U kent vast wel die vervelende Google-ads. Je kunt geen website bezoeken of je ziet ze wel verschijnen, die zogenaamd niet-opdringerige advertenties van Google. Moet je eens kijken wat ik met mijn blog heb gedaan! Ads all around! Waarom? Vertel ik straks. Het is onduidelijk met welk doel Google ooit is begonnen, er stonden al snel van die kleine advertenties heel onopvallend naast de zoekresultaten te wezen. Terwijl andere zoekmachines steeds moeilijker begonnen te doen over wat er wel en niet werd geïndexeerd, hing Google gewoon alle was buiten, zowel de schone als de vuile. Vond je niet wat je zocht, dan clickte je maar op zo’n ad. Google had ook een hele slimme zoekformule. Verder stopte Google een cookie in elke pc. Dat ding is geloof ik tot ergens in de jaren dertig “legaal”. Google houdt veel van uw surfgedrag bij. Google is spyware, heus, geloof me. Vandaar dat rondom deze post u vast wel ergens een advertentie ziet waar u in tijden van verveling op zou kunnen clicken. Nou is dit wel een vervelende post, niet? Er-rug vervelend, niet? Okay, ik heb een account bij dat enge bedrijf, dat grijnzend beide o’s van George Orwell in zijn naam heeft. Erg mijn best heb ik nooit gedaan om wat aan die domme ads te verdienen, maar… ik zag zojuist dat mijn teller richting de 100 dollar gaat! Dat wordt dokken voor Google! En dan houd ik op, want Google wordt mij veel te machtig. Ik haat monopolisten. Dus help me even van dat idiote account af en click op een ad. Je gaat er niet dood van, u komt gewoon op de een of andere site en ik krijg voor uw click een paar stuivers. Draait uw site ook ads? Laat maar achter, uw URL, en ik kom wel even clicken. Nou doei! En allemaal bedankt nog voor die mooie verjaardagskaarten (sommige waren echt heel mooi handmade), e-cards, sms’jes, telefoontjes etc. Ik vierde mijn verjaardag met tweelingbroer, zoon en vriendin in een klein restaurantje om de hoek, 57 meter lopen… Voor grote feesten moest het minimaal 27 graden zijn, anders is het zo koud op balkon. Okay, gaat u clicken?
Tagarchief: dood
De dood als goede vriend
Ik bracht gisteren de hele dag en avond door bij een vriend die niet lang meer te leven heeft. De kanker vreet hem van binnen op, aanvankelijk traag, maar de laatste dagen wordt het beest afschuwelijk gulzig. Het huist diep in zijn botten, die door al dat gewoeker zo worden misvormd dat zenuwbanen als het ware onder stroom worden gezet. Ik had ooit een hoge hernia, ik weet ongeveer het voelt. Het is alsof je kiespijn hebt in je lijf. Er is bijna geen houding die je kunt aannemen, waarin je je pijnloos kunt wanen. Bijna… Mijn vriend kon gisteren helemaal géén houding meer vinden. Er was een moment waarop ik dacht aan de slotscène uit One Flew Over The Cuckoos Nest (1975). De grote indiaan drukt uit medeleven en mededogen de held langdurig een kussen in zijn gezicht om hem zo te laten stikken. Zeg: een hardhandig soort euthanasie. Ook bedacht ik even dat als ik een revolver zou hebben gehad, ik hem wellicht de kogel had gegeven. Gelukkig knapte mijn vriend iets op na een overdosis van een of ander medicijn. Toen begonnen we grappen te maken over wat de beste manier van zelfmoord zou zijn. We kwamen overeen dat een handvol pillen nog altijd beschaafder is dan een touw om je nek, een pistool in je mond, doorgesneden slagaderen in een ligbad of een sprong van het balkon. Maar zonder gekheid; we wisten even niet hoe dat tegenwoordig zit met euthanasie hier in Nederland. De term palliatieve sedatie kenden we, maar wat dat nou precies inhield waren we vergeten. Nu weet ik het weer: men brengt de patiënt in een steeds diepere slaap, totdat de dood hem komt verlossen. Na wat ik gisteren heb gezien, een goede vriend die gek wordt van ondraaglijke pijnen, heeft de dood er een ander gezicht bij gekregen. Dat van een goede vriend.
Ché en Tanja
Het zat er aan te komen: een T-shirt met een print van onze Lady Ché. De initiatiefnemer is al met de dood bedreigd, en dan niet door de leden van de FARC. Hij is momenteel in onderhandeling met een grote fabrikant, want het schijnt storm te lopen. Het valt te hopen dat ze dan de snoet van Tanja een andere kleur geven, want welk mens ziet er nou goed uit met een groen gezicht? Maar welke kleur men ook zal nemen, ik denk dat onze Tanja het nooit van Ché zal gaan winnen.

Benieuwd trouwens hoe het zit met de rechten op Tanja’s snoet. Ooit zag ik een documentaire over de fotograaf die Ché’s beroemde gezicht vereeuwigde. Hij had nooit moeite gedaan zijn geld op te eisen voor zijn foto, die op vele miljoenen posters prijkte in de jaren zeventig, en later op T-shirts. Hij wilde geen geld verdienen aan de heroïek van een ander.
Chinees hoedje
Ik had mezelf voorgenomen te gaan fietsen, maar stond op als een dweil. Mijn zoon had een virus van school meegenomen, de helft van zijn klas was ziek. Het gaat om een ongesteldheid van drie dagen, volgens zijn klasgenoten. De frequentie van dit soort griepachtige verschijnselen lijkt synchroon te lopen met de klimaatsverandering. Lummelen achter mijn bureau gaat nog wel, maar vanmiddag verspilde ik nogal wat energie door een loodgieter te helpen die, volgens afspraak, met een tregakapje aan was komen zetten. De man probeerde via mijn huishoudtrap van niks het dak te beklimmen. Ik heb de huishoudtrap maar vastgehouden en de zooi opgeruimd die van het dak mijn badkamer in stoof. Ik rende herhaaldelijk de trappen op en af om te kijken of de loodgieter al beneden kwam en toen hij weg was stond loodgieter numero 2 voor de deur.
Men had ten kantore abusievelijk twee bonnen gemaakt. Voor dakreparaties sturen ze namelijk altijd twee loodgieters.
‘Zodat er eentje de trap kan vasthouden zeker?’
‘Precies.’
‘Zeg, hoe heet zo’n ding ook alweer dat boven zo’n afzuigpijp staat?’
‘O, dat is een Chinees hoedje.’
Twee loodgieters, twee benamingen. De zon loopt door Tweelingen. Christina was Tweelingen, ze zou vandaag 48 jaar zijn geworden. Ze is al 13 jaar dood en voordat ze stierf waren we al uit elkaar. Ik was ergens linksaf geslagen en wilde haar niet meenemen. Ik wou dat ik die tweede langspeelplaat van Kazimir Lux nog had. Hij zong een mooie uitvoering van I still miss someone.
Muziek en letteren
Het was vroeg op de zaterdagavond. Ik deelde het podium met gespreksleidster Esther Wils, pianist en antropoloog Henk Mak van Dijk en neerlandicus en biograaf Frank Okker. Plaats van handeling: Pasar Malam Besar, Bibit Theater. Het tijdstip werkte niet in ons voordeel – 19:00 uur, dan zit de meute nog te eten – maar optreden voor de echte diehards is altijd bevredigend. Henk Mak van Dijk, Frank Okker en ik droegen elk ons steentje bij aan de jongste special van De Gids: Indische schrijfsters. Nogal lollig dat er uitgerekend nu geen vrouw op het podium zat, de gesprekleidster uitgezonderd.
Over mijn bijdrage aan De Gids, de roddelachtige brief over mijn overgrootmoeder van Anne Busken Huet aan Sophie Potgieter, heb ik het eerder gehad in Dood aan de deadline! en De Gids met Indische schrijfsters. Mij werd gevraagd of ik de brief wilde voorlezen. Ik had me daarop voorbereid, maar was mijn leesbril vergeten. Ik gebruik +0,5. Dat is een sterkte die vrijwel geen hond gebruikt. Er zat niemand in het publiek met een leesbril van die sterkte. Ik vroeg het publiek om +1.0. Weer niemand. Turend, spotlights op je gezicht, ook dat nog, ben ik de brief dan maar zonder bril gaan voorlezen. Ging nogal, hoewel niet echt swingend. Frank Okker moest ook een brief voorlezen en ik was aangenaam verrast toen ik hoorde hoe Madelon Székely-Lulofs geen spaan heel liet van die door mij zo verfoeide Augusta de Wit.
Het is jammer dat dit soort ongelooflijke kattige brieven pas 100 jaar later boven water komen, want dat vileine boek Orpheus in de desa uit 1900 heeft toch ruim 80 jaar op de boekenlijsten van de middelbare scholen gestaan, met alle kwalijke gevolgen van dien voor met name de beeldvorming van de Indo, die door die hoogdravende Augusta de Wit als méér dan verdacht wordt opgevoerd. (Ik schreef er ooit een column over voor het tijdschrift Moesson en hoorde dat er lezers waren die naar aanleiding van die column het boek opnieuw gingen lezen.) De ironie wilde zaterdagavond dat de brief die ik voorlas mij nota bene was aangereikt door Olf Praamstra, de biograaf van Busken Huet, die op zijn beurt de echtgenoot was van de brievenschrijfster. Deze meneer Praamstra wilde enkele jaren terug namelijk nog een lans breken voor Augusta de Wits Orpheus in de desa. Ik was wat moe van gepolemiseer en liet hem maar brallen in het tijdschrift Indische letteren. Ze maakte toch geen kans meer, anders dan Hella Haasse met haar Oeroeg, dat ik eens kraakte in mijn Yournael van Cyberney, reden waarom Hella Haasse en Rudy Kousbroek met mij in debat wensten te gaan.

Hoewel de foto het niet doet vermoeden is het uiteindelijk toch nog een gezellige avond geworden. Het is al vijf jaar geleden (Indisch Huis, 21 maart 2002). Hella Haasse en Rudy Kousbroek zijn beiden nog in leven, maar je zal ze niet meer zo gauw op de Pasar Malam Besar aantreffen. Jammer dat ze gisteren niet in de zaal zaten, toen Henk Mak van Dijk de gezellige podiumbabbel afrondde met zijn verhaal over Linda Bardara (1881-1960) én een stuk muziek liet horen van deze in Nederlands-Indië geboren, en vergeten, componiste die Europese en Javaanse muziek met elkaar wist te combineren. Dat is dus lang, ja heel lang voordat Peter Schat dat probeerde (hij vertelde mij in 1987 persoonlijk over zijn plannen in die richting). Henk Mak van Dijks biografie over deze componiste, Linda Bardara, mét muziek-cd, zal dit jaar nog verschijnen bij het KITLV. Bij leven en welzijn zullen zowel Hella Haasse als Rudy Kousbroek onder de indruk zijn. Een piano waarin de gamelan doorklinkt. Een sopraan zweeft erboven, met haar hart ergens tussen hemel en aarde in.
Buzz
Gisteren was ik op een ouderwetse boekpresentatie van collega Kees Ruys, een reisverslaafde romanticus die erg goed kan schrijven over zijn belevenissen in Indonesië. De boekpresentatie was lekker ouderwets. Ze vond plaats in een knusse boekhandel die zich specialiseert in reisboeken: Reisboekhandel Stanley & Livingstone in het Haagsche. Een stapel boeken, wijn, hapjes en een signerende schrijver. Dat. Plus het weerzien met mensen van wie ik dacht dat ze al dood waren of die dachten dat ik al dood was. Een enkeling zag er nog even jong uit als weleer en later hoorde ik dat hij speciaal zijn baard liet staan om er ouder uit te zien. Ooit gehoord dit? Nee? Zet die televisie dan eens uit. Voor wie schrijfambities heeft en alvast een moderne boekpresentatie wil boeken, volgen hier enkele tips. Huur Krasnapolsky af. Laat de NOS, BBC en CNN aanrukken met hun cameraploegen. Huur een colonne mooie vrouwen in die de VIPS van de Amsterdamse Grachtengordel naar het hotel lokt. Hoe onnozeler de VIP, hoe beter voor u. Zorg voor een flitsende demo on stage (niet te lang, de mensen hebben haast), indien mogelijk met Oprah Winfrey als interviewer. Vergeet geen trailer te laten maken voor uw speciaal in het leven geroepen flashy website. Het kost wat geld, maar als je het zo aanpakt dan hoef je je geen zorgen te maken over wat er allemaal aan zin of onzin in je boek staat. Zelf heb ik liever de ouderwetse manier, dus na de borrel bezoeken wij met een stuk of 15 personen een Indonesisch restaurant aan de Grote Markt. Erg gezellig. Mooie eloquente vrouwen, keurige erudiete heren. Ik licht één van mijn tafelgenotes in dat ik op dergelijke avonden altijd wel wat verkeerds zeg. En neem me voor dat op die avond niet te doen. Het lukt, bijna… Helaas schiet ik vlak voor ons vertrek nog even uit mijn slof tegen een oudere heer, die volgens mij iets totaals verkeerd zegt. Ik vraag de welingelichte tafelgenote of ik zonet misschien wat agressief was. Ze beaamde dat ik het was, ja, agressief, en ze liet er nog wat opvoedkundige woorden achteraan komen. Die ben ik helaas weer vergeten. Al dat ik kan zeggen is dat ik weer eens helemaal mezelf was. U zult begrijpen dat het internet nog niet bijster leeft in Haagsche literaire kringen, maar dat een ouderwetse boekpresentatie natuurlijk geen zin heeft zonder buzz. So buzz this one please…***
*** Hier stond een link, die is thans dood.
Oerle
Het Brabantse Oerle blijkt een schrijver te hebben voortgebracht, die luistert naar de naam Tymen Trolsky. Hij is geboren onder het sterrenbeeld Gemini in het Chinese jaar van de Rat. Ik hoorde zijn naam eens in de jaren zeventig, toen ik me stortte op de zogenaamde grote klassieken der aarde. Ik moet toen hebben gedacht dat hij een vergeten Russische icoon was. Zijn ware naam is Jasper Mikkers en mij dunkt dat hij een grotere bekendheid had gekregen als hij onder die naam zou hebben gepubliceerd. Maar het kan heel goed zijn dat hij roem schuwde. Alleen voor het grote publiek is roem onverbrekelijk verbonden met schrijven. Het publiek dat niet verder komt dan een snelle blik op de boekentoptien en de wolkenkrabbers van megasellers in de boekhandels verkeert aldoor in de veronderstelling dat er in Nederland maar een paar schrijvers rondlopen, buiten de landsgrenzen en overzee nog zo wat en dan houdt het wel op want de rest die de bibliotheken vult is al dood en begraven. Het is het perspectief van de keukenmeid uit de tweede lijn van het 20e hexagram van de I Ching, waarin wordt gezegd dat zo iemand niet hoeft te begrijpen wat er in de wereld omgaat. Maar ik dwaal af. Ik ben gewoon het spoor bijster geraakt tussen Oerle in Luik en Oerle in Brabant. Misschien moet ik maar aannemen dat mijn overgrootvader van mijn moeders kant werd geboren in het eerste en stierf in het tweede Oerle. Maar wie zou zoiets nou geloven?
Wat alsnog bezorgd gaat worden
De Gids, een van de oudste literaire en algemeen culturele tijdschriften ter wereld, bereidt een themanummer voor over Indische schrijfsters. Mij is om een bijdrage gevraagd, maar mijn hoofd staat er momenteel niet naar om met bijvoorbeeld een giftig essay te komen in de richting van een schrijfster als Augusta de Wit, van wie haar novelle Orpheus in de dessa (1903) meer dan een halve eeuw de boekenlijsten op de middelbare scholen ontsierde door ongehinderd de Indo als uiterst verdacht creatuur af te schilderen, wat tot talloze vooroordelen onder jonge lezers heeft geleid, met alle gevolgen van dien. Wetenschapper Olf Praamstra deed enkele jaren terug nog een stompzinnige poging om dit verachtelijke boek op de lijsten terug te krijgen, maar zelfs de brandstapel heeft geen interesse. Dezelfde wetenschapper speelde me ooit een brief toe, die hij vond tijdens zijn werkzaamheden aan zijn proefschrift over Conrad Busken Huet. Het is een brief uit Nederlands-Indië van de vrouw van Busken Huet aan de zuster van Potgieter… mede oprichter van De Gids in 1837. De brief is geschreven in 1875, denkelijk vlak na de dood van Potgieter. Pikant in de brief is een roddel van Anne Busken Huet aan Sophie Potgieter over mijn overgrootmoeder Rabina, een Oost-Javaanse vrouw, die in dat jaar naar Nederland zou komen. De toon balanceert op de grens van racisme en algemeen dédain. Als achterkleinzoon grijp ik mijn kans en bezorg de brief in een artikel voor een tijdschrift, waar het een eeuw geleden ongetwijfeld de open haard zou hebben gevonden. Ik leg de brief nu in een bedje van biografische en historische confetti en neem de tijd tot eind van deze maand, waar de deadline ligt.
Valt u mij niet lastig, mevrouw
Het vervelende van overleden ouders is, is dat je niet meer op ze kan schelden. Sinds mijn vaders dood kan hij mij niet meer horen. Mijn drive voor scheldproza aan zijn adres is verdwenen. Scheldproza is een genre dat niet makkelijk begrepen wordt. Het is nog moeilijker door die zinnen heen te lezen dan door dat getut van Mozart heen te luisteren. Ik ondervond dat laatst weer toen ik een brief las van een lezer van Archipel Magazine, dat inmiddels naar de eeuwige jachtvelden van tempo doelloos is verhuisd. Vanwege gezondheidsperikelen had ik de afgelopen herfst geen fut iets voor het winternummer te schrijven. Maar het was vóór mijn computercrash en ik had nog wel wat ongepubliceerd proza op mijn harddisk staan. Ik stuurde mijn laatste scheldproza aan mijn overleden vader in. Archipel Magazine’s ingezonden brieven zijn dwaallichten geworden en worden thans direct doorgestuurd. Krijg ik zo’n niets-dan-goeds-over-de-doden-geseyckbrief in mijn bus. Afzender en briefstijl verraden een pathologisch koloniaal geval dat nog altijd niet over het ‘verlies van Indië’ heen is. Ze doet me namelijk voor hoe háár afscheidsbrief aan haar vader zou hebben geklonken. Schoolopstel niveau klas 4 lagere school jaren dertig, Soerobojo. Gaat er vanuit dat ik geboren ben uit liefde, zeker nooit gehoord van gedwongen huwelijken voor het verkrijgen van een Nederlands paspoort. En dan nog zo’n frase: ‘Wat de Jap ons heeft aangedaan’. Wij spreken intussen over de ‘Japanners’, mevrouw! Maar bedankt nog voor uw ‘lieve groetjes’, zweefkous! Rudy Kousbroeks Het Oostindisch kampsyndroom (1992) vast niet gelezen?
Heer, gaat de dood u niet snel genoeg?
Weer veel te laat opgestaan, zonder zin in fietsen. Mijn zoon adviseerde me toch te gaan, het fietsen was er door die feestdagen al bij ingeschoten. Ik had namelijk gisteren nog een 3e kerstdag, high tea bij een gezelschap dat ik de laatste keer zag ergens in april. Het was aangenaam toen, gisteren minder. De gastvrouw had de kamertemperatuur bijzonder laag, ik had het erg koud. Haar zuster was al vertrokken toen ik aankwam, een bijzonder mens van wie een ondefinieerbare kalmerende werking uitgaat. Als je hoopt iemand ergens aan te treffen en die persoon is er niet, dan moet je niet die persoon gaan zitten missen, want dan ga je niet mee met waar je leven je brengt, wat het leven je biedt, wat het leven van je eist en zo meer. We zaten met ons vieren aan een ronde tafel, toch ontstond er geen geanimeerd gesprek, het liep allemaal door elkaar heen, nogal nerveus en ongericht. Het mooiste tafelgesprek met vier personen klinkt als een strijkkwartet. Misschien lag het aan mij en botsten mijn vibraties met die van de anderen. Het was geen groot probleem, immers de dagen tussen kerst en Oud en Nieuw vragen bijna om allerlei ongericht verkeer. Niet alleen in het sociale leven, maar ook op straat. In het kader van mijn revalidering maakte ik wat tempo op mijn zware stadsfiets en ontweek een tiental auto’s die vreemde capriolen uithaalden. Op de boulevard werd ik verwelkomd door twee begrafenisauto’s, die met gierende banden de bocht om scheurden.