Museum Nusantara is nog maar net bekomen van een ingrijpende en geslaagde verbouwing, of de monsters van het kabinet hebben het al in het sloopzuchtige vizier. Het kent maar één mantra: “Het zijn zoals bekend economisch zware tijden en hierin is geen plaats voor de culturele sector. Alles wat niet direct zichtbaar zakken met geld oplevert, moet sneuvelen. Gemeenten moeten drastisch op hun budgetten worden gekort, want zij geven alleen maar geld uit en bieden ons daar niets voor terug.”
Dit is het beleid van de Generatie Nix, die met Nix is opgegroeid, die Nix had om naar uit te zien, die Nix uit de handen liet komen en thans aan de macht is en denkt dat de wereld beter af is met Nix. De geschiedenis begint volgens deze imbecielen in het jaar 2000, en alles wat eerder plaatsvond heeft geen enkele betekenis, een enkele oorlog daargelaten. Dit heeft in Delft tot direct gevolg dat Erfgoed Delft, het overkoepelende orgaan waar museum Nusantara onder valt, ook moet bezuinigen. En hoe!
De directie van Erfgoed Delft dreigt met ingang van 1 januari 2013 Museum Nusantara haar deuren te laten sluiten. De reden is dat het aantal bezoekers te laag is waardoor het museum niet rendabel zou zijn. Hiermee wordt volslagen gedachteloos een zoveelste poging ondernomen om het belangrijkste hoofdstuk van de Nederlandse geschiedenis, die van de VOC, het kolonialisme, de dekolonisatie en de eeuwenoude banden met Indonesië onder de zoden te stoppen.
En nu komt het… Het gebouw zal een jaar later weer voor het publiek open gaan met een presentatie rond Delfts Blauw Aardewerk.
Welnu, wat is Delfts Blauw en hoe en waardoor is het ontstaan?
Aan het einde van de 16e eeuw introduceerden de Portugezen Chinees porselein, met zijn kenmerkende blauwe beschildering, in Nederland. Dat is kort voor voordat de Hollanders op de gestolen zeevaartkaarten van Jan Huygen van Linschoten de zeilen hesen en richting Indië voeren, waardoor al gauw de VOC werd opgericht – Dit geïmporteerde Chinees porselein was fijn en sierlijk en onmiddellijk zeer gewild. Later kwam het via de Hollanders en Zeeuwen met de VOC-schepen naar Amsterdam.
Alleen de zeer rijken konden zich Chinees porselein permitteren. De Delftse majolicabakkers, die nog geen echt porselein konden maken, begonnen toen met veel succes imitaties te maken. Delfts Blauw is dus in het geheel niet los te zien van de geschiedenis van de VOC, en uiteraard is de geschiedenis van de VOC niet los te zien van Neerlands koloniale geschiedenis en ook niet van de oorlog die Nederland voerde in Indonesië, nadat het zelf was bevrijd van de Duitsers.
Een Delfts Blauw Museum betekent dus: een museum rond namaak Chinees porselein. Ik spreek niet tegen dat Delfts Blauw in een latere periode zelfs roem in China zou oogsten. Dat is het punt niet. Ik zeg: een Delfts Blauw Museum in de plaats van Museum Nusantara is een museum dat liegt, een museum dat de oorspronkelijke geschiedenis verknipt.
Concreet betekenen de plannen van de rücksichtslose overheid het einde van Nusantara als internationaal uniek museum voor Indonesisch cultureel erfgoed. De collectie blijft weliswaar in Delft – die wordt nog net niet in zee gedumpt – maar zal een slapend bestaan gaan leiden.
Zijn musea gedoemd om hun voortbestaan op lekkende zolderetages voort te zetten of zoiets?
Uiteraard strijd de conservator voor het behoud van Museum Nusantara. Maar zo’n strijd kan je niet alleen voeren. Neem deze weblogpost dan ook over, als je Museum Nusantara een warm hart toedraagt. Zet er je eigen reactie bij, of bewerk de tekst naar eigen inzicht en stuur het verder de wereld in (weblog, Facebook, Hyves, link hierna toe op Twitter etc.)
Alleen dán kan de conservator, Amy Wassing, gesterkt door alle reacties, opnieuw een dialoog aangaan met de directie in de hoop een zekere toekomst voor Nusantara te bewerkstelligen.
Bij de heropening van Museum Nusantara op 11 maart jongstleden:
This Balinese court dance was performed by DwiBhumi – Centre for Balinese Dance and Culture in The Netherlands, during the opening ceremony of Museum Nusantara, March 11th, 2011. Title of the dance: Legong Keraton Lasem. Dancers: Febrina Tanoewidjaja, Mirah Ayu Supriyono and Aafke de Jong. See also: Balinese Dans
EAST is de voortzetting van Archipel Magazine. De (postkoloniale) Indische cultuur heeft het loodje moeten leggen en daar ben ik niet bijzonder blij mee. Ik mocht immers elk kwartaal een postkoloniaal verhaal schrijven en ik was helemaal vrij in de keuze van mijn thema’s. Het enige Indische tijdschrift dat er nu nog toe doet is Moesson, ’s wereld grootste Indische magazine overigens, dat in 37 landen wordt gelezen. Onlangs mocht ik er een verhaal in publiceren en het kan zijn dat dat nog wel een paar keer gaat gebeuren.

Het probleem met het postkoloniale debat in Nederland is dat er geen postkoloniaal debat is. Nou klinkt dit wat flauw, dus ik zal het wat genuanceerder zeggen: het postkoloniale debat in Nederland is afhankelijk van incidentele oprispingen bij de aandacht voor de Indische, Surinaamse en Caribische literatuur en, breder getrokken, voor boeken afkomstig van immigranten en hun nazaten. Wie wil weten wat koloniale en postkoloniale literatuur behelst, moet lezen Europa Buitengaats; koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen onder redactie van Theo D’Haen.
Mijn uitgever stuurde me een webadres uit talloos veel miljarden, waarop een would-be-schrijver uit talloos veel miljoenen probeert een boek van mij te recenseren. De tijd waarin de smaak van het leesvee werd bepaald door een handjevol recensenten in landelijke dagbladen, veelal gemankeerde schrijvers, is voorbij. Het is geen tijd om naar terug te verlangen, maar zeker niet om te verafschuwen. Er zit geen filter meer tussen schrijver en leesvee, hooguit een robot vermomd als zoekmachine, die bepaalt welke teksten als eerste worden getoond in de resultaten na een zoekopdracht. Kwaliteit was ooit een fenomeen waarover heftig werd gestreden. Thans heeft het woord zijn betekenis verloren, als het al de aandacht krijgt van de kudde die zich te loeien begeeft op de hobbelige velden van Facebook, WordPress.nl en wat al niet meer. Nederland heeft naar schatting 2000 serieuze lezers en ongeveer een miljoen would-be-schrijvers. Een serieuze lezer is iemand die het vermogen bezit zelfstandig een boek te beoordelen zonder oor voor dom geblaat van buitenaf. Een would-be-schrijver is een plaag, een insect dat zou moeten worden doodgetrapt. Nou klinkt dit wel heel erg oneerbiedig ten opzichte van de talloos vele prutsers op het internet en daarom zouden ze het misschien beter verdienen om edel te sterven. Maar ja, hoe herkent een insect zichzelf in de weerspiegeling van zijn laptop? En waar hangen de samoerai uit met hun scherpgeslepen zwaarden? Er zijn mensen die denken dat het hiernamaals onze driedimensionale wereld doorkruist. Dat tijden en parallelle werelden door elkaar heen lopen. Thans is het januari 1621. Jan Pieterszoon Coen gaat met een aanzienlijke vloot bij Lonthor voor anker, het grootste van de Banda-eilanden. Veertig compagnieën peddelen in sloepen naar het strand, versterkt met in Japan geronselde samoerai. Hier gaat een van de ergste moordpartijen uit de geschiedenis van de VOC plaatsvinden. Duizenden mannen, vrouwen en kinderen vinden de dood. Honderden Bandanezen worden in scheepsruimen gestouwd om op de slavenmarkt te worden verkocht. De samoerai ontfermen zich over ruim veertig dorpsoudsten; hun hoofden worden op bamboespiesen gestoken. Mensen vluchten de bergen in, lijden honger en stierven door ziekte. Aan het einde van de operatie zijn van de oorspronkelijke bevolking van 15.000 inwoners nog slechts enkele honderden Bandanezen in leven… Dit heet bij ons “een stukje” koloniale geschiedenis, dames en heren.