

alfred birney de dubieuzen aafke de jong glenn pennock

Op vrijdag 20 april wordt in Mondiaal Centrum Haarlem het nieuwe boek De dubieuzen van Alfred Birney gezellig ten doop gehouden.

Presentatie & Receptie

van 20.30 – 22.00 uur
(zaal open 20:00 uur)

Programma

Glenn Pennock speelt gitaar, Alfred Birney wordt geïnterviewd door Peter de Rijk en Aafke de Jong treedt op met een Balinese solodans. Tot slot signeert de schrijver zijn boek. Speciale gast is Marjolein van Asdonck, hoofdredacteur van maandblad Moesson. De toegang is gratis.

Locatie
MCH [Mondiaal Centrum Haarlem]

Lange Herenvest 122
2011 BX Haarlem
023 – 542 3540

U bent allen van harte uitgenodigd hierbij aanwezig te zijn.
Reserveren vooraf is wenselijk, maar niet noodzakelijk voor late beslissers: indeknipscheer@planet.nl

Exclusief en alleen op 20 April, ter gelegenheid van de lancering van Alfred Birney’s boek: De Dubieuzen. Een CD met 3 dubieuze nummers van het multitalent Glenn Pennock:

glenn pennock

XTRA!

3 dubieuze gitaarnummers van Glenn Pennock voor Alfred Birney’s boek De dubieuzen… Scroll omlaag voor downloadlink.

glenn pennock dubieuzen muziek

HIER DOWNLOADEN

Shot Aafke de Jong tijdens presentatie

aafke de jong tijdens presentatie de dubieuzen alfred birney 2012

Recensie Kristalman op komst in Indisch Anders

east lente Ik ben geen liefhebber van Multatuli, maar Atte Jongstra vind ik wel amusant. Als Atte Jongstra nou met een boek over Multatuli komt, heb ik dan een probleem? Zijn boek Kristalman; Multatuli-oefeningen is vernoemd naar ‘het kristalmannetje’ uit Multatuli’s Minnebrieven, die door Jongstra ‘Max Havelaar II’ worden genoemd. Het belangrijkste boek dat zijn aandacht krijgt is niet de Max Havelaar, maar Millioenen-studieën. Dát is interessant. Multatuli en Max Havelaar zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het vervelende is dat de Max Havelaar door veel beroepslezers als de belangrijkste roman over onze Indische geschiedenis wordt aangeprezen. Multatuli zelf was de eerste die klaagde over de eenzijdige aandacht voor juist dat ene boek. Hij wilde zelfs geen schrijver zijn. Maar wat dan wel?

Lees de rest van deze recensie in Indisch Anders. Deze boekenkrant zal verschijnen ongeveer begin mei, wanneer de Tong Tong Fair weer op handen is.

Preview cover De dubieuzen

Ik heb de drukproeven van mijn komende boek De dubieuzen een week op mijn bureau gehad en er 66 fouten uitgehaald. Mijn uitgever haalde er 40 uit, veelal overlappingen. Het gaat meestal om de beruchte verkeerde afbreekstreepjes aan het einde van een regel. De tekst wordt nu bijgewerkt en zal weldra in productie gaan. Het drukken, inclusief transport etc., duurt een week of vier. De verschijning kan dus in de laatste week van april verwacht worden. Het boek telt ongeveer 225 bladzijden, zo’n 60.000 woorden. Hier is een preview van het omslag, met flappen:

alfred birney preview cover de dubieuzen

Laatste loodjes werken aan een essay

koloniaal In 2003 ontving ik van het Letterenfonds een subsidie voor het schrijven van een essay over koloniale literatuur. Vanwege ziekte in de periode 2006 – 2009 liep de voortgang van het boek ernstige vertraging op. Thans leg ik de laatste loodjes aan het boek, dat vele stadia heeft afgelegd. Boven het manuscript staat “9e versie”, dus dat zegt al genoeg. Ik heb er een slordige vijf jaar aan gewerkt. Laatst ben ik speciaal van Facebook afgegaan om ongestoord te kunnen werken, want, zoals u weet, social media leiden schrijvers van hun werk af. De commentaren van redacteur Jim Rotteveel, duizendpoot Esther Wils, Tjalie-biograaf Wim Willems en redacteur Koos van den Kerkhof heb ik in etappes verwerkt. Ik ben nu bijna zo ver dat ik het uiteindelijke manuscript, tellende ruim 58.000 woorden, kan inleveren en even kan gaan uitrusten. Nog een laatste check en het boek kan in productie. Als het productieschema geen tegenwind te verduren krijgt, zal het boek in april op de markt verschijnen. rss button Wilt u op de hoogte worden gehouden, abonneert u zich dan op dit weblog door op het rss-icoon (voorbeeld hiernaast) te clicken bovenin uw browser.

Internet als vijand van fictie

In het pré-internettijdperk was de leescultuur een oase waarin fictie kon gedijen zonder door non-fictie gebeten te worden. Verzonnen verhalen stonden model voor het leven van de mens. Thema’s herhaalden zich voortdurend. Een boek werd gedragen door de stijl van de schrijver. Non-fictie werd vaak opgediend in de vorm van essays. Thans worden essays met uiterste omzichtigheid uitgegeven. Veel uitgevers wagen zich er niet eens meer aan. Non-fictie heerst. Bekende Nederlanders krabbelen hun ervaringen haastig neer en zien hun boeken aangeprezen worden door ongeletterde presentatoren. Ik heb de opkomst van het weblog hand in hand zien samengaan met de toename van het aantal non-fictie boeken. Een bekende Nederlandse schrijver, Arnon Grunberg, verwees eens in een boek naar een weblog dat werd bijgehouden door een vrouwelijke romanfiguur. Toen zijn lezers erachter kwamen dat het weblog een verzinsel was van de schrijver zelf, voelden ze zich bedrogen. Het weblog was namelijk niet echt, het was fictie. Ik vroeg me af of er wel plaats is voor fictie op het internet. Ik blogde regelmatig onder de categorie van een verzonnen figuur, en ja: soms kreeg ik een mail van iemand die zich in iemand herkende en daar niet bijster vrolijk van werd. Had ik het in een boek gepubliceerd, dan was het om zo te zeggen een ander verhaal geweest. Hetzelfde verhaal, maar dan in papiervorm, in paperbackuitvoering met een omslag. Wezenlijk is er geen verschil. Het is de leeservaring. Die wordt gehinderd als je tegen het licht van een beeldscherm in kijkt.

19-12-2011 2:35:43

Verhaal Alfred Birney in Matchboox

alfred birney matchboox De populaire serie Matchboox heeft een verhaal van Alfred Birney in haar collectie. Een leuke gadget als verjaardagscadeautje, ludiek relatiegeschenk, etc. Een Matchboox is een klein, handgemaakt boekje in een lucifersdoosje. Zowel lezers als verzamelaars zijn er dol op en de items worden veelvuldig betwitterd. Ze zien er prachtig uit en kosten slechts € 4,95. Levertijd: enkele dagen.

Bij Matchboox vinden matches plaats van schrijvers en illustrators / beeldend kunstenaars. Alfred Birney vond zijn match in Joyce Bloem, die tien jaar geleden al mooie stukken schreef en illustreerde voor zijn geruchtmakend E-zine Yournael van Cyberney & Co.

Alfred Birney schreef het verhaal “De taart en de kat”. Joyce Bloem verwerkte de tekst knap in kleurige illustraties. De website van Matchboox vermeldt als cadeautip bij “De taart en de kat” het volgende: Voor dromers en spirituele mensen

Alle informatie en het bestelformulier over het boekje met het kortste verhaal dat Alfred Birney ooit schreef is op de webpagina van Matchboox te vinden. Veel plezier!

Come-back van Glenn Pennock

Afgelopen vrijdag vierde Glenn Pennock zijn comeback als schrijver. Ik dacht dat hij nooit meer op het schrijverspodium terug zou keren, maar nu staat hij er toch weer, weliswaar met gitaar, maar dat is welhaast usance onder Indo-schrijvers. Het was een erg gezellige avond, en vooral bijzonder. Want er zijn maar weinig schrijvers die na 23 jaar afwezigheid hun literaire snoet weer laten zien.

glenn pennock presentatie

Glenn Pennock (1953) is de schrijver van wie ik een fragment koos om mijn beruchte bloemlezing Oost-Indische inkt (1998) mee af te sluiten. Ik heb nooit uitgelegd waarom ik een fragment van hem koos, dat doe ik nu:

De bloemlezing opent met een wonderlijk stuk proza uit de Itinerario (1595-96) van Jan Huygen van Linschoten (+/- 1562 – 1611), waarin wordt verhaald van een vis die zich onder een zeilschip heeft vastgeklemd en met zijn enorme staart 14 dagen lang met tegendraadse zwembewegingen het schip in achterwaartse richting dwingt. Het leek me aardig om mijn bloemlezing te eindigen met een modern vissenverhaal. Ik vond dat in Glenn Pennock’s roman Het vuur van de draak (1988). Daarin wordt een sprekende vis opgevoerd, met een geheel eigen grammatica – knap proza.

Oost-Indische inkt werd bij de verschijning op het Achtuurjournaal aangekondigd als een belangrijk overzicht van de Nederlands-Indische literatuur, beginnend bij Jan Huygen van Linschoten en eindigend bij Glenn Pennock. Nou was Glenn Pennock toevallig onvindbaar, wat onhandig was in verband met het regelen van auteursrechten. Maar een vriend van hem wist waar hij uithing en stuurde hem een kaartje met de mededeling dat zijn naam op het Journaal was genoemd in verband met het verschijnen van etc etc.

Vele jaren later ontmoette ik Glenn Pennock weer en hij vroeg me of ik destijds zijn bedankbrief nog had ontvangen uit Amerika, waar hij tien jaar lang in het gitaristencircuit bleek te hebben meegedraaid. Dat was niet het geval, want uitgevers kunnen nogal slordig omgaan met de post, wat niet verwonderlijk is met al die troep van amateur-schrijvers die ze dagelijks op de stoep geplempt krijgen. Glenn en ik werden vrienden en nu en dan trad hij op als gitarist bij een boekpresentatie of lezing van me.

glenn pennock en alfred birney podium tong tong fair

Ik herinner me nog de boekpresentatie van Glenn Pennock’s roman Het vuur van de draak in 1988. Hij leidde toen een pencak silat-school en luisterde zijn feestje op met een pencak silatdemonstratie ergens in Amsterdam. Nu dan, 23 jaar later, vrolijkte hij zijn boekpresentatie in het Mondiaal Cultureel Centrum in Haarlem op met een gitaarshow van hemzelf en een stel vrienden.

Glenn Pennock’s derde boek is getiteld Als gitaren schreeuwen. Vandaar. Het boek is net zo vormgegeven als mijn rivierentrilogie en andere nieuwe uitgaven van Uitgeverij In de Knipscheer. Die mooie, kleine gebonden boeken, met zilveren belettering op de hardcover rug en een omslag met flappen, lijkt onderhand het fraaie handelsmerk van die uitgeverij te worden. Het boek verschijnt morgen, op maandag 10 oktober. Je kunt kiezen: rennen of clicken naar een boekwinkel.

Schrijvers vanuit de verdediging

letterenhuis Verleden week vierde het Letterenhuis zijn nieuwe onderkomen met een bescheiden feestje voor het team, schrijvers en nog zo wat lui die eromheen hangen. Het is soms wel aardig om een troep van je collega’s bijeen te zien: nieuwkomers en oudgedienden. Ik herinner me te hebben staan babbelen met Anja Sicking, Mohana van den Kroonenberg, Marian Boyer, Kester Freriks en Nicolaas Matsier. Mijn redacteur liep er ook rond en hij gaf me het advies om vooral de ruimte te nemen in mijn roman-in-wording, omdat ik toch al geserreerd kan schrijven. Alsof hij mijn gedachten las. Gepriegel in novellen, waarin geen enkele zwakke bladzijde mag staan, is een geweldige uitdaging, maar als het verhaal vraagt om een roman dan moet dat maar. Het is lang geleden dat ik aan zo’n omvangrijke klus werkte: Het verloren lied.

In het huidige politieke klimaat krijgen kunstenaars de wind van voren. Het grote publiek denkt inmiddels dat kunstenaars vele miljoenen opslurpen uit de subsidiepot zonder er daadwerkelijk iets tegenover te stellen. Ook schrijvers worden intussen gevonden door subsidiespeurders die met de verbetenheid van wolven achter hun gesubsidieerde werkplekken de jachthoorn blazen. Het jongste tijdschrift van het Nederlands Letterenfonds, een jonge fusie van het Fonds voor de Letteren en het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, slaat dan ook een verdedigende toon aan. Stukken van allerlei schrijvers moeten de onwetenden duidelijk maken waar een schrijver staat, wat een schrijver doet en wat een schrijver betekent voor het land en de taal waarin hij of zij schrijft. Het heeft iets weg van roepen in een woestijn, want welke onverlaat leest zoiets als drukwerk van het Nederlands Letterenfonds? Quotes van buitenlandse uitgevers en schrijvers staan op het omslag, dat wordt gesierd door een oude boom, die zich in tweeën splitst:

“De wereld van het woord en dus de boekenmarkt verandert volop. Veel uitgeverijen van nu produceren en gedragen zich alsof ze deel uitmaken van de ‘entertainmentindustrie’ en niet van de markt van ideeën.” – André Schiffrin.

Mwah, niet bijster fraai neergepend, tamelijk onvolledig ook, maar het is een redelijk statement.

“Ik geloof niet dat de digitale technologie de functie van de uitgever radicaal zal veranderen de komende jaren. De selectieve functie is het hart van ons vak. Ik denk dat het papieren boek en het e-book gedurende een heel lange tijd naast elkaar zullen blijven bestaan, en ik geloof niet dat het papieren boek ooit totaal zal verdwijnen.” Jean Mattern.

Hier is de tweede zin het sterkst. Die gaat over het scheiden van het kaf van het koren. Over de rest valt te discussiëren en of het papieren boek nooit zal verdwijnen, daar heb ik mijn twijfels over. Maar dat heeft natuurlijk niets te maken met de creativiteit van de schrijver.

De mooiste quotes staan binnen in het blad. Arnon Grünberg vraagt zelden direct subsidie aan, maar is collegiaal en slim genoeg om zijn broeders en zusters niet af te vallen, zoals Boudewijn Büch gewoon was te doen. Ook grijpt Arnon Grünberg weer eens zijn kans om Nederland met Duitsland te vergelijken. Dat lijkt een olijke hobby van hem. Op zijn weblog liet hij eens weten dat Duitsers Nederlanders in beleefdheid verre overtreffen. Nou is dat natuurlijk al zo sinds de VOC, sla er de scheepsjournalen van Duitse lieden maar op na. Maar toch een enorme sneer voor de goede verstaander.

Iemand als Cees Nooteboom verbaasde zich eens over het respect die de Amerikanen voor schrijvers tonen: in New York rolden ze een rode loper voor hem uit toen hij eens een literaire prijs kwam ophalen. Hopelijk is hij niet door dat ene voorval zo verschrikkelijk naast zijn schoenen gaan lopen, maar dit terzijde. Gauw terug naar Arnon Grünberg:

“Dit kabinet is in het zadel geholpen door kiezers die zich er niet voor schamen dat ze meer van hun auto houden dan van Goethe. Een Nederlands verschijnsel trouwens, soortgelijke geluiden hoor je zelden in Duitsland. Dat zo veel Nederlanders deze voorkeur hebben, valt te betreuren, maar het is de realiteit. Om Brecht te parafraseren: je kunt het volk wel afschaffen, al zal dat ook in 2011 niet zonder bloedvergieten gaan.”

Nogal gammel geformuleerd, maar de parafrase mag er zijn.

De mooiste quote komt van Marjolijn Februari:

“Nederland hecht een groot belang, een publiek belang, aan schrijvers. Het enige probleem is dat niemand ze wil betalen.”

Uiteindelijk kom je uit op het begrip kwaliteit. Wat is kwaliteit? Wie bepaalt het? Het vervelende is, dat kwaliteit een beleving veroorzaakt die direct met taalgevoel verband houdt. En gevoel is een fenomeen zo ongrijpbaar voor de meeste mensen, dat ze het verwarren met emotie.

vrijdag 23 september 2011

Schrijven aan een essaybundel

alfred birney schrijft

Alfred Birney is bezig aan de voltooiing van een essaybundel. Het boek wordt in het voorjaar van 2012 verwacht. Geconcentreerd werken maakt de schrijver a-sociaal en lastig te bereiken. Hopelijk heeft u wat geduld als u antwoord op een e-mail verwacht. Dank u!

Update 1 september 2011: het werk is inmiddels voltooid. De schrijver keert terug naar de fictie.

Sexy woordinflatie

Een greep uit 4.360.000 resultaten op Google:

Het Van Abbe moet meer sexy worden. Qurius moet meer sexy worden. Tijdens het openingsdebat werd gesproken over het meer sexy maken van het onderhoudsvak. ICT moet weer sexy worden. Je moet opleiden, coachen, groeien als mens én als professioneel aantrekkelijker maken, meer sexy. Wij laten zien waarom de langdurige zorg wel sexy is. Over het algemeen boek ik alleen de vrouwelijke, de wat meer sexy opdrachten. Wanneer is iets te sexy. Sexy boeken kopen bij Selexyz. Single & Sexy is een boek dat zeker niet mag ontbreken in je strandtas! Echt sexy van Renate Dorrestein, een boek dat je echt moet lezen. Is onze maatschappij echt te sexy geworden? Twitter is sexy? Tweetbot is een nieuwe Twitter-applicatie voor de iPhone en iPod touch, met een bijzondere interface. Maar geen is zo sexy als de nieuwe Asus 1008HE. Volkswagen lanceerde de sexy New Beetle. Binnenshuis kan alles natuurlijk wel een tikje meer sexy! En van wie het wel wat meer sexy mag. De bedoeling van een galajurk is toch wel dat je er sexy uitziet. Is het nodig dat de kerk meer sexy wordt? Een lastig thema? Maak sexy reclame. Welkom op de site van een creatief, bevlogen en sexy elftal. WK-tweets Zuid-Afrika: geen sexy voetbal meer. Vrouwen die van voetbal houden zijn sexy. De krant halen met sexy projecten is daarom niet voldoende. Roken is niet meer sexy. Journalistiek is niet sexy meer. Dat was met cabaret zo, met mijn studie en met de reclame, maar van al die dingen is schrijven voor mij toch het meest sexy. En dan denk ik weer: waarom moet het sexy? Het Fries is gewoon niet sexy. Wandelen in het zand, sexy, vakantie. Kan erotiek in literatuur nog wel sexy zijn? Koken is sexy! Ik ben altijd van mening dat een merk sexy moet zijn. Duurzaam geproduceerde mode die ook nog eens hartstikke hip en sexy is. Is je merk wel sexy genoeg voor Social Media? Maar een beetje meer initiatief vinden de meeste mannen al sexy. Is ecologisch sexy? Slimme mannen zijn sexy, zo blijkt uit onderzoek naar de relatie tussen intelligentie en vruchtbaarheid. Jongens die hockey spelen zijn sexy is lid geworden van Facebook. Pizza eten kan zo sexy zijn. Saai is het nieuwe sexy. Etc. Etc.