Het Chinese jaar van de Os is nog maar tien dagen verstreken en de Bijenkorf komt al steigerend je brievenbus van een kleurrijke folder voorzien. De Bijenkorf is opgericht in 1870 en als we aannemen dat dat geschiedde na de tweede nieuwe maan gerekend vanaf de winterwende, dan valt het warenhuis onder het Chinese teken van het Paard. Wat de Bijenkorf betreft niks geen soberheid in het jaar van de Os. Touched by Colour. Dát is het credo. Sla maar open en je ziet drie Benetton-meisjes in hetzij roze-geel-blauw, hetzij paars-geel-blauw dan wel lichtblauw-paars-blauw. (Dat blauw is de spijkerbroek die ze alle drie dragen.) O, ze hebben alle drie de lippen Marilyn Monroe-rood, dus dat gaat nog wel, al heeft de Os natuurlijk liever helemaal géén lipstick. De Cavallini panties zijn er in werkelijk alle kleuren plus zebrastrepen voor mocht je je benen wat dikker laten lijken. Een Creenstone-meisje houdt het wél Ossig met een grijze broek, maar pakt dan toch uit met een vuurrood jasje. Wolford houdt zich wel aan wat de Os voorschrijft, gewoon wit, maar de netkousen passen toch beter in het jaar van de Haan. BZR toont een meisje in een deels grijs-paars overgooierig jurkje, maar haar rechterkous moet weer zo nodig een felrode band hebben en het tasje dat ze vasthoudt moet ook al tweekleurig. Overdone voor de Os. Nou ziet de folder wel heel erg rood, dat werkt natuurlijk agressie op bij de Os. Misschien komt daarom ook groen sterk voor de dag? Met oranje petjes krijg je dan een soort stoplichtmode. Een jongen draagt over zijn saaie lichte broek een groen shirt, een grijs jasje en een vaagblauw sjaaltje. Nah, gaat nogal. Is van Inwear. Guess schoudertassen kan de dubbelkleurigheid ook al niet laten, het is grijs met groen, grijs met blauw of grijs met rood – alles overdreven in de ogen van de saaie Os. De Bijenkorf zelf komt met een overdreven variëteit aan riemen, niet alleen alle kleuren van de regenboog worden van stal gehaald, ook slangmotieven worden getoond in diverse dessins en kleuren. Nou harmonieert de Slang toevallig met de Os, maar ons is door Chinese astrologen voorgehouden dat het jaar van de Os een sobere mode zou laten zien. De Bijenkorf heeft daar vooralsnog géén zin in. Maar de kleurenactie Touched by Colour duurt ook niet langer dan een maand. De Os kan dit natuurlijk niet langer verdragen, dat weet het Paard ook wel. Toch benieuwd hoe men er straks in de lente bij loopt. Of is de Os helemaal niet van plan ons een mooie lente te bezorgen? Crisis… dat is kou, ijs, sneeuw, regen, bewolking, hard werken voor een habbekrats, chagrijn.
Tagarchief: chinese
Confucius ontmanteld
China is hot. En dus kan Confucius de boekenkist uit en in de etalage worden gezet. Maar China is niet meer als voorheen. Complete steden verdwijnen onder wolkenkrabbers en het colbert heeft het Chinese jasje verdrongen. Tijd natuurlijk voor een gloednieuwe biografie over Confucius. Is dat mogelijk met fors uitgedund bronnenmateriaal? Annping Chin mikt zonder blikken of blozen tien werken uit de Dertien Klassieken de waterput in voor ze zich van haar taak kwijt. Ze wenst zich vrijwel uitsluitend te baseren op de Gesprekken van Confucius en de Commentaren van Zuo. “Als dat betekende dat mijn verhaal grote leemten zou vertonen, had ik dat maar te accepteren,” schrijft ze ter verantwoording. Waarmee ze die acceptatie uiteraard ook van de lezer vraagt. Ze neemt de Gesprekken, een soort bloemlezing van verschillende auteurs, omdat Confucius dan niet kan worden vastgepind op “een rol als promotor van zijn leer”. De Commentaren van Zuo zijn ooit door de overheid samengesteld en kunnen dus dienen voor alles wat van politiek belang was tijdens het leven van Confucius. Het beroemde Boek der Veranderingen, de I Tjing, waarin de Commentaren aan Confucius en zijn leerlingen worden toegeschreven, krijgt niet eens een vermelding! Nou, dan moet je wel met iets wereldschokkends komen. Het wordt al snel duidelijk dat Annping Chin, geboren in Taiwan en wonend en docerend in Amerika, weinig op heeft met de allereerste geschiedschrijver van China, genaamd Sima Qian. Die man schreef immers meer dan honderd biografieën over allerlei figuren en gebruikte zijn fantasie zodra zich leemten vertoonden, zoals in het leven van Confucius. Annping Chin stelt daartegenover een gortdroog verslag van een Chinese wijze die aldoor moeite moet doen om een aanstelling te krijgen bij hertogen, vorsten, kanseliers, koningen en omhooggevallen kooplieden die een ambtelijke functie zijn gaan bekleden. Haar boek heeft als subtitel: Een leven tussen filosofie en politiek. De biografe zet haar held eerst hoofdstukken lang neer als een raadsheer voor allerlei politici en machthebbers die elkaar voortdurend bevechten. Wanneer Confucius in een mistige periode van zijn leven veertien jaar een zwervend bestaan leidt, tovert de schrijfster verscheidene geschiedschrijvers uit de hoge hoed, zolang ze maar geen Sima Qian heten. Alleen feiten die haar demythologisering van Confucius ondersteunen, glippen door haar wetenschappelijk filter. Die zijn zo oninteressant dat Confucius zelfs de liefhebber begint te vervelen. Waarom moet de filosoof zo nodig van zijn voetstuk? Wat was zijn werkelijke betekenis voor China? De schrijfster zwijgt, het gaat over háár relatie met Confucius, ze sluit de lezer buiten. Je bent blij wanneer ze aan het einde van haar boek Mencius aanhaalt, de grote navolger van Confucius. Mencius schreef namelijk erg goed. Dat moet Annping Chin nu ook maar eens gaan leren. Dit is immers al haar vijfde boekpublicatie.
Auteur: Annping Chin
Titel: Confucius. Een leven tussen filosofie en politiek.
Paperback, aantal pagina’s 287 (met noten)
Uitgever: Athenaeum – Polak & Van Gennep
Prijs: € 22,50
© 2008 Alfred Birney. Deze bespreking verscheen eerder in de boekenbijlage van het Algemeen Dagblad op zaterdag 17 januari 2009 onder de titel Biografie met grote leemtes. Alleen de eerste 50 woorden van deze recensie mogen worden overgenomen, gevolgd door een link naar deze pagina. Wie deze regel negeert, ontvangt een rekening.
Het jaar van de Os
Vandaag begint het Chinese jaar van de Os. Chinezen hebben maanjaren. Elk nieuwe jaar begint op de tweede nieuwe maan na de zonnewende van 21 december. Dat is ergens tussen 21 januari en 20 februari. Het nieuwjaarsfeest wordt door één miljard mensen over de hele wereld gevierd, vooral in Azië met China voorop, gevolgd door landen als Mongolië, Korea en Vietnam. De feesten kunnen meerdere dagen duren. Waar Chinezen in grotere concentraties zijn, wordt Nieuwjaar gevierd, zoals afgelopen zaterdag in het Haagse Chinatown. Amsterdam volgt een week later.
Het is gebruikelijk dat je je schulden betaalt voor je het nieuwe jaar ingaat. Je koopt nieuwe kleren en je maakt je huis schoon. Je veegt het stof van het afgelopen jaar dus naar buiten. Ga nou niet je huis schoonmaken op nieuwjaarsdag, want dan veeg je de energie van het nieuwe jaar de straat op. Vandaag ben je te laat, dus laat de stofzuiger maar in de kast staan.
Wat heeft het jaar van de Os voor ons in petto? Ik verlaat me maar even op het lichtvoetige handboek van Theodora Lau, want je kunt de Chinese astrologie net zo moeilijk maken als de “westerse”. Wij allen zullen het juk van de verantwoordelijkheid op onze schouders voelen, want de Os is een noeste werker. Strubbelingen vinden hoofdzakelijk in huiselijke kring plaats, toch is het een goede tijd om je huis op te knappen (dat geldt zeker voor mijzelf, want ik deed al tien jaar lang helemaal niets aan mijn huis). Verder moet voor de wat saaie Os de mode sober zijn, is abstracte kunst uit den boze en spielerei taboe. Geen werk, geen eten, is het credo!
Persoonlijk waren mijn Ossenjaren (1997 en 1985) nogal beroerd, maar het schijnt dat door de invloed van mijn vaste element ik nu juist een goed jaar krijg. Dat is uw zaak natuurlijk niet, u wilt liever weten hoe het u zal vergaan. Kent u uw teken niet? Vergeet het. Ga de stoep maar vegen, of lees een boek van me.
Bent u een Rat? Gefeliciteerd! U krijgt een voorspoedig jaar. Bent u een Os? Goed jaar hoor, hier en daar wat vertraging in de uitvoer van uw plannen. Is u een Tijger? Echt waar? Zeker weten? Nou eh… veel geruzie, ik zou het hele jaar maar in mijn kooi blijven. Leeft u in het wild? Tja, nou, uithalen en flink krabben maar dan. Bent u een Konijn (Kat of Haas is hetzelfde, allemaal eetbaar in China)? Een moeilijk en rigoureus jaar. Ellende met gezondheid, scheiding van een geliefde, uitstel van plannen. Dit klopte voor mij de afgelopen twee Ossenjaren, maar er ligt een link naar een tegenstem onderaan dit stuk. Gauw verder naar de Draak: wel okay, dit jaar joh. De Slang… nah… tegenwerking en financiële miscalculaties. Paard? Redelijk, po’s and cons, kan beter, kan slechter. Het Schaap. U bent een Schaap, ja? Of een Geit, dat maakt niet uit. U weet zeker dat u onder dat teken valt? Nou, het is net zo ellendig als voor het Konijn, als u van geld tenminste een punt maakt. Er komen ruzies met vrienden en familie, er wordt gewoonweg te veel van u gevraagd. No way to hide, sorry. Ik ga maar weer verder. Bent u een Aap? Een matig jaar. Thuis is alles wel goed, maar de gezondheid kan een tikje krijgen en uw hoge verwachtingen moeten wat worden getemperd. Dan nu de Haan. Het kraaien zal wat beter gaan dan in het afgelopen jaar. Beetje minder schor. Misschien een operatie aan het een of ander? Is u een Hond? Oh boy, sorry hoor, maar het kan heel wel zijn dat uw vrienden, kennissen en familie u aldoor verkeerd begrijpen. Beter maar een toontje lager blaffen dit jaar. Probeer anders eens te miauwen of zo. Tot overmaat van ramp gaan de geldzaken ook al niet van een leien dakje. Tot slot het Zwijn. Een goed jaar! Misschien wat gedoe in de liefde, maar dat eet en drink je wel weer weg in een lekker restaurant ergens aan een haventje. Lichtjes glimmen in de verte, het water klotst u vriendelijk toe, ga maar lekker vreemd hoor, je minnaar komt er toch niet achter.
Kloppen deze door mij vrijuit geparafraseerde voorspellingen van Theodora Lau eigenlijk wel? Aan het einde van het jaar van de Os zult u het weten. De schrijfster wordt op nogal wat punten tegengesproken door een Chinese astroloog uit het jaar van de Hond. Neem daar maar eens een kijkje. Verbaast u zich vooral niet over al die Feng Shui (spreek uit: Fong Swee) die u over u uitgestort krijgt, want hey: voor elke negatieve invloed is er wel een kristal dat je ergens in je huis moet neerleggen. Het is ook gebruikelijk om je bed, je bureau en je eettafel te verplaatsen. Voor mij rijst altijd de grote vraag: wat wordt bedoeld met het Noorden, het Zuiden, het Westen en het Oosten? Zijn deze windstreken relatief nadat je de Noordzijde van je huis hebt bepaald, of zijn ze absoluut? Wie het weet, die moet het me maar zeggen.
Obama is niet zwart, hij is café-au-lait
Bij de inauguratie van mijn nieuwe website wil ik even opmerken dat de 44e president van Amerika niet zwart is. Zijn vader was zwart, zijn moeder blank, dus Obama is multi-etnisch. Zulke mensen heten mulatten in Amerika, maar misschien is dat onderhand wel net zo ouderwets als halfbloed in Holland. Indo’s wensten zo niet langer genoemd te worden maar gezien de vele raciale kruisbestuivingen noemen veel multi-etnische kids zich tegenwoordig gewoon halfbloedje. Klinkt meer als een koosnaam dan halfbloed. Dit terzijde.
Gezien Obama’s levensloop (Hawaï, Indonesië, Noord-Amerika) en zijn aanraking met verschillende culturen, talen en godsdiensten, is Obama ook nog multicultureel te noemen. Multiculturaliteit is geen logisch gevolg van multi-etniciteit. Je kunt bijvoorbeeld als gemengd Kaapverdisch-Nederlands geboren worden maar een puur Hollandse opvoeding krijgen (ja, die bestaat nog). Misschien kun je Barack Hussein Obama II het best een kosmopoliet noemen. Hij is geboren onder het zodiakteken Leeuw, dat ben ik ook, dus dat zit wel goed (smile). Zijn Chinese teken is Os, dat is toevallig mijn reisgezel (ik ben geboren in het uur van de Os – second smile). Alsof de hemel een wil heeft, staan we aan de vooravond van het jaar van de Os. Dat begint aanstaande maandag op 26 januari 2009. Volgens Theodora Lau krijgt de Os een goed jaar, al zullen zijn plannen wat vertraging kunnen ondervinden (Uit: Chinese astrologie; het handboek – Theodora Lau; Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht: 1981/1999). Mij lijkt dan ook niet dat Obama wel even de chaos die zijn voorganger buytengaets heeft gesticht, zal kunnen opruimen.
Het valt te hopen dat Obama niet door de een of andere idioot overhoop geschoten wordt. Een politicus die zó mateloos populair is, die loopt per definitie dat gevaar. Ik schrijf dit op het moment waarop Obama zo vermetel is zijn limousine uit te stappen en zwaaiend naar de menigte een stukje gaat wandelen, zijn vrouw naast zich. De CNN-verslaggevers houden de adem in. Dat is nog gevaarlijker dan wat Kennedy deed: rijden in een open auto, toen hij in Dallas doodgeschoten werd. Dat was in 1963, het jaar van het vredelievende Konijn nota bene (ik val onder dat Chinese teken – third and last smile).
Opvallend is dat niet alleen blanken maar doorgaan met roepen dat Obama zwart is. Nee, hiermee lijken de zwarten zelfs voorop te lopen. Vooruit dan, Obama oogt zwart, dus voor de zwarte gemeenteschap is het kennelijk makkelijker zichzelf in deze charismatische leider te herkennen. Racisme begint uiteindelijk bij het uiterlijk, daarna volgt de rest van de beeldvorming en de clichés die daaruit voortkomen. Maar nogmaals, Obama is niet zwart. Natuurlijk hebben zowel zwarten als blanken er baat bij hem zwart te noemen. Beide groepen hebben wat in te halen. Zwarten willen gelijkwaardigheid, die er, ondanks Obama’s verkiezing, nog lang niet is. En blanken willen van hun schuldgevoel af, waar ze nog wel even mee bezig zijn.
Een cynicus zou ook nog kunnen zeggen dat het voor blanken makkelijker is een zwarte af te poeieren dan een blanke-zwarte als hij zijn werk niet goed doet. Door zijn deels blanke afkomst eenvoudig te negeren, hoeven ze zelf niet in de spiegel te kijken. Maar: negeren ze die blanke afkomst eigenlijk wel? Het is wel heel opvallend hoeveel blanke Amerikanen met vlaggetjes staan te zwaaien, al zijn het vooral de vrouwelijke kiezers die de man in het zadel hebben geholpen.
Hoe dan ook: de mulatten lopen fijn de kans mis om eens in de schijnwerpers te staan. Ik voel natuurlijk met ze mee, want ik ben ook een etnisch en culturele mix. Zodra de mensen, met de massamedia voorop, ergens geen duidelijk etiket op kunnen plakken, wordt het allemaal te moeilijk voor ze. Toch wordt het allemaal café au lait in de toekomst. Obama is het al.
Hi there, how are you
Mijn nieuwe jaar begon met een hoop geklaag en protest van allerlei lezers van mijn weblog. Ze vonden het maar niks dat ik het off line had gehaald. Ik mailde terug dat ze dan mijn boeken maar moesten kopen etc. Hadden ze al gedaan, en gelezen ook, en omdat ik al jaren geen nieuw boek meer publiceerde stelden ze zich maar tevreden met dat weblog van me. Enfin, van dat heen en weer-gemail word je ook moe, dus… eh… ja en er was iemand die zei: hey kunt toch ook gewoon een somsblog bijhouden? Ze mailde het me verleden jaar ook al, toen ik mijn weblog off line haalde. En het jaar ervoor ook al. Ik denk dat ik maar eens iets anders moet gaan verzinnen rond de jaarwisseling. Dus niet mijn blog off line halen, maar mijn boekenkast in de fik steken of zo. Iets slopen. Je moet iets slopen in Holland rond de jaarwisseling, vooral in Den Haag: jaarwisseling = slopen. Wij verdrijven de boze geesten van het oude jaar niet met vuurwerk maar met sloopwerk. Wij slopen de boze geesten, begrijpt u wel? Nou dan. (Nog even en dan begint het Chinese Nieuwjaar. Quite some other stuff. Chinezen volgen de Maan. Wij de Zon. Whatever, of je nou de maan volgt of de zon, je moet altijd wel weer gaan rommelen met een dagje erbij (schrikkeljaar) of dagen erbij dan wel eraf (afhankelijk van het aantal maangestalten). Kortom: de mensheid probeert de getijden te vangen in een kalender, maar slaagt er niet in. Wie hackt de code van de hemel?
Tussen I Tjing en I Ching
Ik heb een paar weken de tumblr service uitgeprobeerd, het zogenaamde microbloggen. Daar ben ik nu mee opgehouden, ik heb enkele microblogs naar deze site getransporteerd en de rest in de prullenbak gemikt. Mijn laatste bijdrage had niets meer met microblogging te maken, wél met de service van tumblr.nl. Ik wierp er drie Chinese munten op, zesmaal, en raadpleegde het orakel dat ik al 35 jaar lang raadpleeg:
Een groot probleem bij de interpretatie van deze uitkomst ontstaat wanneer je je van twee vertalingen bedient, of wanneer je de pech hebt beide vertalingen te kennen:
1. I Tjing; Het boek der veranderingen (naar de Duitse vertaling met toelichting van Richard Wilhelm) – Deventer, 16e druk: 1991. Deze gebruik ik al een jaar of 35. Mijn eerste exemplaar kocht ik in 1973. Mijn derde exemplaar heeft zijn stofomslag niet meer, ik zal weer een nieuw moeten kopen.
2. De oorspronkelijke I Ching (in de nieuwe vertaling van Alfred Huang) – Haarlem, 1e druk: 2000 (oorspronkelijke titel: The Complete I Ching). Deze gebruik ik een jaar of zeven. Ik kocht het boek in de zomer van 2001.
Het grootste verschil tussen beide versies ligt in de interpretaties van hexagrammen wanneer er méér dan één lijn beweegt. In bovenstaand hexagram – op zich een prachtige uitkomst – bewegen er liefst drie lijnen. Richard Wilhelm zegt dat alle drie bewogen lijnen in hun tegendeel omslaan. Ze worden dus alle drie yin. Het hexagram nr 1 (Het Scheppende) verandert dan in hexagram nr 42 (De Vermeerdering). Alfred Huang daarentegen zegt (onder meer) dat bij drie bewogen lijnen alleen de middelste bewogen lijn moet worden gekozen. Volgens hem zou de uitkomst dan niet hexagram nr 42 zijn, maar hexagram nr 10 (Vervulling).
Overigens heeft Alfred Huang hexagram nr 1, Het Scheppende, hernoemd tot gua nr 1: In Gang Zetten. Nr 10, Het Optreden, heet voortaan Vervulling.
Volg ik de interpretatie van Richard Wilhelm, dan zou het inwisselen van mijn klassieke weblog voor een microblog meer ruimte geven voor het ouderwetse schrijven, dat ik bij het werpen van de drie munten in gedachten had. Volg ik de interpretatie van Alfred Huang, dan moet ik de derde lijn, de middelste van de drie bewogen lijnen dus, aandachtig lezen. Daar staat onder meer: “Wie op deze plaats staat, moet opletten dat hij niet te ver van het centrale pad afwijkt en daarmee een ongunstige situatie creëert.” Maar wat is nu “het centrale pad”? Mijn weblog of mijn schrijverij? Richard Wilhelm spreekt bij deze lijn onder meer: “Reeds menig groot man ging te gronde doordat de massa’s hem toevielen en hem meesleepten in hun eigen baan.” Zijn “de massa’s” al die wegloggers en microbloggers die mij van mijn core bizz weghouden: het schrijven en publiceren van boeken?
Het zal me nog menig meditatief uurtje kosten eer ik deze kwestie heb opgelost. Ik zal ook wel moeten, want er ligt een e-mail van mijn host met de vraag of ik een tweede domein, waarmee ik mijn tijd verkwansel, wil verlengen of wens te laten verlopen.
Oemf, het antwoord ligt voor het oprapen, zo te zien.
Update 26 dec:
Harmen Mesker van I Tjing Centrum Nederland mailde me dat hij hexagram 1 interessant vond. Het is immers een compleet yang hexagram en staat voor ideeën, maar niks concreets (dat zou hexagram 2 eerder zijn). Er is dus geen resultaat, het levert niks op. Drie bewegende lijnen is overigens best wel veel, het geeft aan dat er – voor jou in ieder geval – best wel wat haken en ogen aan het systeem zitten. En dat het dan eindigt in hexagram 42, De Vermeerdering, is niet echt ‘micro’. Het lijkt meer van minder te worden, en of je daar nou op zit te wachten…
Met ‘micro’ doelt hij op de microblogging service van Tumblr. Prettig dat zo’n orakel even de moeite neemt om zijn inzichten te delen. Ik hing namelijk nog altijd met een zwaar hoofd boven deze uitkomst.
I Ching geeft nr 47 (de uitputting)
op de vraag wat ik met mijn officiële weblog moet doen, aangezien dat zich ongebreideld uitdijend monster me al te lang in de weg zit. Laatst haalde ik postings weg uit het jaar 2000. Een hele zwik krantencolumns uit de periode 2002 – 2005 heeft zichzelf nu wel overleefd. Na een eenvoudige filtering zullen ongetwijfeld enige tientallen verhalen bewaard blijven. Uit een blogserie in de periode 2005 – 2007 kan zelfs nog wel een roman verrijzen. Maar dan moet de boel eerst offline en op papier bekeken worden. Ziehier het dilemma van de bloggende schrijver: hij heeft de neiging om wat hij op het web heeft gezet als gepubliceerd te beschouwen.
Wat gaf het Boek der Veranderingen op mijn vraag of ik de heleboel maar offline moest halen? Hexagram 47 met de 1e en 6e lijnen bewegend van yin naar yang. De 1e lijn zegt, volgens de interpretatie van Alfred Huang, die de jongste vertaling van het oude Chinese orakel maakte, dat “wie in een treurige situatie zit (uitputting), op zoek moet gaan naar verlichting en wijsheid.” De 6e lijn zegt, in de beroemde vertaling van Richard Wilhelm: “Men leeft onder de druk van banden, die gemakkelijk verbroken kunnen worden. Het einde van de benauwenis is in zicht, maar men kan nog niet tot een besluit komen. Nog onder de indruk van de vroegere toestand meent men reden tot berouw te zullen hebben, wanneer men zich beweegt. Maar zodra men tot inzicht komt, deze geestelijke houding aflegt en een resoluut besluit neemt, gelukt het, de druk te boven te komen.” Welaan, de jaarwisseling zou een goed moment kunnen zijn.
Koloniaal brievenproza (2)
De brieven in het boekje en de DVD vullen elkaar mooi aan. De tekst komt van Rien Kuyck, de filmbeelden komen van haar man, die waar hij maar kan het Nederlands-Indië in de late jaren twintig van de vorige eeuw vastlegt. Opwindend beeldmateriaal is het niet als je al tientallen fotoboeken over die tijd onder ogen hebt gehad. Het enige dat me bijblijft is een shot van een dagje naar het strand. Je ziet Europese mannen een duik nemen en hun vrouwen onder parasols in stoelen kwekken over dezelfde dingen waar men nu over kwekt, morgen over kwekt en over honderd jaar nog over zal kwekken. De vertelster – de stem op de DVD geeft een beknopte bloemlezing uit het brievenboek – beseft wel dat ze van een afstandje afkeurend worden gadegeslagen door de “inlanders”, die men nu Indonesiërs noemt.
Wie zitten er aan het strand? Een dikke Chinese familie. Luidruchtige en uiterst modieuze joden. Verder de zogenoemde Europeanen. De beurskrach van New York is dan al een feit, maar de vertelster zegt dat er in “Indië” nog niet veel over wordt gesproken.
Wat ik jammer vind is dat de zeereis niet wordt beschreven. Nou kon je natuurlijk moeilijk brieven vanaf de boot versturen. Maar ze had die kunnen bewaren. Wellicht was het bijhouden van een dagboek voorbehouden aan de creatievere geesten. Zo iemand was Rien Kuyck niet. Ze was gewoon een aardige Haagse vrouw zonder uitgesproken kenmerken die haar tot zoiets als een uitgesproken persoonlijkheid zouden hebben gemaakt. Zo vindt ze het wonderlijk hoe snel kinderen bedienden gaan commanderen, zonder dat ze zich afvraagt van wie die kinderen dat nou zouden hebben afgekeken. Racistisch kun je haar niet noemen, ze is een kind van haar tijd en spreekt met respect over haar bedienden. Koloniaal is ze uiteraard wel te noemen. Aan de enorme weelde is ze al snel gewend en hoewel ze in het begin van haar vijfjarige verblijf op West-Java nog gewoon Hollandse kost tot zich neemt, tot en met havermoutpap toe, zie je op de filmbeelden dat haar zoontje gewoon rijst krijgt toegediend door de baboe. Aardig is dat zij schrijft dat er mensen zijn die er alles aan doen om vooral niet te verindischen. Daar doet zij niet aan mee. Rien Kuyck vindt dat een mens zich zo goed mogelijk moet aanpassen aan omgeving en gebruiken, al zijn er natuurlijk grenzen en verlangt ze naar Holland terug, waar het leven uiteindelijk beter is volgens haar.
De observaties van Rien Kuyck zijn soms erg herkenbaar. Ze vergelijkt bepaalde delen van Java met de Achterhoek. Dat deed ik ook op mijn reizen over Java. Hoewel Rien Kuyck zo te oordelen een luizenleven leidt terwijl haar man werkt, klaagt ze soms toch nog over haar kinderen, die ze lastig vindt. Zonder die kinderen zou ze heerlijk wekenlang door dat prachtige landschap kunnen zwerven, etc.
Aan het einde van haar epistels heeft Rien Kuyck het over opstandelingen, “communisten” die de buurt onveilig maken. Ze worden opgepakt, maar Rien zelf vindt dat ze beter doodgeschoten kunnen worden. Tijdgeest, right? Het valt haar verder op dat de bedienden zich allengs vrijer en brutaler gaan gedragen. Sommigen durven haar zelfs ongevraagd aan te spreken tijdens een feest, bijvoorbeeld om haar te wijzen op een stoffig portierraampje van de auto. Wat dat betreft is het brievenboek wel interessant. Achter de naïviteit van een doorsnee Hollandse vrouw in de “Oost” zie je toch, uiteraard met de kennis die je nu bezit, de verhoudingen tussen de dominate en onderdrukte groep behoorlijk veranderen. Indo’s worden slechts een paar keer zijdelings genoemd. Nee, ze heten geen “Indiërs”, zoals onze Geert Mak maar eigenwijs blijft volhouden.
Tja, wat moet je met zo’n boekje + DVD? Ik zou zeggen: het is aardige kost voor de Indië-freak, mensen die maar geen genoeg kunnen krijgen van gedachteloos terug te reizen naar de koloniale tijd van Nederland. Ik vraag me weleens af of zulke mensen ooit op het idee komen de heleboel eenvoudig om te draaien. We gaan honderd jaar terug in de tijd. Nederland wordt onder de duim gehouden door een kleine minderheid Chinezen, die de economie in handen hebben, aan het hoofd van het leger en de politie staan en spoorlijnen laten aanleggen. Ze houden er Hollandse bedienden op na, gaan flaneren op het strand terwijl de “inlanders’, die men nu Hollanders noemt, zich uitsloven met het uitbaggeren van sloten, het aanleggen van wegen voor de auto’s waarin de Chinezen zich voortbewegen, en zich in fabrieken in het stof werken met producten die zeer veel geld opleveren. De woekerwinsten gaan naar China. Wie zich dit niet kan voorstellen, vindt misschien wel dat kolonialisme alleen is voorbehouden aan een kleine blanke elite. Wie zich dit wél kan voorstellen, is misschien wel een leugenaar. Of een toekomstvoorspeller? Dat kan ook.
De vergoogling van Albert Heyn
Albert Heyn, hierna te noemen AH, heeft de expansieve drift in de onderbuik niet in bedwang en neemt de ene na de andere supermarkt te grazen. BNR-nieuwsradio stuurde een verslaggever op pad en kwam met verschillende reacties van men and women in the street. Opvallend was de berustende toon van de diverse geïnterviewden. Slechts een enkeling liet weten liever een Aldi of Jumbo om de hoek te hebben, al was het maar vanwege de centen. AH lijkt goedkoop, maar is het niet. Bovendien word je gedwongen een klantenkaart bij je te hebben. Zoiets doet Jumbo niet. Die vindt gewoon dat iedereen goedkoop uit moet zijn en niet alleen kaarthouders. Hoeveel kaarten heeft een mens trouwens tegenwoordig niet, de portemonnees zijn onderhand niet meer aan te passen met al die extra vakjes. Enfin, in mijn directe omgeving is het kiezen tussen AH en C1000. AH is lang niet in alle opzichten beter. Ik noem maar even wat: toiletpapier, groentenschijven, jam, sjalotten en olijfolie kun je beter bij C1000 halen. Bovendien heeft C1000 een leuker frisdrankaanbod. IJsthee met koolzuur wordt in blikjes aangeboden, dat is veel lekkerder dan in die vieze plastic flesjes van AH. Verder biedt AH zonder blikken of blozen twee rode pepers aan voor 1,98. Bij de Chinese toko of de Turkse supermarkt krijg je een hele zak rode pepers voor twee euro. AH exporteert een bekrompen Hollands beeld van wat speciaal is en wat niet. Net als Google’s cookies zijn AH’s klantenkaarten een soort spyware, als je zo suf bent om je gegevens bij AH achter te laten. Monopolisering leidt tot verzet, maar beter is om het niet zo ver te laten komen. Ikzelf ben zo idioot om Google-ads in de footer van mijn website te tonen. En bij AH kom ik ook weleens. Ik ga me bezinnen.