Een vriendin stuurde me een maffe ansichtkaart . Ik dacht dat ze nogal vroeg was voor mijn verjaardag, maar daar was die kaart niet voor. Wat betekende die kaart dan? Nou, dat ik moest blijven fietsen. Oef! Ik had me zeker in een e-mail laten ontvallen dat dat gefiets me onderhand de strot uitkwam. En dat ik wel weer eens zin kreeg in een sigaretje na tweeëneenhalf jaar niet roken. Zij heeft na vijf rookvrije jaren ook weleens zin in een sigaretje, toch steekt ze er geen op. Nah vooruit, begrepen.
Vandaag mijn mountainbike maar weer van stal gehaald. Ja, ik rijd tegenwoordig op een mountainbike, ik ben de racefiets ontgroeid. Bedoeling was een oudemannenrondje van mijn huis via de watertoren naar de boulevard en dan weer terug om lekker op balkon te gaan zitten lezen. Maar bij de watertoren dacht ik: kom, ik rijd nog wel even de Oliebollenberg op. Op de flank van dat beruchte duin werd ik evenwel syckerig voorbijgefietst door een stel op afzichtelijke fietsen. De man bereed een ATB, de vrouw iets wat vroeger een trimfiets heette. Afschuwelijk was het dat de vrouw een racebroek onder haar shorts droeg, zo typisch voor zondagsfietsers. Ik dook in hun wiel, ze waren jong en ik was ook weer even jong. Ze blikten herhaaldelijk nerveus achterom en probeerden nu en dan amechtig een gesprekje te voeren.
Voor ik er erg in had stond ik voor de waterpomp bij Wassenaar. Het stel sloeg rechtsaf, ik vulde mijn bidon en reed door tot de vervelendste uitspanning met de vervelendste bediening in het vervelendste duingebied tussen Wassenaar en Katwijk. Daar draaide ik en reed op mijn gemak terug. Totdat ik weer syckerig voorbij werd gereden door stel bejaarden op elektrische fietsen. Ik schakelde een hogere versnelling in en sjeesde terug naar de watertoren, waar nog de verkoolde sporen van de snackcar liggen, die in het voorjaar op een nacht in de fik is gevlogen. De snackcar had er jarenlang gestaan, totdat de Gemeente stampei begon te maken. Er moest een stenen gebouwtje komen, maar de eigenaar wilde dat niet. Op een nacht was er kortsluiting en brandde het geval tot op de bodem af. Over de toedracht wordt natuurlijk veel gespeculeerd. Zoals: van welke importkrachten zou de Gemeente nou gebruik hebben gemaakt? Polen? Roemenen? Bulgaren? Of toch maar gewoon de duinwachter, die zich toch al nooit laat zien?
Nou had ik vandaag mijn derdewereldcamera mee willen nemen toen ik op de fiets stapte, maar er speelde kennelijk te veel door mijn hoofd. Ik kan niet zeggen wat er allemaal speelde, het zal deels zeer interessant zijn geweest en deels volstrekt oninteressant. Kortom: zoals de dag was. Weinig wind, geen onaangename temperatuur, het verkeer rustig, om niet te zeggen beleefd, de automobilisten bijna bespottelijk hoffelijk. In de duinen zocht ik op een zeker punt naar een eekhoorn, die ik eerder in het voorjaar zag. Ik verwachtte niet dat het jonge knaagdier er nog zou rondhangen, de herinnering stuurde eenvoudig mijn verwachting, enfin, dat snapt u natuurlijk wel, u weet toch hoe het leven is, niet? Ik kan niet zeggen dat ik bijzonder veel zin had in fietsen, weinig zin had ik er ook niet in. Ik voelde me goed noch slecht, een bijzonderheid voor een luimig persoon als ik. Toen ik het geasfalteerde duin van de Scheveningseslag opreed, bedacht ik pas dat ik mijn derdewereldcamera niet bij me had (2.0 mega pixels, gekocht in Solo op Java, drie jaar terug toen daar al gadgets freaks al over 8.0 mega pixels repten.) De camera bleek uiteindelijk niet nodig. Van het beeld dat ik gisteren zag, was weinig over. Niks geen troosteloze afbraak van strandtenten, tractorsporen, anderhalve hond met eenzame wandelaar op het strand. Hier en daar wel wat kaalslag, maar nog altijd te veel van die afschuwelijke strandtenten die je een vrij zicht op zee belemmeren. Waar blijft de herfst?
Elke schrijver kent het, het zogenaamde gat waarin je valt na voltooiing van een boek. Het gat ziet er na elk boek anders uit, voelt anders, je kunt er geen staat op maken. Ik weet nog dat ik na Bewegingen van heimwee zes weken lang elke dag in de kroeg ben gaan zuipen. Na Vogels rond een vrouw ben ik als een idioot op mijn racefiets door de duinen gaan jakkeren. De onschuld van een vis bezorgde me een half jaar lang pseudo-hartritmestoornissen. Herinneringen aan mijn andere boeken komen nu even niet direct naar boven. Ik heb net een essaybundel afgerond en verveel me nu. Ik doe alles uit verveling. Ik fiets uit verveling. Ik blog uit verveling. Ik maak mijn huis schoon uit verveling. Het is wel een lekkere verveling. O ja, je krijgt de nawerking in twee etappes: 1. als je je manuscript klaar hebt. 2. als het boek uit is. De essaybundel gaat over koloniale literatuur, canonisering, etniciteit en racisme. Verschijnt denkelijk in de loop van het volgende jaar.