De Boekenweek 2001 heeft een hoop pennen in beroering gebracht. Ziezo, zullen de propagandisten van het Nederlandse Boek, de CPNB, denken, de eerste slag is binnen. Aan zoveel voortijdige aandacht is de CPNB toch niet gewend. Wie maakt zich nou druk om een boekenweekgeschenk? Maar ja, boekenproducenten vinden zichzelf in de huidige markthysterie belangrijker dan schrijvers, dus ze moeten mee met de tijd, die CPNB, niet? Je zou bijna gaan denken dat het om een uitgekiend scenario gaat: ze nemen een hot issue als thema, ze vragen een buitenlandse en in het Engels schrijvend auteur het boekenweekgeschenk te schrijven en vervolgens staan ze de pers te woord met de meest stompzinnige argumenten die ze maar kunnen bedenken. Ja, zo krijg je wel de pennen in beroering. En niet alleen dat, óók de uitgevers, je eigen achterban dus, trap je eens lekker op de tenen. Kunnen die eens voelen wie hier de macht heeft.
Nou, de uitgevers laten zich niet onbetuigd. En hoe. Hierover berichtte het Yournael al eerder in de afleveringen 2 & 13. U weet wel: die lui van Vassallucci bijvoorbeeld. Die laten er mooi geen gras over groeien. Ze hebben namelijk inmiddels hun oog laten vallen op ene Said El Haji, een tweedejaars student Nederlands, die momenteel hard aan zijn debuutroman werkt. De dagen zijn immers voorbij dat je eerst maar eens met iets goeds op de proppen moet komen voor men aanstalten maakt een boek van je uit te geven. In het kader van de multiculturalising is het al genoeg om Said te heten en aan een studie Nederlands bezig te zijn, want dan ben je toch mooi van de straat en van de straat, als u begrijpt wat ik bedoel.
Enfin, Said El Haji, die we met een beetje aandacht maar even vooruit zullen helpen, werkt momenteel onder de ‘harde leiding’ van Vassallucci aan zijn boek, een product dat in oktober dit jaar uit zal moeten komen. Ja, ruim vóór de boekenweek, zodat ze als het effe kan Salman Rushdie de wind uit de zeilen kunnen nemen. De roman heeft als werktitel De dagen van Sjaitan, maar het zal vast wel De engelenverzen gaan heten of iets dergelijks. Immers: Vassallucci heeft de debutant-in-spe een fatwa beloofd. Het zal wel niet in zijn contract staan, maar die ayatollahs hebben ook allemaal een GSM-metje en Vassalucci zal beslist pogingen ondernemen om hen draadloos ervan te verwittigen dat de hoofdpersoon uit de aangekondigde roman van Said El Haji toevallig wél Sjaitan heet: Duivel! Zo, die zit, als jullie dat maar weten.
De tweedejaars student Nederlands uit Leiden verzucht: ‘Schrijven wordt nu echt werken, en eigenlijk is het minder plezierig.’ Ja joh, schrijven is inderdaad werken: hard werken en weinig verdienen. Als je ze vragen waarom je dan wel schrijft, zegt dan nooit waarom, want dat snappen ze toch niet. Tenzij je levensmoe bent en werkelijk een fatwa over je heen wilt krijgen. Nou Said, het Yournael schreef het al in aflevering 5: werkelijk onderdak bieden, doen uitgevers niet aan hun auteurs. Als jij een fatwa over je heen krijgt, strijken zij de poen op. Jij je doodskist, zij hun aandelen in je grafzerk. Maar… het moet gezegd: Vassallucci is tenminste duidelijk. De uitgever windt er geen doekjes om: allochtoontjes zijn in en Vassallucci’s only in it for the money.
Nee, dan Uitgeverij Querido. Die komt daar even met een persbericht waar de schijnheiligheid vanaf druipt. Querido organiseert een schrijfwedstrijd dat aansluit bij het thema van de boekenweek. Querido bekent namelijk kleur. Tjonge, daar komt spuit elf van de Grachtengordel. De deelnemers moeten dan ook ‘niet-Nederlanders’ zijn, omdat de uitgeverij haar fonds wil uitbreiden met niet-Nederlandse schrijvers.
Wat niet-Nederlandse schrijvers zijn, dat weet ik even niet. Zijn het schrijvers zonder Nederlands paspoort en any colour of schrijvers met een verse Nederlandse nationaliteit en een kleurtje? Enfin, wat ze beloven is dat voor de beste schrijvers ‘een flink prijzenpakket staat te wachten’:
1. Een begeleiding in hun schrijfcarrière,
2. Een optreden op het Crossing Border Festival, Amsterdam,
3. Publicatie in de bundel ‘Querido bekent kleur’.
Een begeleiding in de schrijfcarrière. Huh huh, staat er zeker een lul-de-behanger van een redacteur over je schouder mee te lezen en te roepen dat er meer seks in moet, nóg meer duivels, meer hoofddoekjes en wat minder spruitjes. Of: zo’n onbenul geeft de schrijver-in-spe een voorbeeldige roman mee van Hugo Claus voor het leren hanteren van perspectieven, van Harry Mulisch voor het juiste gebruik van de puntkomma, en van Cees Nooteboom voor een cursusje studentikoos citatendropping. Van niet-westerse literaturen heeft de doorsnee redacteur toch geen kaas gegeten, zo er al kaas van kan worden gegeten, maar dit terzijde.
Het Yournael zegt het bericht van Querido voort!
De wedstrijdvoorwaarden zijn als volgt:
1. Het verhaal mag niet eerder zijn gepubliceerd.
2. De deelnemer mag niet jonger zijn dan 16 jaar en moet van niet-Nederlandse afkomst wezen.
3. Het verhaal moet zijn geschreven in het Nederlands, Engels of Duits en niet meer dan 5000 woorden tellen.
4. Het geheel moet op diskette worden ingeleverd bij: Uitgeverij Querido, onder vermelding van: Verhalenwedstrijd, Antwoordnummer 11589, 1000 RA Amsterdam.
Waarvan acte.
Wat een vuile discriminatoire zooi is het daarro langs de Grachtengordel, jemig zeg. Je mag niet eens meer gewoon lekker boerenhollands zijn, je mag geen 15 zijn, zoals een beetje tennisser, maar je mag ook weer niet in het Turks of in spijkerschrift schrijven. Waar moet een, zeg, derde generatie-Indo nou naar toe met zijn of haar tempoduurtmaarvoortproza, om maar even wat te noemen? Een Indo heeft natuurlijk weer de pech dat-ie Indo is, dus Nederlands, en zowel niet als wel van Nederlandse afkomst. Ja, beetje ingewikkeld blijft dat toch. Hebben ze geen wedstrijden voor bedacht nog. Zullen ook wel niet komen, die wedstrijden.
Nu ik het er toch over heb: waar blijven ze met hun proza, die derde generatie Indo’s? Hebben zij niet hun eigen thema soms? Er zijn er die zich uiten in wetenschappelijke publicaties, zoals Esther Captain, of in hun eentje de Pasarkrant vol schrijven, zoals Siem Boon. Maar ja, die Siem Boon dat is weer geen derde maar tweede, of twee-en-een-halfde generatie, daar wil ik even vanaf wezen. Bij mijn weten zijn de jongste Indische schrijvers van 1953: Frans Lopulalan, Glenn Pennock en Dinges. Met een beetje peper in de kloten kunnen die allang grootvader zijn. Nou: waar blijven hun kinderen? Is de derde generatie al uitgeluld voordat ze ook maar zijn begonnen met lullen? Let wel: ik heb het over het schrijven van proza, fictie. Verhalen. Novellen. Romans. Wetenschappelijke artikelen worden niet door het gewone volk, zeg maar het publiek van Vassallucci en consorten, gelezen. Het volk wil verhalen! Dus: géén wetenschappelijke opstellen over waarom Indo’s niet zo maar even met Indo’s zoenen. Maarrr… een roman die leidt naar het moment waarop de ene Indo de andere niet of juist wel zoent.
Ja, waarom?
Weet ik het. Moet je de derde generatie eens vragen. Want die begint zich te vermengen met Saids en Rachida’s. Straks is die El Haji de derde generatie nog voor. Met: De kus van Sinjo Roy in de tweeduidend-en-eerste nacht of zo. En moeten we weer een hele generatie lang lezen hoe anderen over Indo’s schrijven.
Weet je wat? Het Yournael van Cyberney & Co schrijft een verhalenwedstrijd uit. Alleen zij die tenminste één tweede generatie-Indo als ouder hebben, mogen meedoen. Aantal woorden: 999. Taal: Nederlands, krom-Hollands of petjôh. Thema moet aansluiten bij de boekenweek.
Prijzenpakket:
1. Publicatie in het Yournael van Cyberney & Co;
2. Eigen webpage in het Yournael van Cyberney;
3. Begeleiding door hoofdredacteur Papa Cyberney;
4. Optreden op de Pasar Malam Besar, Den Haag, inclusief consumptiebonnen voor Paviljoen De Soos;
5. Boekenbon waarmee El Haji’s debuut gekocht, en een van de vele alternatieve boekenweekgeschenken verkregen kan worden.
De CPIB, Cyberney’s Propaganda voor het Indische Boek, kan u helaas geen fatwa beloven. Misschien een goena goena-behandeling.
* * *
Het Yournael van Cyberney werd in april 2000 onder aanvoering van Alfred Birney gelanceerd en verscheen wekelijks tot aan de boekenweek in maart 2001. Ruim 60 afleverigen van Cyberney (Alfred Birney), Frans Lopulalan, Joyce Bloem, Maureen Birney, Widjajanti Dharmowijono, Guno Jones, Esther Captain en Anyes lieten zien dat er nog veel onbesproken was en is in de Nederlandse taal, juist door hen die een mengcultuur in zich dragen. Het Yournael van Cyberney & Co bracht artikelen en verhalen rond literatuur, kunst, cultuur, fotografie, emancipatie en uitgeverspolitiek in het labyrint van mengculturen in binnen- en buitenland. De bijdragen van Alfred Birney verschenen bewerkt en gebundeld met ander proza in een eenmalige uitgave als alternatief boekenweekgeschenk en tegelijk als feestbundel ter ere van het 25-jarig jubileum van Uitgeverij In de Knipscheer. Bestel het boek hier!