Frans Lopulalan had het idee geopperd om Salman Rushdie een brief te schrijven waarin wij, schrijvers, onze grieven jegens de CPNB uit de doeken zouden doen. Maar hoe kreeg je die overige tientallen zogenoemde multiculturele auteurs zo ver gezamenlijk die brief te ondertekenen? Schrijvers zijn geen beeldend kunstenaars, die elkaar iets makkelijker vinden. Schrijvers schuwen elkaar veeleer.
Uitgever Franc Knipscheer vroeg zich het volgende af: ‘Zouden de multiculturele auteurs bij de PCM, de Weekbladpers of de VEEN-groep deze kwestie anders ondergaan dan de multiculturele auteurs die bij De Geus, Van Gennep en Vassallucci zitten?’ Hij kon zich dat nauwelijks voorstellen. Dus als men een vuist wilde maken, dan moest dat gedaan worden door alle multiculturele auteurs, ongeacht uitgevershuis of uitgeversbelang.
Waarmee de volgende vraag zich aandiende: Als alle multiculturele schrijvers zich gezamenlijk zouden richten tot Salman Rushdie met het verzoek de aanvaarde uitnodiging van de CPNB alsnog terug te geven, zou dit ‘universele troetelkind van het westen’ daar dan lak aan hebben? Zou hij het aandurven zijn Nederlands schrijvende zielsverwanten blijvend van zich te vervreemden en gehoor te geven aan het geld van de Hollandsche bovenmeesters van de NUV en de CPNB?
Blijft een vraag. Een medewerker van Uitgeverij Novib had via de radio gehoord dat het aanbod om Rushdie als geschenkauteur te vragen door Uitgeverij Contact is ingefluisterd bij directeur Kraima van de CPNB. Wat zat erachter? Nou, Contact wilde graag alvast de rechten van de komende, nog niet geschreven, drie boeken van Rushdie kopen. Dit dreigde nogal in de papieren te lopen. Maar… van het geld dat Contact voor het boekenweekgeschenk van de CPNB zou krijgen konden ze wél de rechten kopen. De directeur van de CPNB schijnt dit openlijk op de radio te hebben verteld. Dit overstijgt elke schaamteloosheid.
Waarom werd het tijd dat De Veen-groep, waaronder Uitgeverij Contact valt, eens aan de beurt kwam om het boekenweekgeschenk te mogen leveren? Zoals ik eerder schreef, in aflevering 4, houdt dit verband met connecties die de uitgeverijen met de kranten hebben.
Ik geef een beknopt overzicht van de uitgevers en de kranten aan wie deze gelieerd zijn. Voor de zeer oplettende boeken- en krantenlezer biedt dit een interessante kijk op welke boeken en auteurs er vaak, minder vaak, soms of helemaal nooit in de pers besproken worden.
De uitgeverijen Meulenhoff, Bruna, Prometheus en Bert Bakker vallen onder de PCM. Dat is de Perscombinatie, die het Algemeen Dagblad, de Volkskrant, NRC en Trouw uitgeeft.
De uitgeverijen Bezige Bij, Agon, Arbeiderspers, Atheneaum, Polak & Van Gennep, Leopold, Nijgh & Van Ditmar en Querido vallen onder de Weekbladpers. Die geeft onder andere Vrij Nederland en Opzij uit.
Daarbij vergeleken heeft de VEEN-groep, die op een paar magazines na eigenlijk alleen boeken uitgeven, tamelijk weinig directe verbindingen met de pers. Ze betalen zich wel blauw, het volle pond zonder kortingen, aan advertenties bij de PCM en de Weekbladpers.
Zie hier waarom de VEEN-groep na jaren wel eens recht had om het boekenweekgeschenk te leveren. De afgelopen 17 jaar was het immers aldoor een onderonsje geweest van Querido, Meulenhoff, de Bezige Bij en de Arbeiderspers. Het vervelende is, dat door dit buitenkansje de VEEN-groep wel meteen haar eigen auteurs vergat. Toegegeven, er zitten er niet veel die over hun land van herkomst kunnen vertellen. Atlas heeft J. Rentes de Carvalho in haar stal, die na 40 jaar verblijf in Nederland nog altijd in het Portugees schrijft. Kan je als CPNB-er moeilijk bewonderenswaardig vinden, en toch zou hij nog altijd vóór Rushdie komen, omdat hij al zo lang in Nederland woont. Verder heeft Contact nog Naima El Bezaz in haar fonds. Veel meer valt niet van hun website af te lezen, ze handelen buitensporig in vertalingen en pokeren wat met debutanten.
Als er dan één uitgevershuis is die de klacht van de uitgeverijen Vassallucci, De Geus en Van Gennep onderstreept – namelijk dat de grote huizen geen oog hebben voor de multiculturele veranderingen in de maatschappij – dan is het de Veen-groep wel. Maar dan hadden ze nog altijd de belofte kunnen krijgen in 2002 aan de beurt te komen. Onder het motto ‘Nederland en de Euromast’ of zo, daar kun je onder de invoering van de Euro alle kanten mee op. En dan had de CPNB voor het jaar 2001 kunnen kiezen uit onderstaande lijst die Het Yournael voor die maffiazooi in petto heeft.
Een terzijde. De kwestie is niet Rushdie. Maar nu we het er toch over hebben: Rushdie is massaal gesteund door het blanke/joodse/christelijke westen toen hij door het Iraanse bewind in de ban werd gedaan. Omdat Rushdie, hoe je het ook wendt of keert, in zijn ‘Duivelsverzen’ een flink deel van zijn geloofsgenoten heeft beledigd, zou je toch nieuwsgierig gaan worden naar wat een van origine islamitische auteur ervan zou vinden. Staat hij soms model voor het gedachtengoed van de van origine islamitische, nu in het Nederlands schrijvende auteurs? Lijkt me niet, maar zulk soort vragen ontstaan nu eenmaal uit het gedrag dat de CPNB tentoonspreidt. Ze lijken bijna te willen onderstrepen dat Rushdie althans voor hen, en daarmee voor het hele westen, het model bij uitstek is voor ‘de schrijver tussen twee culturen’.
Rushdie heeft zich ooit beroepen op zijn literaire vrijheid, een sterk en lastig aanvechtbaar argument, toen hij door de leiders van Iran was aangevallen. Schrijvers behoren vrij te zijn om te schrijven wat ze willen. Ook moeten ze alles wat ze schrijven zelf voor hun rekening nemen. Maar met een buiten alle proporties vallend fenomeen als een fatwa kan geen schrijver uit de voeten, daar heeft hij steun voor nodig. Die heeft hij gekregen: van politici, de pers én van vele schrijvers over de hele wereld, niet te vergeten uit Nederland. Een omgekeerd gebaar naar zijn Nederlandse collega’s die hun land van herkomst of dat van hun ouders thematiseren, zou hem hebben gesierd. Dat hij de Nederlandse situatie niet zou kennen, is niet waar: hij is goed op de hoogte van het Nederlandse literaire leven en van de betekenis van het boekenweekgeschenk, althans volgens de directeur van de CPNB.
Enfin, Rushdie zal het wel niet nog eens in zijn hoofd gaan halen de gewraakte zinnen uit zijn ‘Duivelsverzen’ in zoiets als een Nederlands Boekenweekgeschenk te herhalen. Al zal het de CPNB en Uitgeverij Contact worst zijn wat de inhoud is van het boek dat hij ons cadeau zal doen bij de uitverkoop van het Nederlands als taal en als dankbaar gereedschap voor tientallen immigranten- en immigrantenkinderen die hier hun boeken schrijven. Als het maar geld in het laatje brengt.
Werkelijk onderdak zullen dergelijke uitgevershuizen trouwens nooit aan een schrijver bieden. Een plaatsje in zo’n uitgevershuis is en blijft van papier. Een nomadentent. Het is ze om het even als ze het in de fik komen steken wanneer jij er als terdoodveroordeelde toevallig onder zit. Ze zetten met het grootste gemak verderop weer een nieuwe neer. Voor een ander, die voor de verandering bijvoorbeeld eens het hele Westen tegen zich heeft. Mits het in de trend past uiteraard.
Voor de trend die in 2001 zal losbarsten, als het publiek niet domweg naar de pijpen van de CPNB danst, laat ik hier vijfendertig namen volgen van Nederlandstalige schrijvers die stuk voor stuk op een of andere manier over het thema ‘Land van herkomst’ een boekenweekgeschenk hadden kunnen verzorgen:
Hugo Pos – Suriname, 1913
Boeli van Leeuwen – Curacao, 1922
Tip Marugg – Curacao, 1923
Paula Gomes – Nederlands-Indië, 1932
Helga Ruebsamen – Nederlands-Indië, 1934
Yvonne Keuls – Nederlands-Indië, 1935
Jana Beranová – Tjechoslowakije, 1935
Mischa de Vreede – Nederlands-Indië, 1936
Frank Martinus Arion – Curacao, 1936
Jan Stavinoha – Tjechoslowakije, 1945
Astrid Roemer – Suriname, 1947
Edgar Caïro – Suriname, 1948
Basha Faber – Nederlands-Indië, 1941
Ernst Jansz – Indische tweede generatie, 1948
Sadik Yemni – Turkije, 1951
Halil Gür – Turkije, 1951
Marion Bloem – Indische tweede generatie, 1952
Jill Stolk – Indische tweede generatie, 1952
Ibrahim Selman – Irak, 1952
Theodor Holman – Indische tweede generatie, 1953
Glenn Pennock – Indische tweede generatie, 1953
Ralph Boekholt – Indische tweede generatie, 1953
Frans Lopulalan – Molukse tweede generatie, 1953
Kader Abdolah – Iran, 1954
Sylvain Ephimenco – Frankrijk, 1956
Anil Ramdas – Suriname, 1958
Lulu Wang – China, 1960
Sana Valiulina – Estland, 1964
Sevtap Baycili – Turkije, 1968
Yasmine Allas – Somalië, 1970
Hafid Bouazza – Marokko, 1970
Naima El Bezaz – Marokko, 1974
Abdelkader Benali – Marokko, 1975
Rachid Novaire – Nederland, 1979
Hans Sahar – Marokko, 1974
Te uwer informatie, dames en heren van de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Tja, ik zal er ongetwijfeld enkele vergeten zijn en op de literaire kwaliteiten van de een of de ander zal vast wel iets af te dingen zijn. Niet belangrijk voor de CPNB. Ik schud ze ook maar even uit mijn mouw. Ik heb ze paraat, zogezegd. De CPNB ook? Wie weet komt er ooit nog een tijd dat de CPNB een van bovengenoemde schrijvers nodig gaat krijgen. Nadat ze zelf zijn opgekocht door een Europese moeder bijvoorbeeld en opeens hun eigen taal moeten gaan verdedigen.
Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!