De CPNB en de Euromast

Frans Lopulalan had het idee geopperd om Salman Rushdie een brief te schrijven waarin wij, schrijvers, onze grieven jegens de CPNB uit de doeken zouden doen. Maar hoe kreeg je die overige tientallen zogenoemde multiculturele auteurs zo ver gezamenlijk die brief te ondertekenen? Schrijvers zijn geen beeldend kunstenaars, die elkaar iets makkelijker vinden. Schrijvers schuwen elkaar veeleer.

Uitgever Franc Knipscheer vroeg zich het volgende af: ‘Zouden de multiculturele auteurs bij de PCM, de Weekbladpers of de VEEN-groep deze kwestie anders ondergaan dan de multiculturele auteurs die bij De Geus, Van Gennep en Vassallucci zitten?’ Hij kon zich dat nauwelijks voorstellen. Dus als men een vuist wilde maken, dan moest dat gedaan worden door alle multiculturele auteurs, ongeacht uitgevershuis of uitgeversbelang.

Waarmee de volgende vraag zich aandiende: Als alle multiculturele schrijvers zich gezamenlijk zouden richten tot Salman Rushdie met het verzoek de aanvaarde uitnodiging van de CPNB alsnog terug te geven, zou dit ‘universele troetelkind van het westen’ daar dan lak aan hebben? Zou hij het aandurven zijn Nederlands schrijvende zielsverwanten blijvend van zich te vervreemden en gehoor te geven aan het geld van de Hollandsche bovenmeesters van de NUV en de CPNB?

Blijft een vraag. Een medewerker van Uitgeverij Novib had via de radio gehoord dat het aanbod om Rushdie als geschenkauteur te vragen door Uitgeverij Contact is ingefluisterd bij directeur Kraima van de CPNB. Wat zat erachter? Nou, Contact wilde graag alvast de rechten van de komende, nog niet geschreven, drie boeken van Rushdie kopen. Dit dreigde nogal in de papieren te lopen. Maar… van het geld dat Contact voor het boekenweekgeschenk van de CPNB zou krijgen konden ze wél de rechten kopen. De directeur van de CPNB schijnt dit openlijk op de radio te hebben verteld. Dit overstijgt elke schaamteloosheid.

Waarom werd het tijd dat De Veen-groep, waaronder Uitgeverij Contact valt, eens aan de beurt kwam om het boekenweekgeschenk te mogen leveren? Zoals ik eerder schreef, in aflevering 4, houdt dit verband met connecties die de uitgeverijen met de kranten hebben.

Ik geef een beknopt overzicht van de uitgevers en de kranten aan wie deze gelieerd zijn. Voor de zeer oplettende boeken- en krantenlezer biedt dit een interessante kijk op welke boeken en auteurs er vaak, minder vaak, soms of helemaal nooit in de pers besproken worden.

De uitgeverijen Meulenhoff, Bruna, Prometheus en Bert Bakker vallen onder de PCM. Dat is de Perscombinatie, die het Algemeen Dagblad, de Volkskrant, NRC en Trouw uitgeeft.

De uitgeverijen Bezige Bij, Agon, Arbeiderspers, Atheneaum, Polak & Van Gennep, Leopold, Nijgh & Van Ditmar en Querido vallen onder de Weekbladpers. Die geeft onder andere Vrij Nederland en Opzij uit.

Daarbij vergeleken heeft de VEEN-groep, die op een paar magazines na eigenlijk alleen boeken uitgeven, tamelijk weinig directe verbindingen met de pers. Ze betalen zich wel blauw, het volle pond zonder kortingen, aan advertenties bij de PCM en de Weekbladpers.

Zie hier waarom de VEEN-groep na jaren wel eens recht had om het boekenweekgeschenk te leveren. De afgelopen 17 jaar was het immers aldoor een onderonsje geweest van Querido, Meulenhoff, de Bezige Bij en de Arbeiderspers. Het vervelende is, dat door dit buitenkansje de VEEN-groep wel meteen haar eigen auteurs vergat. Toegegeven, er zitten er niet veel die over hun land van herkomst kunnen vertellen. Atlas heeft J. Rentes de Carvalho in haar stal, die na 40 jaar verblijf in Nederland nog altijd in het Portugees schrijft. Kan je als CPNB-er moeilijk bewonderenswaardig vinden, en toch zou hij nog altijd vóór Rushdie komen, omdat hij al zo lang in Nederland woont. Verder heeft Contact nog Naima El Bezaz in haar fonds. Veel meer valt niet van hun website af te lezen, ze handelen buitensporig in vertalingen en pokeren wat met debutanten.

Als er dan één uitgevershuis is die de klacht van de uitgeverijen Vassallucci, De Geus en Van Gennep onderstreept – namelijk dat de grote huizen geen oog hebben voor de multiculturele veranderingen in de maatschappij – dan is het de Veen-groep wel. Maar dan hadden ze nog altijd de belofte kunnen krijgen in 2002 aan de beurt te komen. Onder het motto ‘Nederland en de Euromast’ of zo, daar kun je onder de invoering van de Euro alle kanten mee op. En dan had de CPNB voor het jaar 2001 kunnen kiezen uit onderstaande lijst die Het Yournael voor die maffiazooi in petto heeft.

Een terzijde. De kwestie is niet Rushdie. Maar nu we het er toch over hebben: Rushdie is massaal gesteund door het blanke/joodse/christelijke westen toen hij door het Iraanse bewind in de ban werd gedaan. Omdat Rushdie, hoe je het ook wendt of keert, in zijn ‘Duivelsverzen’ een flink deel van zijn geloofsgenoten heeft beledigd, zou je toch nieuwsgierig gaan worden naar wat een van origine islamitische auteur ervan zou vinden. Staat hij soms model voor het gedachtengoed van de van origine islamitische, nu in het Nederlands schrijvende auteurs? Lijkt me niet, maar zulk soort vragen ontstaan nu eenmaal uit het gedrag dat de CPNB tentoonspreidt. Ze lijken bijna te willen onderstrepen dat Rushdie althans voor hen, en daarmee voor het hele westen, het model bij uitstek is voor ‘de schrijver tussen twee culturen’.

Rushdie heeft zich ooit beroepen op zijn literaire vrijheid, een sterk en lastig aanvechtbaar argument, toen hij door de leiders van Iran was aangevallen. Schrijvers behoren vrij te zijn om te schrijven wat ze willen. Ook moeten ze alles wat ze schrijven zelf voor hun rekening nemen. Maar met een buiten alle proporties vallend fenomeen als een fatwa kan geen schrijver uit de voeten, daar heeft hij steun voor nodig. Die heeft hij gekregen: van politici, de pers én van vele schrijvers over de hele wereld, niet te vergeten uit Nederland. Een omgekeerd gebaar naar zijn Nederlandse collega’s die hun land van herkomst of dat van hun ouders thematiseren, zou hem hebben gesierd. Dat hij de Nederlandse situatie niet zou kennen, is niet waar: hij is goed op de hoogte van het Nederlandse literaire leven en van de betekenis van het boekenweekgeschenk, althans volgens de directeur van de CPNB.

Enfin, Rushdie zal het wel niet nog eens in zijn hoofd gaan halen de gewraakte zinnen uit zijn ‘Duivelsverzen’ in zoiets als een Nederlands Boekenweekgeschenk te herhalen. Al zal het de CPNB en Uitgeverij Contact worst zijn wat de inhoud is van het boek dat hij ons cadeau zal doen bij de uitverkoop van het Nederlands als taal en als dankbaar gereedschap voor tientallen immigranten- en immigrantenkinderen die hier hun boeken schrijven. Als het maar geld in het laatje brengt.

Werkelijk onderdak zullen dergelijke uitgevershuizen trouwens nooit aan een schrijver bieden. Een plaatsje in zo’n uitgevershuis is en blijft van papier. Een nomadentent. Het is ze om het even als ze het in de fik komen steken wanneer jij er als terdoodveroordeelde toevallig onder zit. Ze zetten met het grootste gemak verderop weer een nieuwe neer. Voor een ander, die voor de verandering bijvoorbeeld eens het hele Westen tegen zich heeft. Mits het in de trend past uiteraard.

Voor de trend die in 2001 zal losbarsten, als het publiek niet domweg naar de pijpen van de CPNB danst, laat ik hier vijfendertig namen volgen van Nederlandstalige schrijvers die stuk voor stuk op een of andere manier over het thema ‘Land van herkomst’ een boekenweekgeschenk hadden kunnen verzorgen:

Hugo Pos – Suriname, 1913

Boeli van Leeuwen – Curacao, 1922

Tip Marugg – Curacao, 1923

Paula Gomes – Nederlands-Indië, 1932

Helga Ruebsamen – Nederlands-Indië, 1934

Yvonne Keuls – Nederlands-Indië, 1935

Jana Beranová – Tjechoslowakije, 1935

Mischa de Vreede – Nederlands-Indië, 1936

Frank Martinus Arion – Curacao, 1936

Jan Stavinoha – Tjechoslowakije, 1945

Astrid Roemer – Suriname, 1947

Edgar Caïro – Suriname, 1948

Basha Faber – Nederlands-Indië, 1941

Ernst Jansz – Indische tweede generatie, 1948

Sadik Yemni – Turkije, 1951

Halil Gür – Turkije, 1951

Marion Bloem – Indische tweede generatie, 1952

Jill Stolk – Indische tweede generatie, 1952

Ibrahim Selman – Irak, 1952

Theodor Holman – Indische tweede generatie, 1953

Glenn Pennock – Indische tweede generatie, 1953

Ralph Boekholt – Indische tweede generatie, 1953

Frans Lopulalan – Molukse tweede generatie, 1953

Kader Abdolah – Iran, 1954

Sylvain Ephimenco – Frankrijk, 1956

Anil Ramdas – Suriname, 1958

Lulu Wang – China, 1960

Sana Valiulina – Estland, 1964

Sevtap Baycili – Turkije, 1968

Yasmine Allas – Somalië, 1970

Hafid Bouazza – Marokko, 1970

Naima El Bezaz – Marokko, 1974

Abdelkader Benali – Marokko, 1975

Rachid Novaire – Nederland, 1979

Hans Sahar – Marokko, 1974

Te uwer informatie, dames en heren van de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Tja, ik zal er ongetwijfeld enkele vergeten zijn en op de literaire kwaliteiten van de een of de ander zal vast wel iets af te dingen zijn. Niet belangrijk voor de CPNB. Ik schud ze ook maar even uit mijn mouw. Ik heb ze paraat, zogezegd. De CPNB ook? Wie weet komt er ooit nog een tijd dat de CPNB een van bovengenoemde schrijvers nodig gaat krijgen. Nadat ze zelf zijn opgekocht door een Europese moeder bijvoorbeeld en opeens hun eigen taal moeten gaan verdedigen.

* * *

Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!

De CPNB en Oranje

Kent u de voorspelling van het meisje van de Azijnfabriek, heren van de CPNB? Staat geboekstaafd in de vorige aflevering van het Yournael door Frans Lopulalan.*** En u, meneer Rushdie, kent vast het Nederlands Elftal, is het niet? Wij spreken van O-ran-je, de vaandel van het Koningshuis.

Huh, Mister Birney, I am afraid I miss your point. What problem could one have in that beautiful and peaceful country you do represent so faithfully in your wonderful letters? Zo’n jaarlijks boekenweekgeschenk is toch gewoon zo’n shabby boekkie, so to speak, dat je gratis krijgt als je in de derde week van maart bij toeval in een kiosk of warenhuis een boek aanschaft van negentienguldenvijftig of hoger of zo?

Klopt, dear fellow writer. Meestal zijn het haastwerkjes van afgedankte manuscripten die de laureaten per ongeluk nog in hun la hadden laten liggen. Voor de megaseller-auteurs vaste gast werden, zat er nog weleens iets aardigs bij. Ja wat, dat weet ik ook niet meer. Nu u dan de eerste bent in de rij der Literaire Goden zou ik zeggen: schrijf een wonderful universal fairy tale, dan duik ik mijn YVC-papieren in. Vergeet vooral niet in navolging van uw Engelstalige collega Kazuo Ishiguro een verwijzing te plaatsen naar het Nederlands Elftal, teneinde het Hollandse publiek te behagen. Thanks for the job, by the way.

Ter zake. Voor de handel maakt het weinig uit of een boekenweekgeschenk goed is of niet. Zou het de CPNB om kwaliteit gaan, dan schreven ze elk jaar een prijsvraag uit. En konden ze kiezen uit vele manuscripten, ook van volslagen onbekenden. Nou moet je je over de beoordeling door weer zo’n stel suffe commissieleden niet al te veel voorstellen. Kijk maar naar wie de vetste jaarlijkse literaire prijzen gaan. Iemand als Astrid Roemer zul je niet snel zien aan de tafel waaromheen de genomineerden nerveus het ogenblik afwachten waarop de winnaar bekend wordt gemaakt. Astrid Roemer! Moeten we zeker Surinaams voor gaan koken. Ja doei. En ze rookt sigaren, stel je voor, dat is toch geen dame!

Van die kleintjes rookt ze, volgens mij.

Een vette sigaar wordt gerookt door de auteur die het boekenweekgeschenk mag schrijven. Die krijgt een voorschot overgemaakt dat ongeveer gelijkstaat aan het salaris van een minister plus declaraties, steekpenningen even daargelaten. Heb ik geen problemen mee, met zo’n voorschot bedoel ik. Schrijvers zijn al arm genoeg. Tot ze bejaard zijn. Dan keert het tij. Hella Haasse kreeg op haar oude dag nog eens een uitnodiging, een herkansing zal ik maar zeggen. Waarmee ze kampioen boekenweekgeschenkschrijver onder de celebrities is. Gelukkig had ze het in haar laatste geschenk niet over Indië, want dan hadden we mooi another halve eeuw met een Oeroeg II opgescheept gezeten.

Een hele vette sigaar wordt gerookt door de uitgever die de auteur in haar stal heeft. Boekwinkels richten complete etalages in met de boeken die zo’n schrijver eerder heeft laten verschijnen. Restanten, pockets, speciale uitgaven worden tevoorschijn getoverd. Wat meer telt: het boekenweekgeschenk staat garant voor vertalingen in onder meer het Duits, Frans en als het even meezit in het Engels. Kortom, de uitgever kan met de omzet van één zo’n boekenweekgeschenk weer even vooruit.

De auteur, als die een beetje werk maakt van de opdracht, kan in het buitenland doorbreken en rekenen op nog meer vertalingen van eerder en later werk. Cees Nooteboom heeft zo ooit de vruchten mogen plukken van zijn boekenweekgeschenk. Maar wat werkelijk belangrijk is: Nederland heeft de kans om elk jaar een nieuwe auteur buiten de landsgrenzen te brengen. Waarmee niet alleen voor de schrijver in kwestie, maar ook voor collega’s nieuwe deuren kunnen worden geopend.

Denkt Papa Cyberney dan aan zoiets als culturele expansie? Nee, ssst! Papa Cyberney kijkt naar voetbal. En stelt vast dat het Nederlands elftal voor een niet onbelangrijk deel het resultaat is van een roemrucht koloniaal verleden. Buitenlanders moeten wel raar opkijken. Kunnen ze dan alleen maar voetballen en neuken, die voormalige rijksgenoten van jullie? Onze Marokkaantjes en Martiniquaantjes kunnen, behalve koken, wél schrijven! Kijk maar naar Tahar Ben Jelloun en Patrick Chamoiseau, die hebben wij geprézen!

Met permissie, Monsier de Prix Goncourt, ik bied u even een blik in de gaarkeukens van Het Hollands Literair Bedrijf.

De CPNB wordt voor het grootste deel gefinancierd door de de Nederlandse Uitgeversbond, de NUV. De boekenweek, met het boekenbal en het boekenweekgeschenk, is een feestje van uitgevers die bij het NUV zijn aangesloten. Alleen schrijvers van díe uitgevers worden uitgenodigd om het boekenweekgeschenk te schrijven. Is dat een wet? Ja. Ongeschreven.

De kosten van een lidmaatschap zijn aanzienlijk. Een kleine uitgever kan die vaak niet opbrengen. En juist de kleine uitgevers spannen zich meestal in om het werk van onbekende multiculturele schrijvers onder de aandacht te brengen. Als dat zo’n uitgever eens lukt, dan staat er direct een groot huis klaar om zo’n auteur weg te kapen. Maar dit terzijde.

Het persbericht dat ik in aflevering 2 heb besproken, is ondertekend door drie uitgevers: De Geus, Van Gennep en Vassallucci. In het persbericht wordt een vierde uitgever genoemd: In de Knipscheer. Het persbericht is echter niet ondertekend door In de Knipscheer. Want deze uitgever is geen lid van de NUV. Waarom heeft het drietal dan wél deze uitgever genoemd in het persbericht?

Insiders weten dat In de Knipscheer een voortrekkersrol heeft gespeeld bij het op de markt brengen van schrijvers uit Afrika, de Antillen en Indische en Surinaamse schrijvers uit Nederland. Het is dus sterk om deze uitgever in een dergelijk persbericht te noemen, maar evenzo zwak om vervolgens in de opsomming van multiculturele schrijvers in datzelfde persbericht geen enkele auteursnaam uit het Fonds van In de Knipscheer te zetten.

De ondertekenaren kunnen zeggen dat In de Knipscheer sowieso geen kans maakt op het Boekengeschenk. De CPNB wijst immers traditiegetrouw het boekenweekgeschenk toe aan een lid van de club. Maar de CPNB hoeft deze omgeschreven wet niet per sé te volgen. Dus hadden De Geus, Van Gennep en Vassallucci uit fatsoen ook wel enkele auteursnamen uit het fonds van In de Knipscheer mogen noemen. Maar goed, dan doen we hier later in het YVC dan wel. Even een lijst samenstellen en die naar de CPNB sturen. Ter herinnering, met een passende zwarte tulp erbij.

Er zijn echter ook léden van de NUV die minder aan bod komen. Dat houdt verband met andere connecties, namelijk de kranten. De Veen-groep heeft jarenlang geklaagd dat er nooit eens een auteur uit hun eigen stal het boekenweekgeschenk toegewezen kreeg. Misschien vond de CPNB dat de Veen-groep nu maar eens aan de beurt moest zijn? Zeer wel mogelijk. Maar welke auteurs heeft deze uitgeversgroep in huis?

Contact zal stellig hebben geroepen dat Veen en Atlas bij dit buitenkansje hun bek maar moesten houden omdat van Contact toch maar mooi elk jaar weer de grote winsten moeten komen. Nou, vooruit dan. Maar wel graag iets met ‘land van herkomst’, dames en heren.

Birney?

Een kanjer, maar tot ons leedwezen teruggezwommen naar Uitgeverij In de Knipscheer. Trouwens, die Indo’s hebben net een kwart miljard op hun bankrekening gestort gekregen. Laat ze dáár hun poen maar gaan halen.

Naima El Bezaz dan?

Ja jee zeg! Komt net kijken! Nee, we moeten wel meteen hoog scoren, want deze kans krijgen we voorlopig niet meer.

Weet je wíe we nemen…? Je raadt het nóóit! Een échte buitenlander! Een échte! Jongen, we krijgen een rel! Brengt poen in het laatje! Zeg, bel jij die lul van de CPNB even? We spreken wel af op de Frankfurter Buchmesse. Ik moet nu even naar het Damrak.

*** Niet op dit weblog heruitgebracht wegens copyrights.

* * *

Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!

De CPNB en André Hazes

De directeur van de CPNB had een hoop uit te leggen. Dagblad Trouw citeerde: ‘We promoten het boek in de Nederlandse taal, dus ook vertalingen. Als je het strikt hebt over Nederlandse schrijvers, dan hadden de Vlamingen, zoals Hugo Claus, ook niet mee mogen doen. Nederland heeft wat vertalingen aangaat een zeer bijzondere positie in de wereld. In welke taal er ook geschreven wordt, binnen de kortste keren is het boek in het Nederlands te krijgen.’

Wat een spitsvondigheden. Die geven toch aardig de werking van het brein van deze koopman weer. Nee, meneer: de CPNB maakt propaganda voor het Nederlandse boek en dat is een in het Nederlands geschreven boek. Er zijn grenzen en als je die wilt opheffen, hef ze dan helemaal op. Henk Kraima – zo heet die man – doet net alsof zijn critici per sé een Nederlands boek willen. En heeft er zeker nooit bij stilgestaan dat een in het Nederlands gesteld boek ook Indisch, Surinaams, Antilliaans, Marokkaans, Turks, Iraans, Irakees, Afrikaans of Haags kan zijn. Om maar even wat te noemen. Als de CPNB nou de N uit haar banier schrapte en zich de CPB ging noemen, dan was ze meteen van alle gezeur af.

Ziet hoe meneer wijst op de snelheid waarmee een buitenlands boek in het Nederlands te lezen is. De snelheid, dames en heren! Het boek als waar met een beperkte houdbaarheidsdatum. Nog even en je moet ze bij Albert Heyn uit de diepvriezer halen. Zul je nog eens zien dat ware gastvrijheid hier letterlijk beneden het vriespunt ligt.

De directeur van die schimmige club weet donders goed wat Nederland aan immigrantenschrijvers in huis heeft. Desgevraagd noemt hij de namen van Abdelkader Benali, Hafid Bouazza en Kader Abdolah, die alle drie in het Nederlands schrijven. Waarom niet een van hen benaderd? De directeur: ‘Het geschenk staat los van het thema. In 1998 hadden we het Nederlandse landschap als thema, en voor het geschenk Arnon Grünberg, toch eerder grote stad-schrijver. De mogelijkheid deed zich nu voor om Rushdie te vragen, die laat je niet voorbijgaan.’

Een beetje Hollandse koopman doet dat niet, nee. Zelfs als hij het niet kan verkopen dat met de keuze van deze schrijver het boekenweekgeschenk volgend jaar nou juist níet losstaat van het thema. Tot op het eiland Bikini is bekend dat Rushdie een immigrant is levend tussen verschillende culturen.

Harry Mulish, eveneens in Trouw, vond de keuze van de CPNB ‘weer heel wat anders’. Weergaloos zoals zo’n man toch maar weer even de universele gedachte van het volk verwoordt. HM zag in Rushdie ook nog een waardige opvolger van zichzelf. Ja, met zo’n schrijver kun je nog eens de hemel ontdekken.

Bijzonder collegiaal voor zijn Nederlandstalige broeders en zusters is HM toch al nooit geweest. Toen het voormalige Vertaalfonds werd opgeheven en men HM weer eens om zijn mening vroeg, zei hij tam dat het Vertaalfonds onderhand toch niet meer nodig was. Nee, de boeken van HM waren met de jarenlange hulp van dat fonds immers al lang en breed vertaald.

Maar de schrijver leert bij. En hoe. Hij besloot zijn commentaar op de keuze van de CPNB met: ‘Ze moeten het misschien om en om doen: om het jaar een buitenlander.’

Dat is nog eens kruidenieren. Laat ze het maar niet horen binnen het Hollands Literair Bastion, dat HM al levenslang bescherming biedt tegen onbestaande vijanden. Onverwacht klinkt het niet uit zijn mond, let maar eens op zijn benepen interpunctie, in het bijzonder zijn gebruik van de puntkomma.

Als HM zou willen pleiten om het jaarlijkse boekenweekgeschenk te delen met onze fellow writers all around the world, dan moet hij zo genereus zijn om elk jaar een ander land aan bod te laten komen. Het wordt dan wel wat lang wachten – zeg een jaar of 270 – eer het boekenweekgeschenk hier weer terugkomt, maar dat doet er dan niet meer toe voor een land dat dan Nedereuro heet of zoiets, en waar men dan Nederengels spreekt. Hier mist HM toch maar mooi een kans om voorgoed als profeet de geschiedenisboeken in te gaan.

Ook uitgevers lieten van zich spreken. De Geus, Van Gennep en Vassallucci sloegen de handen ineen en stuurden een persbericht rond, waarin ze zich sterk maken voor de multiculturele schrijvers uit hun fondsen. Ze verwijten onder andere de gevestigde uitgevers dat ze te weinig oog tonen voor de multiculturele ontwikkelingen in de samenleving.

Nou, bovengenoemde uitgevers profileren zich weliswaar met een multicultureel fonds, maar volgen in wezen gewoon een trend. Okay, Van Gennep loopt al langer mee die richting uit, maar voornamelijk met nonfictie. De Geus is later de multiculturele markt opgegaan, toen zelfs De Arbeiderspers al was begonnen met het binnenhalen van Marion Bloem trassi door de drukinkt te mengen. Ja, De Geus heeft een mooi fonds. Dat moet gezegd.

Vassallucci is de jongste van het stel en betrad de arena toen nota bene in Engeland immigrantenliteratuur allang een hype was geworden en elke boerenkinkel intussen wel vond dat Nederland niet kon achterblijven.

Toen Vassallucci verleden jaar een voor Nederlandse begrippen ongehoorde reclamecampagne rond de Chinese immigrantenschrijfster Lulu Wang startte, kreeg de uitgever de hele media over zich heen. De jongens van Vassallucci brachten Wangs boek linea recta naar het grote publiek, sleepten de schrijfster dag in dag uit van boekhandel naar boekhandel. Deze actie sprong zo in het oog dat de pers wel over het boek moést schrijven. De slechte kritieken waren niet van de lucht, maar dat deerde niet: een slechte kritiek doet evenveel als een goede kritiek, zo lang de stukken maar lerpen van krantenpagina’s beslaan.

Critici begonnen bijkans te jammeren dat zij tegenwoordig niet eens meer als eerste iets over een boek mochten zeggen. Tja, het viel de literaire keurmeesters niet mee om de macht naar de commercie te zien gaan. En Vassallucci lachte in het vuistje.

Vassallucci’s credo: als wij onze schrijvers niet naar de mensen brengen, zal de literaire kritiek het zeker niet doen.

Sterk. Enerzijds vanwege het feit dat schrijvers uit minderheidsgroeperingen over het algemeen genegeerd worden, totdat natuurlijk een van die groepen op een negatieve manier in de publiciteit komt. Anderzijds omdat Vassallucci de collega’s van de gevestigde uitgevershuizen gewoon even liet zien hoe je tegenwoordig een boek moet uitgeven. Als je tenminste louter op grote winsten uit bent.

Uitgeverij Vassallucci begon wel wat te overdrijven en bracht een Limburgs streekromannetje als een literair meesterwerk op de wereldmarkt. Misschien wel als multicultureel? Wie weet bepleit zij straks als variant op HM’s idee om het maar per provincie te gaan doen.

‘Er is een kans voorbijgegaan om inhoudelijke motieven te laten zegevieren boven groepsbelangen.’ Zo eindigt het persbericht.

Valt veel in te lezen. Voor hetzelfde geld kwakt Vassallucci de volgende week het Verzameld Werk van André Hazes op de markt. Met cd-rom.

* * *

Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!

De CPNB en de VOC

Je zal het toch maar in je hoofd halen om bij het wakker worden direct de radio aan te zetten. Ik heb een oude buizenradio naast mijn bed staan, maar die is bedoeld voor mijmeringen bij het zachte gele licht van de zenderplaat in de nacht. Wat deed mij onlangs besluiten om bij het ontwaken toch de radio aan te zetten? Een voorgevoel?

De nieuwslezer meldde dat het boekenweekgeschenk voor de boekenweek van 2001 zal worden geschreven door Salman Rushdie. Deze schrijver werd ooit wereldberoemd toen hij vanwege zijn boek De Duivelsverzen door het Iraanse bewind vogelvrij werd verklaard en jarenlang moest onderduiken. De nieuwslezer liet weten dat het voor het eerst in onze geschiedenis is dat het boekenweekgeschenk door een buitenlander wordt geschreven. Voor wie het nog niet verbaasde.
Nou, rejoice maar dan?

Een woordvoerder van de CPNB verklaarde on the record dat het ‘natuurlijk niet de bedoeling is dat we de komende tien jaar alleen nog maar buitenlanders het boekenweekgeschenk laten schrijven. Maar als niemand minder dan Salman Rushdie als ambassadeur van het boek wil optreden, dan laten we die kans natuurlijk niet lopen.’

Ho! Wacht even. Heeft Salman Rushdie soms de GSM gepakt en zich persoonlijk bij de CPNB gemeld? Het schrijven van het boekenweekgeschenk geschiedt immers op uitnodiging, dus de vraag is eerder of Salman Rushdie die kans niet heeft willen laten lopen.

De boekenweek van 2001 krijgt als thema ‘het land van herkomst’. Gut. De zoveelste afgezaagde verwijzing naar een titel of zinsnede uit de Indische Letteren. Ditmaal krijgt E. du Perron de knipoog, die in de canon overigens een andere strofe zong dan Multatuli met zijn ‘gordel van smaragd’ en Couperus met zijn ‘stille kracht’.

Du Perrons boektitel wordt door de CPNB voor een bedenkelijk oogmerk gebruikt. Kansen missen wordt in Nederland onderhand bijna fenomenaal, zou je denken. Zo had de CPNB eens de kans om een Indische schrijver uit te nodigen voor het boekenweekgeschenk. Dat was in 1992, toen de boekenweek in het teken stond van Nederlands-Indië. Dus vroegen ze voor die gelegenheid maar eens een door en door Nederlandse schrijver als A.F.Th. van der Heijden.

Tja, een jaar eerder had deze celebrity van het Grachtengordelgenootschap zich nog enorm opgewonden omdat hem de AKO-literatuurprijs was onthouden. De schrijver kreeg ruimschoots de gelegenheid van de pers zijn gal daarover te spuwen. AKO kreeg een slechte naam, niet onterecht overigens, want die club had niet eens alle boeken in de schappen die ze op hun shortlist hadden staan. Nou, de CPNB zou deze boekhandelketen wel eens laten zien wat zij onder goede literatuur verstonden en boden Van der Heijden in 1992 een inhaalslag.

Hoe genereus toch. De schrijver trok zich overigens weinig aan van het boekenweekthema en schreef iets over weerborstels en Einsteins relativiteitstheorie, als ik het me goed herinner. Het had natuurlijk erger gekund: iets met palmbomen en Soerabaja Johnny of zo.

Om de boekenweek toch een Indisch tintje te geven, nodigde de CPNB een zwik schrijvers uit die ‘iets met Indië of Indonesië hebben’. Het boekenbal zou worden opgesierd met een Pasar Malam Look. Een oude droom van E. du Perron, namelijk het oprichten van een tijdschrift genaamd ‘Nusantara’ werd van stal gehaald en heel schrijvend Indisch Nederland mocht zich eens fijn in een nulnummer gaan uitleven.

Nou, bedankt. Het was ons een genoegen.

Thans heeft de CPNB na een obligate terugblik op de Griekse en Latijnse klassieken eens om zich heen gekeken en zowaar vastgesteld dat er een sterke toename is aan multiculturele uitingen in de literatuur. Die komen van immigranten en immigrantenkinderen, in Nederland met de term ‘allochtonen’ aangeduid. Immigranten bestaan maar overzee, vraag maar aan de CPNB.

Nederland telt inmiddels volop schrijvers die mengculturen vertegenwoordigen. Goddank, want die geven wat kleur aan onze polderliteratuur. En ja: ze schrijven in het Nederlands. Moet dat? Niks moet. Ik stel alleen vast dat ze het doen. Er zijn er ook die hun boeken in hun eigen taal schrijven en die via vertaalfondsen in het Nederlands uitgegeven krijgen. Mijn sympathie gaat in de eerste plaats uit naar de eerste groep, want zij verrijken in directe zin de Nederlandse literatuur en zijn een lichtend voorbeeld voor hun groepsgenoten.

De CPNB staat voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Wat is een Nederlands boek? Dat is een in het Nederlands geschreven boek. Zijn dus alle in het Nederlands gestelde boeken typisch Nederlands? Nee, niet alles is omkeerbaar. Sommige boeken zijn Indisch, andere Surinaams, Antilliaans of anderszins gemengcultureel. Dat is de kwestie ook niet.

De kwestie is dat een schrijver als Salman Rushdie zijn boeken in het Engels schrijft. Zijn moedertaal is het Kurdu, hij spreekt tevens Hindi, en zijn Engels proza is een mix van Indiaas-Engels en Brits. Interessant, ook zijn preoccupatie met mengculturen. Maar… hij schrijft niet in het Nederlands.

Waarmee de CPNB zichzelf opeens als een propagandamachine voor de Mondiale Multiculturele Literatuur opwerpt. Wat zou daarachter zitten? Culturele correctheid? Het is tegenwoordig niet cultureel correct om cultureel correct te zijn. Politieke motieven? Zijn ze wat laat mee. De fatwa over Salman Rushdie is inmiddels herroepen.

Kijk je naar wie er de laatste jaren zijn uitgenodigd om het boekenweekgeschenk te schrijven, dan tref je louter arrivés aan. Hun werk staat niet garant voor kwaliteit, lees de laatste boekenweekgeschenken er maar op na. De tijd is voorbij waarin schrijvers werden uitgenodigd om onder motto een manuscript in te leveren. Zo is Hella Haasse ooit haar carrière begonnen. Toegegeven, het is wat hinderlijk om daardoor al een halve eeuw opgescheept te moeten zitten met een tuttig Eurocentrisch romannetje genaamd ‘Oeroeg’.

De tijden veranderen, boekenlijsten niet (dit terzijde) en de CPNB e-vo-lu-eert zal ik maar zeggen. Ze maken mij niet wijs dat er tussen de tientallen namen uit ‘minderheidsgroeperingen’ geen in het Nederlands schrijvende auteur te vinden is die de mensen naar de boekhandel weet te lokken. Schaamt Nederland zich soms voor hun literatuur?

Men klaagt weleens dat Nederland geen eigen cultuur heeft. Een eeuw of vier geleden werd met de oprichting van de VOC de eerste multinational geboren. Met een beetje fantasie kun je zeggen dat de Hollanders de toon hebben gezet van de huidige hysterie van winstbejag. En toch staat inmiddels het Nederlandse Handelshuis moervast met de heipalen in de klei haar eigen koloniale verleden te vergeten. Dat is knap.

De macht van het getal zal stellig heersen in het huis van de CPNB. Nog even en ook zij gaan de beursgang maken. Boeken hoeven niet gelezen, ze moeten verkocht worden. Daarvoor heb je, als spiering, een grote vis nodig. En de lekkerste heeft natuurlijk de schaduw van een fatwa boven zijn zwemwater hangen.

* * *

Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!