Lezing Indische Genealogische Vereniging

birney twin Afgelopen zondagmiddag hield ik een lezing voor de Indische Genealogische Vereniging. Plaats van handeling was Bronbeek in Arnhem, een oord dat ik jarenlang angstvallig had vermeden. Ten eerste is Arnhem altijd een spookstad voor me geweest, gezien mijn jeugdervaringen daar in een afschuwelijk tehuis dat de naam Welkom droeg. Ik wijdde er een hoofdstuk aan in Het verloren lied. Verder is het zo, dat Bronbeek de herinneringen conserveert aan de oorlog in Indonesië, waar mijn vader als een idioot heeft huisgehouden. Ik schreef daar onder meer over in De onschuld van een vis.

Gelukkig bevond ik me in goed gezelschap en ook het tijdstip van de lezing – drie uur in de middag – was wel te doen. Werkgroep Indische Letteren bijvoorbeeld houdt er bijeenkomsten die ‘s morgens om tien uur beginnen, zodat je om zes uur je bed uit moet. Een dergelijk tropenritme heb ik alleen in Indonesië, niet in Holland.

Ik vertoonde fragmenten uit de film De Birnies en lichtte toe wat voor invloed die film heeft gehad op mijn rivierentrilogie. In de pauze stond ik even buiten een sigaretje te roken, toen een jongeman op me afkwam. Hij stelde zich voor als de zoon van Alfred Birnie, mijn neef en naamgenoot die quasi model heeft gestaan voor mijn dubbelganger in Rivier de IJssel. Wat bleek? In een andere zaal te Bronbeek werd de verjaardag van een ver familielid van me gevierd. Ik haastte me naar de zaal om er met een van de hoofdrolspelers uit de film kennis te maken. Ik had hem nooit eerder in levenden lijve gezien. Ik vroeg hem, en enkele anderen, of ze zin hadden het tweede deel van mijn lezing bij te wonen. Ze weifelden. En ze kwamen niet.

Jammer. Het was een goede middag, met een aandachtig publiek. Ook de rijsttafel als afsluting was niet slecht. Niet slecht betekent niet: goed. Het betekent dat het ermee doorgaat. Al die sajoers en vlees- en tempegerechten bovenop een bord rijst gekwakt, dat is toch hoogst ordinair?

Sura & Baya

soerabaja Ik ben in je voetsporen getreden, duizenden dagen heb ik de seizoenen getrotseerd in liefde, haat, verlangen en verbijstering. Je was gekomen van heel ver, je hebt je opgericht als een monster uit de zee, waar je dacht je verleden van je af te kunnen spoelen. Maar wie waren het die je achter je liet: geslagen, verkracht, vermoord, drijvend in de kali die stonk naar de dood en die jou begeleidde naar de haven aan de monding van de rivier? Ze noemen het de Kali Mas, de Gouden Rivier, waar ooit een Sura en een Baya met elkaar vochten, gedoemd om in een eeuwige omstrengeling te bevriezen in het stadswapen van Surabaya, jouw geboortestad op de Noord-Oostelijke punt van Java. Je vertelde me verhalen van de oorlog, avonden lang, je vertelde me hoe je bloed en verderf zaaide met je krijgsmakkers in de dorpen van je jeugd. Wilde je je jeugd met vlammenwerpers en granaten te lijf gaan, om zo de sporen van schaamte en schande uit te wissen? Je werd nooit erkend door je vader, maar je moeder gaf jou het leven niet om de levens van anderen te verwoesten. Wat heb je gedaan? Wie jaagden jou zo op toen de strijdbijl tussen Nederland en Indonesië was begraven? Een Nederlandse legerkapitein bracht jou naar de boot. Zes weken lang voer je op zee en op het laatst was je zo paranoïde dat je overboord sprong en bent gaan zwemmen. Ben je gek geworden in de oorlog of ben je eenvoudig gek geboren? Ik ben in je voetsporen getreden en heb je verhaal geschreven, keer op keer, en niemand heeft me begrepen, laat staan dat ze jou begrepen. Ik trad in jouw voetsporen en reisde terug naar Java. Ik nam niet de boot, ik nam het vliegtuig en kwam droog en schoon aan land op Java. Ik vond de Jembatan Merah, de Rode Brug over de Kali Mas, waaronder het mythische gevecht plaatsvond tussen de Haai en de Krokodil, die het water rood kleurden van de wonden die de dieren elkaar toebrachten. Wie was jij? De haai of de krokodil? Ben ik de brug die zich over jouw verleden buigt zonder zijn eigen spiegelbeeld in het water te kunnen zien? Is er iemand die me volgen kan, helemaal tot hier?

* * *

Deze tekst schreef ik voor de foto-expositie van Fabio-Romano del Castelletto, november 2011 in de Maldoror Galerie, Den Haag. Op twee van zijn fotowerken, in de traditie van de oude Chinese schilderkunst op papieren rollen (scrolls), bracht ik de tekst met een stift aan. Om het fotopapier niet te bevlekken, droeg ik een speciale handschoen. De scrolls zijn te koop bij Fabio-Romano del Castelletto. Serieuze gegadigden kunnen zich via het contactformulier op deze website tot de kunstenaar wenden.

De Birnies

alfred birney De Birnies
Documentaire
Rotterdam 1997
Joop de Jong & Liane van der Linden
Video € 13,85 excl porto
VHS speelduur 54 minuten
Uitverkocht!

De Indische Diaspora, deel I: De Birnies, een Indische familie uit Deventer toont drie generaties van een Indische familie. Elisabeth Birnie-Birnie, haar zoon Johan, jeugdvoorlichter bij de KJJB, en haar achterneef, de schrijver Alfred Birney zijn telgen uit een belangrijke en kleurrijke plantersfamilie op Oost-Java. Zij zijn de hoofdpersonen in deze documentaire, waarin wordt verhaald over de ontginning van de Oosthoek van Java, over de oorlog in Nederlands-Indië en de lange nawerking ervan. De documentaire, met muziek van Fernando Lameirinhas, is verkrijgbaar op video (VHS en NTSC).

Elisabeth Birnie-Birnie is de weduwe van Fred Birnie, de laatste directeur van het familieconcern in tabak, koffie, indigo, suiker en rubber op Oost-Java. Zij heeft 100 meter familiearchief laten onderbrengen bij het gemeentearchief van Deventer en er ruim drie jaar lang gewerkt aan een genealogie. Ze vatte de geschiedenis van honderd jaar ondernemerschap op Java samen in een familiekroniek.

Haar zoon Johan is jeugdvoorlichter bij de KJJB: de Vereniging van Kinderen uit de Japanse Bezetting en Bersiap 1941 – 1949 en verzorgt lezingen met een nadruk op zijn oorlogservaringen.

Alfred Birney zet met zijn verhaal een contrapunt in de familiegeschiedenis. Zijn vader is de niet-geëchte zoon van een Birnie-telg en diens Chinese vrouw, vandaar die andere schrijfwijze van de familienaam. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd vocht Alfreds vader tegen Indonesië. Nog jaren daarna zit hij ‘s nachts gewapend met zijn mariniersdolk ‘peloppers’ achterna tot in de slaapkamer van de jonge Alfred. Die vader figureert in twee van Alfreds romans – Vogels rond een vrouw en De onschuld van een vis – reden waarom Elisabeth hem een brief schreef met de vraag of hij eigenlijk een Birnie is. Hiermee herstelt zij voor Alfred wat zijn vader altijd heeft moeten ontberen: tot de familie behoren. Al die Birnies tezamen vertellen de geschiedenis van Nederland in Indië, of beter gezegd, de Indische geschiedenis van Nederland.

De documentaire is gemaakt door Liane van der Linden en Joop de Jong, in opdracht van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 met financiële steun van het Ministerie van VWS en de medewerking van het Indisch Wetenschappelijk Instituut. De video is niet meer verkrijgbaar.


What’s in a name? Birnie / Birney

At least a history. The shields of Birney (left) / Birnie (right) appear somewhat weird to me – maybe funny to you – having these three legs underneath the bow and arrow. They look somewhat different, but in fact they are similar. What’s in a shield? At least a story.

birney shield birnie shield

According to family documents 1473-1733, preserved in the ‘Charterchest’ of Broomhill; disclosed by John Birnie of Broomhill (year unknown), the story goes like this:

The account of Birnie of that Ilk

There is in wrytt a tradition in the family, that in the year of God 838, or thereby, Alpin, King of Scots, with many of his prime men being taken prisoners in battle by the Picts and thereafter murdered in cold blood, and the King’s head in a base manner set on a pole in one of their chieff cities, Kenneth the Second, his son, a brave prince, soon rais’d ane armie to be revenged on the actors of so barbarons a murder. All his followers were desperate and resolute, and had many conflicts several days together, amongst whom was one Birnie, Irish, and in English Bright, then called because of his glittering armour, and his two sons, who having several tymes signalized themselves, yet one evening pressing furiously into the thickest of the Picts, were all three, with several others, surrounded and made prisoners. Night by this tyme putting ane end to the fight, they had each of them one leg putt fast in a pair of stocks to prevent their escape, till the Picts had more leisure to put them to death. The father knowing very well what would come to them, advysed the cutting off of each of their legs: which done, they made a shift to return to their own men, and, at the next battle fatal to the Picts, they were observed to behave themselves with a new cowrage, wherewith the losse of their legs had animate them. The fortune of the Scots at length prevailling, this King Kenneth, in his just revenge, laid not asyde his arms untill he had extirpated the whole nation of the Picts: their possessions he devyded amongst his men, as they most deserved, and upon Birnie he bestowed a baronie of land near Elgin in the shyre of Murray, yet bearing his name, and which his posterity enjoyed for a long tyme thereafter, and gave them for their arms Gules, in resemblance of the late bloody battle, a Feasse, the mark of honour betwixt the bow and arrow in full draught, the most ancient arms then in use, and the three legs couped at the thigh, in perpetual remembrance of their valour.

Information about The Parish of Birnie (County of Elgin, Synod of Moray, Presbytery of Elgin) show something different about the meaning of the name BIRNIE:

This parish was named Brenuth about the beginning of the 13th century: A name probably derived from Brae-nut, i.e. ‘High land abounding in nuts’; for many hazle trees once grew upon the fides of the hills and banks of the rivulets, and the general appearance of the parish is hilly. The natives pronounce it Burn-nigh, i.e. ‘A village near the burn or river’. This etymology is descriptive enough of the particular place now called Birnie.

‘The surnames of Scotland’ in The New York Public Library (year unknown) says:

BIRNIE, BIRNEY. From Birnie in Moray. James de Brennath (the early form of the place name), burgess of Elgin, was one of an inquest concerning the King’s garden there in 1261. William de Brennath, dictus Tatenel, witnessed the gift by Hugh Herock, burgess of Elgin, to the church of Elgin in 1286, and Andrew de Brenach was clerk to Sir Dovenald, earl of Mar in 1291. Walter de Branach was the king’s chaplain in Moray, 1360. William de Byrneth, canon of the church of Moray, appears as a witness in 1463, Nicholas Birne was a chaplain in 1514, and William Byrny was burgess of Edinburgh in 1558. Birny 1568, Byrnye 1568, Birney 1589, Birnye 1614.

Note from Alfred Birney:

When I visited Moray in 1998 to follow River Lossie, in search for the old place called Birnie, locals told me they had just changed the name Birnie into Thomshill. There was a bar left though, called Birnie-Inn, not to mention Birnie Church of course.

* * *



Genealogie familie Birnie *




* Voorbeeld: na 1e generatie vindt men in de marge de cijfers 1 en 2 onder 2e generatie. De 2 staat voor Johan Willem (1803), die een vertakking krijgt in de stamboom. Men vindt hem terug onder 3e generatie, nummer g2-2 (de 2e van de 2e generatie). Achter nummer 3 in de marge staat de naam George (1831). Scroll omlaag naar de Tak Johan Willem en zoek onder 4e generatie naar nummer g3-3.

De kinderen van de twee hoofdtakken zijn bij elkaar opgeteld. Vandaar het hoge nummer 14 in de marge bij de naam Willem. Volg hem verder onder 5e generatie, g4-14. Daar gaat hij samen met zijn nicht Aleida Birnie, die overigens ook hoger op de pagina te vinden is onder de Tak Gerhard David.

 


De stamboom verhaalt in het centrum nadrukkelijk van het Indisch Birnie-tijdperk, met als oermoeders Djemilah en Rabina, de Oost-Javaanse vrouwen van de planters Gerhard David en George. Buitenechtelijke relaties, zo talrijk in Nederlands-Indië, worden niet vermeld. Daarom loopt het spoor vanaf Willem naar de vader van Alfred Birney dood.

Voor de gebroken tak kan men terecht bij de beknopte stamboomtekening Birnie / Birney. Daar vindt men een bekende traditie uit het oude Indië terug, waar door familieverwikkelingen rond al dan niet geëchte kinderen omgekeerde namen nogal eens voorkwamen. De omkering van ie uit Birnie in ey uit Birney is wat subtieler, maar ook verwarrend, omdat er geen uitsluitsel bestaat over de eeuwenoude schrijfwijze van een en dezelfde naam.


1e generatie

David (uit Schotland ~ Gerardine v. Goor (huwelijk in 1772)
George 1775-1830 ~ Aleida Dwars

2e generatie

George (1775-1830) ~ Aleida Dwars
Gerhard David 1799-1819
Anna Stevendina 1800-overl.
1 Steven 1801-1868 ~ Anna Helena van Schuppen
2 Johan Willem 1803-1848 ~ Maria Louise van Schuppen (a)
~ Adriana Christina Roelans (b)
 
3e generatie

g2-1 Steven (1801-1868) ~ Anna Helena van Schuppen
George 1830-1894
Pieter 1831-1832
Pieter 1833-1877
Aleida 1835-1846
1 Gerhard David 1837-1917 ~ Djemilah (a)
(zie verder Tak Gerhard David)
~ Enna Folkersma (b)
Steven ?
Johan Willem 1841~1864
Anna Philippina Carolina ?
Anna Philippina Carolina 1845-1917
Steven Lodewijk George 1847-1875
Aleida Maria Louisa 1849-1925
Wilhelmina Elisabeth 1855-1923
2 Steven 1855-1939 ~ Emma Sanders
 
g2-2 Johan Willem (1803-1848) ~ Maria Louise van Schuppen (zie verder Tak Johan Willem)
Aleida Anna Philippina 1827-1901
Carolina 1829-1858 ~ Johan Willem George van Haarst
3 George 1831-1904 ~ Rabina
4 Gerhard David 1836-1887 ~ Madeleine Frederika John
~ Adriana Christina Roelans
Maria Louise 1839-1834
Francoise Carolina Johanna 1840-1922
Johanna Adriana 1842-1925 ~ Dr. Willem v.d. Lee
Maria Louise 1843-1844
5 Adriaan Frans Roeland 1845-1882 ~ Elisabeth Hendrika Maria Syrier
 

Tak Gerhard David

4e generatie

g3-1 Gerhard David (1837-1917) ~ Djemilah
1 Anna Helena 1864-1948 ~ Mathias Sanders
2 Johan 1866-1958 ~ Albertine Kranenburg
3 Aleida 1868-1947 ~ Willem Birnie
4 Steven 1869-1946 ~ Marcona
Gerhard David 1872-1873
5 Wilhelmina Elisabeth 1874-1952 ~ Carel Johan August Meerdink
6 Anna Philippina Carolina 1876-1939 ~ Willem Bok
7 Aleida Maria Louisa 1877-1913 ~ Johan Wiger Folkersma
8 George (Joris) 1879-1955 ~ Sophia Charlotte Zinsmeester (a) (echtsch.)
~ Johanna Kramer (b) (echtsch.)
~ Maria Ehrlicher (overl.)
~ Maria Riesenegger (d)
9 Gerhard David (Kwik) 1884- ~ Marietje (Virginia Maria) v.d. Eb
 
g3-2 Steven (1855-1939) ~ Emma Sanders
Gerhard David 1884-.
Johanna 1885-1976
Anna Helena 1887-1968
Catharina 1888-1986
10 Gerhard David 1891-1955 ~ Catharina Jacoba von Ziegenweidt
 
5e generatie

g4.1 Anna Helena (1864-1917/1948) ~ Mathias Sanders
Djemilah Johanna 1886-1974 ~ Dr. Reich (a)
~ A. Kummer (b)
Jan Maurits Willem 1887-19 ~ Elly Huizinga
Mathias (Bol) 1896-1976 ~ Kathy Yzerman
George Gerhard (Dick) 1901- ~ Helen Cherrie
 
g4.2 Johan (1866-1958) ~ Albertine Kranenburg
1 Gerhard David Ipo 1894-1923 ~ Wilhelmina van Houten
2 Ipo 1895-1985 ~ Constantia Eleonore v.d. Berg (a)
~ Anna Catharina Reigersman (b)
3 Johan 1898- ~ Frances Baldwin Ward (a)
~ Marjorie Finch (b)
4 Ferdinand Steven 1902-1976 ~ Rosa Garcia
5 David 1903- ~ Helen Wood
6 Djemilah Elisabeth 1909-1986 ~ Philip Barker Benfield
 
g4.3 Aleida (1868-1947) ~ Willem Birnie
7 Hans Frederik 1893- ~ Elisabeth Blanche Simonin (a)
~ Regine du Planty (b)
Francoise Marie Catharine 1899-1980
 
g4.4 Steven (1869-1946) ~ Marcona
8 Johanna Francisca 1900-1981 ~ Lambertus Hendrik de Boer
9 Otto Johan 1902-1943
10 Steven Willem (Pim) 1904-1977 ~ Fieke Meerdink
11 Frans Louise Gerhard 1905-1981 ~ Ingeborg Zeigan (a)
~ Ina Elisabeth Werlemann (b)
12 Gerhardine Bernhardine 1908- ~ Hendrik Schultz
13 Maria Johanna (Mieke) 1910-1944
14 Marcon 1913-1943 ~ Victorine Charlotte Sophie van Stenis
 
g5.5 Wilhelmina Elisabeth (1874-1952) ~ Carel Johan August Meerdink
Jacob Herman 1902-1921
Augustina Sophia 1904- ~ Steven Willem Birnie
Milah 1909- ~ – (gesch.)
 
g4.6 Anna Philippina Carolina (1876-1939) ~ Willem Bok
Alessandro Lino Epicuro Birnie 1903-1927
 
g4.7 Aleida Maria Louisa (1877-1913) ~ Johan Wiger Folkersma
Aurelia Djemilah Enna 1901- ~ G.J. Tjalsma
Adriana Catharina Cornelia 1903-1986 ~ M.C. Heymans (a)
~ J. Hoogcarspel (b)
 
g4.8 George (Joris) (1879-1955) ~ Sophia Charlotte Zinsmeester
- – Johanna Kramer
- – Maria Ehrlicher
15 Lukas 1923- ~ Beryl Davies
- – Maria Riesenegger
16 Joris 1925-1973 ~ Monique Alice Clemente (a) Carpantier
~ Etelka Gerarda Zoë de Koster B
17 Roland 1926- ~ Augusta Davalle
18 Walter 1927- ~ Agnès Maria Theresia v.d. Vergate
 
g4.9 Gerhard David (Kwik) (1884) ~ Virginie Maria v.d. Eb
19 Carol Alexander 1916-1950 ~ Johanna Carolina van Zijl
20 Enno Willem 1918- ~ M. Radke
 
g4.10 Gerhard David (1891-1955) ~ Catharina Jacoba von Ziegenweidt
Emma Marie 1920-
Catharina Jacoba 1922-
Steven 1923- ~ Henriëtte Klijn
Carel Frederik Theodoor 1925- ~ Bea Heringa
21 Gerhard David 1927- ~ Enny van Brussel (a)
~ Thea M.B. Kuin (b)
Frans 1937- ~ Florence Tellier (a)
~ Corrie van Haasteren (b)
 
6e generatie

g5.1 Gerhard David Ipo (1894-1923) ~ Wilhelmina van Houten
Gerhard David 1918- ~ Danica Milosavljere (a)
~ (D.M.) Jenny van Hall (b)
1 Johan 1920- ~ Emma de Vries
2 Derk Herman 1920- Elisabeth Overdijking (a)
~ Hillegonda Birnie (b)
 
g5.2 Ipo (1895-1985) ~ Constantia Eleonora van de Bergh
- – Anna Catharina Reigersman
Marietine 1941- ~ H.P.C. Reinhold (a)
~ Mr. W.F. van Leeuwen (b)
 
g5.3 Johan (1898-19 ) ~ Francis Baldwin Ward
Richard Steven –
- – Marjorie Finch
2 kinderen
 
g5.4 Ferdinand Steven (1902-1976) ~ Rosa Garcia
Fernando –
Amanda –
en anderen
 
g5.5 David (1903-19 ) ~ Helen Wood
 
g5.6 Djemilah Elisabeth (1909-1986) ~ Philip Barker Benfield
3 kinderen
 
g5.7 Hans Frederik (1893- ) ~ Elisabeth Blanche Simonin
Elaine Sonia (aangenomen) 1916-
 
g5.8 Johanna Francisca (1900-1981) ~ Lambertus Hendrik de Boer
4 kinderen
 
g5.9 Otto Johan (1902-1943)
 
g5.10 Steven Willem (Pim) (1904-1977) ~ Fieke Meerdink
 
g5.11 Frans Louis Gerhard (1905-1981) ~ Ingeborg Zeigan
Dieter 1934- ~ Marianne Slothouber
- – Ina Elisabeth Werlemann
 
g5.12 Gerhardine Bernhardine (1908- ) ~ Hendrik Schultz
 
g5.13 Maria Johanna (Mieke) (1910-1944)
 
g5.14 Marcon (1913-1943) ~ Victorine Charlotte Sophie van Stenis
Steven 1939- ~ Joke Bosmeyer
 
g5.15 Lukas (1923- ) ~ Beryl Davies
 
g5.16 Joris (1925-1973) ~ Monique Alice Clemente Carpantier
2 kinderen
- – Etelka Gerarda Zoë de Koster
6 kinderen
 
g5.17 Roland (1926- ) ~ Augusta Davalle
2 kinderen
 
g5.18 Walter (1927- ) ~ Agnès Maria Theresia v.d. Vergate
 
g5.19 Carol Alexander (1916-1950) ~ Johanna Carolina van Zijl
1 kind
 
g5.20 Enno Willem (1918- ) ~ M. Radke
 
g5.21 Gerhard David (1918- ) ~ Danica Milosavljere
- – (D.M) Jenny van Hall
 
7e generatie

g6.1 Johan (1920- ) ~ Emma de Vries
2 kinderen
 
g6.2 Derk Herman (1920- ) ~ Elisabeth Overdijking
2 kinderen
- – Hillegonda Birnie
1 kind
 

Tak Johan Willem
4e generatie

g3-3 George (1831-1904) ~ Rabina
11 David 1862-1931 ~ Hillegonda van Delden
12 Carolina 1864-1933 ~ Hendrik Johan Haverman
13 Maria Louisa 1866-1895 ~ Christiaan Vermeer
14 Willem 1868-1939 ~ Aleida Birnie
15 George Louis Johan 1869-1942 ~ Louise Berkhout (a)
~ Angèle Combremont (b)
16 Frans Johan Carel 1870-1936 ~ Adèle Kauschmann (a)
~ Bartruida (Bé) Moltzer (b)
17 Otto 1873-1928 ~ Trijntje Bruinwold Riedel
18 Rabina Aleida 1879-1978 ~ Jan Vleming

g3-4 Gerhard David (1836-1887) ~ Madeleine Frederika John
Madeleine Frederika 1873-1920
 
g3-5 Adriaan Frans Roeland (1845-1882) ~ Elisabeth Hendrika Maria Syrier
19 Johan Willem 1880-1945 ~ Mathilde Theodora Emile van Ruyvers (a)
~ M. Bernert (b)
 
5e generatie

g4-11 David (1862-1931) ~ Hillegonda van Delden
22 George 1886-1945 ~ Greta Westenbrink Weustmann
23 Pieter Albert 1888-1951 ~ M.L. (Iva) H. Etty
24 Johanna Margaretha 1890-1941
25 Sjewke (Sjuwke) Marie 1894-1979 ~ Alexander Pfältzer (Lex Phältzer)
 
g4-12 Carolina (1864-1933) ~ Hendrik Johan Haverman
George Philip 1890-1942 ~ E.H. Pinke
Rabina 1892-1949 ~ L.M.G. Baas Becking
Davida 1895-1911
 
g4-13 Maria Louisa (1866-1895) ~ Christiaan Vermeer
Alijda Carolina Rabina 1891- ~ W. v.d. Mandele
Georgina 1893- ~ Snetlage (a)
~ G. Englert (b)
 
g4-14 Willem (1868-1939) ~ Aleida Birnie
Hans Frederik 1893- ~ E.B. Simonis (a)
~ Regine de Planty (b)
Francoise Maria Catharina 1899-1981
 
g4-15 George Louis Johan (1869-1942) ~ Louise Berkhout
26 Anna Rabina 1900-1988 ~ Herluf Borch Gümoes
27 Georgette Louise 1904-1964 ~ Robert Gaussen
28 Epke Jeanette 1904- ~ F.C. Visscher
29 Alfred 1907-1977 ~ Elisabeth Birnie**
- – Angèle Combremont
 
g4-16 Frans Johan Carel (1870-1936) ~ Adèle Kauschmann
30 Julius George David 1899-1943 ~ Anna Moltzer
31 Willem Carel 1903-1943
- – Bartruida (Bé) Moltzer
 
g4-17 Otto (1873-1928) ~ Trijntje Bruinwold Riedel
32 Frans 1904-1945 ~ Tine van Blijkshof
33 Johannes Philippus 1905-
34 Otto 1908-1944
35 Sjoukje Rabina 1901- ~ (a) onb.
~ Chris Boone (b)
36 Daisy Theodora 1914- ~ L.J. Joon (a)
~ L.A. de Milly van Heiden
Reinestein (b)
 
g4-18 Rabina Aleida (1879-1978) ~ Jan Vleming
Georgina Rabina Gezina 1915-
Jannina Carolina 1917- ~ E.C. Slot
 
g4-19 Johan Willem (1880-1945) ~ Mathilde Theodora Emilie van Ruyvers
Suzanne 1904-1987
29 Elisabeth 1909- ~ Alfred
- – M. Bernert
 
6e generatie

g5-22 George (1886-1945) ~ Greta Westenbrink Weustmann
 
g5-23 Pieter Albert (1888-1951) ~ M.L. (Iva) H. Etty
6 kinderen
 
g5-24 Johanna Margaretha (1890-1941)
 
g5-25 Sjewke (Sjuwke) Marie (1894-1879) ~ Alexander Pfältzer (Lex Phältzer)
1 kind
 
g5-26 Anna Rabina (1900-1988) ~ Herluf Borch Gümoes
3 kinderen
 
g5-27 Georgette Louise (1904-1964) ~ Robert Gaussen
3 kinderen
 
g5-28 Epke Jeanette (1904- ) ~ F.C. Visscher
3 kinderen
 
g5-29 Alfred (1907-1977) ~ Elisabeth Birnie
5 kinderen
 
g5-30 Julius George David (1899-1943) ~ Anna Moltzer
2 kinderen
 
g5-31 Willem Carel (1903-1943)
 
g5-32 Frans (1904-1945) ~ Tine van Blijkshof
2 kinderen
 
g5-33 Johannes Philippus (1905- ) : Otto zn.
 
g5-34 Otto (1908-1944) : Otto zn.
 
g5-35 Sjoukje Rabina (1901- ) ~ Otto docht.
1 kind
- – Chris Boone
 
g5-36 Daisy Theodora (1914- ) ~ L.J. Joon Otto docht.
2 kinderen
- – L.A. de Milly van Heiden Reinestein
 

** Elisabeth Birnie is de samensteller van deze stamboom


in other words



From Birnie to Birney





18th century onwards



David Birnie ( Scotland ) married with Gerardine van Goor ( Netherlands ) in 1772
and they begot George ( 1775-1830 ) who married Aleida Dwars [ sounds Dutch too ]

This couple, George and Aleida, produced 2 children
branch-1 : Steven ( 1801-1868 ) and
branch-2 : Johan Willem ( 1803-1868 )



branch-1 :


Steven married Anna Helena van Schuppens

Steven and Anna Helena caused the birth of
Steven ( 1855-1939 ) who married Emma Sanders , hereafter branch-1-1
Steven and Anna Helena caused the birth of
Gerhard David ( 1837-1917 ) who married Djemila , hereafter branch-1-2



branch-1-1 :


Steven and Emma Sanders produced Gerhard David ( 1891-1955 ) [ sorry, same name as Steven's brother ]
Gerhard David married Catharina Jacoba van Ziegenweidt
who gave birth to Carel Frederic Theodoor ( 1925-1995 )



branch-1-2 :


Steven’s brother, Gerhard David ( 1837-1917 ) had a daughter Aleida ( 1868-1947 )



branch-2 :


Johan Willem married Maria Louise van Schuppes
[ I guess she was the sister of his brother's wife ]
and caused the birth of
George ( 1831-1904 ) who married Rabina
and their child was Willem ( 1868-1939 )

From some mysterious female(s ?), Willem received 2 children ( in 1893 and in 1899 )

Well, anyway, from this branch a "dotted twig" [ I guess from one of Willem's lovers ] leads to Adolf Birney ( 1925- ), born Sie Swan Nio in Surabaya, but he took the surname of Birney
Adolf married Johanna Henrietta van Kerkoerle in The Netherlands
where today’s Birney twin
Alfred Alexander ( 1951- ) & George Philip ( 1951- ) came on planet Earth

And it is this George Philip Birney who presents this web-site
but his twin-brother Alfred Alexander did all the research
 


Dreiging sluiting Museum Nusantara

east magazine Museum Nusantara is nog maar net bekomen van een ingrijpende en geslaagde verbouwing, of de monsters van het kabinet hebben het al in het sloopzuchtige vizier. Het kent maar één mantra: “Het zijn zoals bekend economisch zware tijden en hierin is geen plaats voor de culturele sector. Alles wat niet direct zichtbaar zakken met geld oplevert, moet sneuvelen. Gemeenten moeten drastisch op hun budgetten worden gekort, want zij geven alleen maar geld uit en bieden ons daar niets voor terug.”

Dit is het beleid van de Generatie Nix, die met Nix is opgegroeid, die Nix had om naar uit te zien, die Nix uit de handen liet komen en thans aan de macht is en denkt dat de wereld beter af is met Nix. De geschiedenis begint volgens deze imbecielen in het jaar 2000, en alles wat eerder plaatsvond heeft geen enkele betekenis, een enkele oorlog daargelaten. Dit heeft in Delft tot direct gevolg dat Erfgoed Delft, het overkoepelende orgaan waar museum Nusantara onder valt, ook moet bezuinigen. En hoe!

De directie van Erfgoed Delft dreigt met ingang van 1 januari 2013 Museum Nusantara haar deuren te laten sluiten. De reden is dat het aantal bezoekers te laag is waardoor het museum niet rendabel zou zijn. Hiermee wordt volslagen gedachteloos een zoveelste poging ondernomen om het belangrijkste hoofdstuk van de Nederlandse geschiedenis, die van de VOC, het kolonialisme, de dekolonisatie en de eeuwenoude banden met Indonesië onder de zoden te stoppen.

En nu komt het… Het gebouw zal een jaar later weer voor het publiek open gaan met een presentatie rond Delfts Blauw Aardewerk.

Welnu, wat is Delfts Blauw en hoe en waardoor is het ontstaan?

Aan het einde van de 16e eeuw introduceerden de Portugezen Chinees porselein, met zijn kenmerkende blauwe beschildering, in Nederland. Dat is kort voor voordat de Hollanders op de gestolen zeevaartkaarten van Jan Huygen van Linschoten de zeilen hesen en richting Indië voeren, waardoor al gauw de VOC werd opgericht – Dit geïmporteerde Chinees porselein was fijn en sierlijk en onmiddellijk zeer gewild. Later kwam het via de Hollanders en Zeeuwen met de VOC-schepen naar Amsterdam.

Alleen de zeer rijken konden zich Chinees porselein permitteren. De Delftse majolicabakkers, die nog geen echt porselein konden maken, begonnen toen met veel succes imitaties te maken. Delfts Blauw is dus in het geheel niet los te zien van de geschiedenis van de VOC, en uiteraard is de geschiedenis van de VOC niet los te zien van Neerlands koloniale geschiedenis en ook niet van de oorlog die Nederland voerde in Indonesië, nadat het zelf was bevrijd van de Duitsers.

Een Delfts Blauw Museum betekent dus: een museum rond namaak Chinees porselein. Ik spreek niet tegen dat Delfts Blauw in een latere periode zelfs roem in China zou oogsten. Dat is het punt niet. Ik zeg: een Delfts Blauw Museum in de plaats van Museum Nusantara is een museum dat liegt, een museum dat de oorspronkelijke geschiedenis verknipt.

Concreet betekenen de plannen van de rücksichtslose overheid het einde van Nusantara als internationaal uniek museum voor Indonesisch cultureel erfgoed. De collectie blijft weliswaar in Delft – die wordt nog net niet in zee gedumpt – maar zal een slapend bestaan gaan leiden.

Zijn musea gedoemd om hun voortbestaan op lekkende zolderetages voort te zetten of zoiets?

Uiteraard strijd de conservator voor het behoud van Museum Nusantara. Maar zo’n strijd kan je niet alleen voeren. Neem deze weblogpost dan ook over, als je Museum Nusantara een warm hart toedraagt. Zet er je eigen reactie bij, of bewerk de tekst naar eigen inzicht en stuur het verder de wereld in (weblog, Facebook, Hyves, link hierna toe op Twitter etc.)

Alleen dán kan de conservator, Amy Wassing, gesterkt door alle reacties, opnieuw een dialoog aangaan met de directie in de hoop een zekere toekomst voor Nusantara te bewerkstelligen.

* * *

Bij de heropening van Museum Nusantara op 11 maart jongstleden:

This Balinese court dance was performed by DwiBhumi – Centre for Balinese Dance and Culture in The Netherlands, during the opening ceremony of Museum Nusantara, March 11th, 2011. Title of the dance: Legong Keraton Lasem. Dancers: Febrina Tanoewidjaja, Mirah Ayu Supriyono and Aafke de Jong. See also: Balinese Dans

Bij de première van Een zoon van Porto

Afgelopen vrijdag vond in Utrecht tijdens Het Nederlands Filmfestival de première plaats van de film Een zoon van Porto, van Annelotte Verhaagen. Ik ging kijken met het idee dat mijn collega schrijver er de hoofdrol in zou spelen. Dat bleek niet helemaal het geval. De uiteindelijke hoofdpersoon is zijn zoon Bendja, een jongen van 19 jaar met een Nederlandse moeder, in Nederland geboren en getogen, iemand van de zogenoemde 3e generatie. Zijn verlangen naar het thuisland van zijn grootouders is nog sterker dan dat van zijn vader.

In sterk contrasterende scènes, die voortdurend je aandacht vragen, krijg je te zien: de motieven van vader en zoon, de voorbereidingen op de reis, het verblijf op het eiland Saparua (de Molukken) en oude filmopnamen in zwart-wit uit de koloniale tijd.

Mijn gezellin, 24 jaar oud, was net terug uit Indonesië. Ze bezocht afgelopen zomer voor het eerst het land vanwege een onbenoembare binding met een van haar grootvaders, die in Bogor is geboren en in allerlei plaatsen op Java heeft gewoond. Haar verlangen om het land van haar grootvader te zien was sterk, en zelfs zij verbaasde zich over de enorme wil waarmee Bendja zijn land van herkomst wilde gaan zien.

Frans Lopulalan vertelt onder meer in de film dat zijn zoon Bendja dingen wist die hij noch een ander ooit aan de jongen verteld kon hebben. Los van de koloniale geschiedenis van Nederland en de Molukse geschiedenis in Nederland, met alle herinneringen die daarbij horen, gaat deze film voor mij in de kern over het raadsel van de herinnering. Ik verweef dit motief in mijn boeken Rivier de Lossie en Sonatine voor zes vrouwen. Zijn herinneringen overdraagbaar via de genen? Zo ja: waarom wél bij Bendja en niet bij zijn zusje, dat ook eventjes optreedt in de film?

De film is op de website van Oogland Filmproducties te bestellen. Ook wordt hij nog op verschillende regionale televisiekanalen uitgezonden. Het zoveelste bewijs dat Nederland weinig wil weten van zijn geschiedenis overzee en onverschillig staat tegenover de nazaten uit Nederlands “Overzeesche Gebiedsdeelen”. Ik bedoel: deze film hoort gewoon te worden uitgezonden door een van de nationale publieke omroepen.

Trilogie


Rivier de Lossie     rivier de ijssel     rivier de brantas

Met het onlangs verschenen boek Rivier de Brantas voltooit Alfred Birney een trilogie waarin de echo van de koloniale geschiedenis van Nederland doorklinkt: een zeer interessante episode die in de vergetelheid dreigt te raken. Voor Alfred Birney, een Nederlandse schrijver van gemengde afkomst, spelen drie landen een rol in zijn zoektocht naar sporen uit het verleden: Schotland in Rivier de Lossie (2009), Nederland in Rivier de IJssel (2010) en Indonesië in Rivier de Brantas (2011).

Alfred Birney is als chroniqueur van Nederlands-Indië uitstekend in staat om in deze drie novellen drie werelden (de Schots-Nederlandse, de Chinees-Nederlandse en Indonesisch-Nederlandse) naadloos met elkaar te verbinden. De trilogie begint omstreeks 1750 en eindigt 250 jaar later. Als in een film proef je de sfeer en de plekken die worden beschreven, met zelfs een uitstapje naar de 9e eeuw toen de Scoten en de Picten elkaar bevochten. Iedere novelle is te lezen als een afgerond verhaal.

Rivier de Lossie

Hoe komen drie benen op een wapenschild terecht en meer dan duizend jaar later op het etiket van een ketjapfles? Waardoor worden mensen soms dagenlang achtervolgd door hetzelfde lied? Waarom zijn het zo vaak onbekenden die ons heel anders naar de dingen laten kijken? Vragen uit de sfeervolle novelle Rivier de Lossie, die zich afspeelt in Schotland in de beginjaren negentig van de vorige eeuw. Een Nederlandse folkgitarist is er op zoek naar zijn Schots-Aziatische voorgeschiedenis. Tegen het decor van leisteen en voortspoedend water ontmoet hij een betoverende vrouw die hij uit een ballade uit zijn vroegere repertoire meent te herkennen. Maar wie is zij in werkelijkheid? Rond hun kortstondige samenzijn spelen thema’s die altijd actueel zijn: oorlog, migratie, afkomst, de fascinatie voor het onbekende en het noodlot. Bestel de betoverende novelle Rivier de Lossie!

Rivier de IJssel

Een muzikant hoopt op een wilde nacht met een zangeres die hij moet begeleiden. Maar er is een derde in het spel: een dubbelganger die hem een vervreemdend gevoel geeft over zijn afkomst en een grote kennis van het Nederlands koloniale geschiedenis aan de dag legt. De muzikant krijgt het idee te moeten kiezen tussen de liefde en zijn zucht naar historische kennis. Wellicht zal hij zijn vaders motieven leren doorgronden: een politiek vluchteling onder de vlag van Nederland anno 1950. Met dit boek toont de schrijver dat migratie geen eenrichtingsverkeer is en dat racisme overal op de loer ligt. Rivier de IJssel is geschreven door iemand die weet hoe het voelt te leven in een land waar de mensen jou vertrouwd zijn maar jij hun niet. Bestel de schitterende novelle Rivier de IJssel zonder verzendkosten!

Rivier de Brantas

Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis de revue via de sporen en de portretten van een roemruchte en kleurrijke plantersfamilie, terwijl je de intrigerende belevenissen van de hoofdpersoon, een reizende gitarist, op de voet volgt. Bestel de magische novelle Rivier de Brantas zonder verzendkosten!

John Renbourn – The South Wind / Blarney Pilgrim

Was Rivier de Lossie misschien Donovan’s inspiratiebron geweest? Had de zanger, zoals ik, wel eens het gevoel in de verkeerde tijd te leven? Mij leek dat de zanger in elk geval niet, zoals ik, het gevoel had in het verkeerde land te leven. Misschien in een verkeerde tijd, maar dat was wat anders. Donovan behoorde een volk toe, een Angelsaksische cultuur. Ikzelf behoorde geen volk toe, wortelde niet in een duidelijke cultuur, en dat kwelde me. Als ik bedacht dat Schotland de doedelzak had, Indonesië de gamelan en China de guzheng, dan scheen Nederland me zo armzalig toe.

Ik moest aan deze passage denken uit mijn novelle Rivier de Lossie (pag 22/23), toen ik op deze opname van John Renbourn stuitte.

Het Indische meisje in de Nederlandstalige populaire muziek

In de jaren vijftig en zestig was het Engels nog niet zo dominant als nu in de populaire muziek. Het was heel gewoon dat artiesten hun liedjes in verschillende talen zongen. Ook werden er veel liedjes vertaald. Muziekuitgevers floreerden met het uitgeven van bundels voor orkestjes die in de weekends in allerlei gelegenheden speelden. Kopieerapparaten waren onbekend, muziek werd levend gebracht en de jukebox was voor ranzige cafés, waar het nette publiek niet kwam.

Jaren geleden gaf een muziekleraar de brui aan zijn beroep en liet me zijn enorme verzameling bladmuziek na. Het was zo’n ouderwetse muziekleraar, die les gaf in verschillende instrumenten: gitaar, piano, accordeon, viool, saxofoon etc.

De stapels bladmuziek waren vergeeld, het doorspelen van de partituren zou me jaren kosten en me al net zo lang de ene na de andere aha-ervaring geven. Want als kind zat ik veel bij de radio – ik schreef er Het verloren lied over – nauwelijks in staat al die teksten te verstaan, terwijl de melodieën zich diep in mijn herinnering nestelden.

Het liedje van de Zangeres Zonder Naam in de vorige post – Hij was maar een neger – was een origineel Hollands product dat ik, tot voor kort, nog nooit had gehoord. Ik herinnerde me vaag een dergelijk nummer over een Indisch meisje en vond het terug in de stapel antieke bladmuziek van de oude muziekleraar. Het nummer heet Klein Indisch meisje en staat in een bundel met het volgende opschrift:

MOLEN MUZIEK HOLLAND
PRESENTEERT:

De Grote Successen

1 Kus-kus-polka
2 Als vreemde klokken luiden
3 Waar ga je heen, clochard?
4 Klein Indisch meisje
5 Tabé ouwe reus
6 Moeders mooiste (ben je niet)
7 Ze hebben van de week (m’n hoed gegapt)
8 Paramaribo-wals
9 Geef mij een liedje en een lach
10 Evelien-Josefien-Carolien
11 Geef mij een knipoog (vertaling)
12 Een liedje uit Cuba (vertaling)
13 Laat het geld maar rollen

Nou, kostelijke titels uit een wat minder haastige tijd, waaruit toch vooral een openheid spreekt voor andere culturen en verschoppelingen of pechvogels. Muziek uit Amerika was wel sterk in opkomst, maar de molenmuziek hield nog stand.

Indertijd woonden er nog altijd Indische Nederlanders in het onafhankelijk geworden Indonesië. Maar op 5 december 1957, ook wel bekend als Zwarte Sinterklaas, verklaarde de Indonesische regering alle Nederlanders staatsgevaarlijk. Er zat al een grote groep Indische Nederlanders in Holland en de overheid was er niet onverdeeld blij mee. Uiteraard waren er mensen die zich het lot van die groep aantrokken. Dat moest natuurlijk worden bezongen.

oude bladmuziek klein indisch meisje

Click op het plaatje voor een vergroting en je ziet aan het begin van de partituur staan: Krontjong tango. Nou weet ik wel het een en ander van muziek, maar van een krontjong tango heb ik nog nooit gehoord. Ik moet er dan ook wel erg om lachen. Het lied is een origineel Hollands product – hoe kan het ook anders wanneer het om een Indisch meisje gaat – en is geschreven door het inmiddels vergeten duo Aat Daale (tekst) en Pierre Biersma (muziek).

Als we de muziek even laten voor wat het was en de tekst doorlezen, dan zien we behoorlijke verschillen met de tekst van Hij was maar een neger.

Klein Indisch meisje

Er kwam weer een schip uit de tropen vandaan,
Een meisje dat staart voor zich heen.
Ik zie in haar donkere ogen een traan,
Zij voelt zich hier vreemd en alleen.

Klein Indisch meisje, ik zie je daar staan,
Hunk’rend naar liefde en troost.
’t Is je zo vreemd dat je weg bent gegaan,
Ginds uit dat land in de oost.
Daar was het warm en scheen altijd de zon,
Daar stond je ouderlijk huis.
Klein Indisch meisje, toe wees niet bedroefd,
Ook hier is voor jou weer een thuis!

Het lot bracht je hier in dit drassige land,
Met sneeuw en met regen en kou.
Maar hier is het veilig en vind je de band
Die ’t vaderland ook heeft met jou!

Klein Indisch meisje… (etc)

© World-Copyright 1958 by “MOLEN-MUZIEK-HOLLAND” Amsterdam
Voor België, Koloniën en Luxemburg “METROPOLIS” Antwerpen

*Let even op de “Koloniën” in de copyrights notice. Dit is, om zo te zeggen, ‘historisch materiaal’.

Het liedje verscheen zeven jaar voor Hij was maar een neger. Je zou makkelijk kunnen denken dat in die zeven jaar Holland racistischer is geworden. Dat lijkt me niet, al is het wel zo dat binnen het kader van racisme en seksisme voortdurend accentverschuivingen plaatsvinden. Het maakte nogal verschil of je een ‘Indisch meisje’ was of een ‘neger’. Over beiden werden wilde verhalen rond gefluisterd. Indische meisjes zouden gewilliger en lekkerder zijn dan Hollandse meisjes. En negers zouden topsporters zijn bij het liefdesspel. Het is niet moeilijk te raden wie de aantrekkelijkste was en voor wie werd gevreesd.

Voorpublicatie Rivier de Brantas

Deze brug speelt een rol in de komende novelle Rivier de Brantas van Alfred Birney. Voor een mooier beeld moet je het herfstnummer van kwartaalmagazine Archipel Magazine kopen, waarin de eerste drie hoofdstukken van het boek staan afgedrukt.

brug-over-rivier-de-brantas.jpg

Rivier de Brantas is de derde en laatste novelle in de rivierenreeks van Alfred Birney. Het verhaal speelt op Java. De novelle is de follow-up van Rivier de Lossie (2009) en Rivier de IJssel (2010).

In het drieluik wordt onder meer een beeld getoond van de onterecht weggestopte Nederlandse koloniale geschiedenis van 1850 – 1950 én van de postkoloniale geschiedenis van 1950 – 2000 in zowel Nederland als Indonesië.

De hoofdpersoon is een gitarist die beroepshalve op plekken komt die hem dwingen zich rekenschap te geven van zijn eigen identiteit via de geschiedenis van zijn voorouders.

Rivier de Brantas verschijnt in februari 2011.

Schrijven aan een boek

Schrijven aan een boek kan merkwaardig associatief gedrag veroorzaken. Zo luister ik deze dagen aldoor naar de onderstaande aria van Händel, het Ombra mai fù uit de opera Serse (Xerxes) (1738), vertolkt door de Japanse countertenor Yoshikazu Mera. Tegelijk leg ik de laatste hand aan het derde en laatste deel van mijn novellenreeks. Het eerste, Rivier de Lossie (2009), speelt in Schotland. Het tweede, Rivier de IJssel (2010), speelt in Nederland en het deel-in-wording (2011, lente) speelt op Java.




Dit derde deel is een quasi roadshow, met terugblikken op onder andere de oorlog die Nederland in Indonesië voerde nadat het land zelf was bevrijd van de Duitsers. Een oorlog die eufemistisch de Politionele Acties worden genoemd, door Ad van Liempt gebombardeerd tot Een mooi woord voor oorlog. Ik ga daar niet diep op in, ook niet op de Japanse bezetting die enkele jaren eerder plaatsvond. Wél op de liefde die een familielid van me opvatte voor een Japanse officier. Zeg maar een verhaal zoals Il portiere di notte (1973) van Liliana Cavani (The Nightporter), maar dan zonder een weerzien. Ik beschreef het al eens in het verhaal Zonder gezicht, gepubliceerd in de verzamelbundel Vertrouwd en Vreemd (2000), maar bewerk het nu in een andere context.

Er is veel geschreven over zogeheten “troostmeisjes” maar weinig tot niets over meisjes die eenvoudig een liefdesaffaire hadden met Japanse officieren. Mijn vader haatte Japanners en alles wat met Japans te maken had. Veel Indische mensen en Indo’s haatten Japanners. Ik ben opgegroeid in een milieu waarin de haat jegens Japanners nog sterker was dan de huidige weerzin van Hollanders jegens Marokkanen op alle denkbare niveaus, tot aan de landelijke politiek toe.

De haat die mijn vader koesterde tegen de Japanners heb ik niet overgenomen. Mijn broer evenmin. Hij nam ooit luitlessen bij een Japanse leraar, in een tijd waarin de vader van een vriend van me met een hakbijl een piano van Japans fabrikaat te lijf ging, die zijn dochter in alle onschuld had aangeschaft.

Japanners kunnen gek zijn op Europese kunst en cultuur. En andersom, Europeanen kunnen dol zijn op Japanse kunst en cultuur. Literatuur, gevechtskunst, muziek, schilderkunst, beeldende kunst, architectuur… Kunstenaars staan veelal boven het ordinaire geweld van alledag of proberen gedachtes aan oorlog te bezweren door zich in de kunstuitingen van de (voormalige) tegenpartij in te leven. Yoshikazu Mera is zo iemand. Zijn stem klinkt hemels. Cross-over artiesten geven me altijd hoop op een fatsoenlijker wereld. Altijd.