Internet als vijand van fictie

In het pré-internettijdperk was de leescultuur een oase waarin fictie kon gedijen zonder door non-fictie gebeten te worden. Verzonnen verhalen stonden model voor het leven van de mens. Thema’s herhaalden zich voortdurend. Een boek werd gedragen door de stijl van de schrijver. Non-fictie werd vaak opgediend in de vorm van essays. Thans worden essays met uiterste omzichtigheid uitgegeven. Veel uitgevers wagen zich er niet eens meer aan. Non-fictie heerst. Bekende Nederlanders krabbelen hun ervaringen haastig neer en zien hun boeken aangeprezen worden door ongeletterde presentatoren. Ik heb de opkomst van het weblog hand in hand zien samengaan met de toename van het aantal non-fictie boeken. Een bekende Nederlandse schrijver, Arnon Grunberg, verwees eens in een boek naar een weblog dat werd bijgehouden door een vrouwelijke romanfiguur. Toen zijn lezers erachter kwamen dat het weblog een verzinsel was van de schrijver zelf, voelden ze zich bedrogen. Het weblog was namelijk niet echt, het was fictie. Ik vroeg me af of er wel plaats is voor fictie op het internet. Ik blogde regelmatig onder de categorie van een verzonnen figuur, en ja: soms kreeg ik een mail van iemand die zich in iemand herkende en daar niet bijster vrolijk van werd. Had ik het in een boek gepubliceerd, dan was het om zo te zeggen een ander verhaal geweest. Hetzelfde verhaal, maar dan in papiervorm, in paperbackuitvoering met een omslag. Wezenlijk is er geen verschil. Het is de leeservaring. Die wordt gehinderd als je tegen het licht van een beeldscherm in kijkt.

19-12-2011 2:35:43

Facebook slaat op hol

facebook slaat op hol Toen Google zijn eigen social site in bèta vrijgaf (alleen op uitnodiging aan te melden), was Mark Zuckenberg, een van de eersten die een profiel aanmaakte. Mark Zuckenberg is de grote baas van Facebook, ook wel de vader van deze social networking site genoemd, al wordt daar aan getwijfeld sinds twee vroegere vriendjes van hem een rechtszaak wonnen, wegens het stelen van hun idee. Nou is stelen op het internet meer gebruik dan uitzondering. Zo stal Microsoft het idee van ICQ en vertimmerde het tot MSN. Google steelt inhoud (content) van alle sites die de robot tegenkomt en slaat die op op de eigen servers. Dat noemen ze cash. Als je iets van je site afhaalt, dan kunnen gebruikers nog jarenlang de inhoud uit Google’s cash halen, en anders is er wel de WayBackTimeMachine, die de inhoud mogelijk nog langer bewaart. Ook browsers stelen van elkaar. Opera is zo’n beetje de voorloper van alles wat een moderne browser te bieden heeft, zoals tabs, en toch de minst gebruikte. Nogal zuur. Tweakers en geeks zijn over het algemeen de volgende mening toegedaan:

Beter goed gejat dan slecht verzonnen.

Schaamteloosheid heeft het afgelopen decennium veel van haar betekenis ingeboet. Het vervelende is dat dit soort kreten door velen vrolijk in het vaandel wordt geschreven. Het laat zich raden dat dat niet de meest creatieven zijn van onze aardkloot. Het doorsnee publiek volgt de internetpolitiek niet, weet vaak niet eens wat een browser is, laat staan dat men op de hoogte is van wie wat nou eigenlijk heeft uitgevonden. Wat bijvoorbeeld cookies zijn en doen, daar heeft men geen idee van, en over de opheffing van het briefgeheim met de intrede van e-mail wordt niet eens gediscussieerd. Het zij zo, tijden veranderen niet, de mens blijft al net zo onverschillig als weleer.

Mark Zuckenberg is aldoor bezig zijn troetelkind, dat miljarden dollars waard is, op te pompen. Zelf schrijft hij geen regel code meer, dat laat ie aan anderen over. Onlangs heeft Facebook functies van Google+ overgenomen, die lijken op de zogenaamde circles waarmee Google+ werkt. Ook van Twitter is gejat. Op de zogenaamde voorpagina van Facebook, waar je alle updates van je contacten voorbij ziet komen, is in de rechtercolumn een soort Twitterfeed ingebouwd. Je ziet nu niet alleen meer de updates van je contacten verschijnen maar ook wat je contacten links en rechts bij deze gene aan commentaar achterlaten. Beschik je over veel contacten, dan is de dubbele nieuwsstroom niet bij te houden. Je wordt dan gedwongen circles te maken, of bepaalde personen gewoonweg uit te sluiten van verschijning op je voorpagina.

Er gaat geen kwartaal voorbij of Facebook komt wel weer met een gestolen noviteit. Dan moet je je instellingen weer aanpassen. Dat kost tijd. Met 100 contacten gaat het allemaal nog wel, maar gebruik je Facebook in de eerste plaats om te netwerken en beschik je over een paar duizend contacten, dan wordt het een dagtaak. Mensen met veel contacten – vooral artiesten, kunstenaars, uitgevers en schrijvers – worden overigens aangespoord om een fanpage te maken. Je kunt van je gewone page met één muisclick een fanpage maken, maar dan raak je verschillende functies kwijt. Je kan dan geen berichten meer plaatsten op de walls van anderen en je kunt geen gebruik meer maken van de berichtendienst (e-mail via Facebook). En je hebt geen vrienden meer, alleen nog fans, velen tegen wil en dank uiteraard.

Sinds de invoering van genoemde nieuwe functies kamp ik met het volgende probleem: ik kan nauwelijks meer reageren op berichten van anderen, zelfs niet op mijn eigen wall. Dat is nogal frustrerend, ik ben namelijk een communicatief wezen, ook op Facebook. Ook worden veel van mijn postings weggehaald door de robotmoderator. Er zijn mensen die er totaal geen last van hebben en het bijzonder geestig vinden dat ik niet meer op hen kan reageren. Die zitten kennelijk niet op Facebook om er met anderen te communiceren.

Misschien hebben ze ook wel gelijk. Als je de nieuwsupdates en de semi-tweets voorbij ziet flitsen, dan voel je je alsof je verdwaald bent in een metropool. Je ziet opeens hoe het gesteld is met de mensen in de huidige tijd. Men roept wat rond, kalkt wat op de muur, laat elkaar een liedje horen, wijst een ander op een schilderij, een hoogst enkele keer op een boek, men steekt links en rechts een duim op en reblogt dat het een lieve lust is. Fascinerend. Werkelijk. Er zijn er bij die tegelijkertijd televisie kijken, een boek lezen en half aanhoren wat hun huisgenoten te vertellen hebben. Men noemt dit multitasking, maar multiconsumptioning lijkt me een betere term. Weinig opbeurend idee als je aan een boek werkt. Dit terzijde. Als je dag in dag uit lijdzaam moet toezien hoe je reacties op anderen simpelweg worden geweigerd door de robotmoderator, dan begint dat meer dan hinderlijk te worden. Het lijkt wel alsof je voor een tijdje op de een of andere zwarte lijst staat. Nou, dan vertrek je maar weer voor een poosje.

Tip: ben je nog niet op Facebook? Begin er niet aan.

P/S LinkedIn heeft onlangs ook al ongevraagd zijn privacy settings gewijzigd. Fijn zo. Ik was er al weg.

De koplamp, nieuw verhaal in Moesson

Voor het augustusnummer heeft Moesson een nieuw verhaal van me opgenomen, met de ietwat nietszeggende titel De koplamp. Hoewel de titel de lading dekt, had ik het verhaal liever De meteoriet genoemd, maar ik was te laat om de titel te laten veranderen. Dat is natuurlijk geen ramp, het kan later altijd nog, als ik mijn verhalen laat bundelen. Of ik dat werkelijk ooit ga doen, weet ik niet; het kan evengoed dat ik al mijn losse proza bewerk in een nieuw mozaïek, waarin de oorspronkelijke verhalen een heel ander geluid krijgen. Ik weet het nog niet, mijn creativiteit lijkt soms grenzeloos, wat nogal hinderlijk kan zijn.


alfred birney verhaal in moesson

Nog voordat ik het blad in mijn brievenbus had, ging het gerucht van mijn nieuwe verhaal Facebook al over, waar ik for the time being terug ben. Ik las de commentaren en vroeg me af of de mensen nog wel weten wat fictie is. Non-fictie is wat mij betreft een plaag geworden met al die boeken van bekende Nederlanders en buitenlandse hot shots uit de showbizz. Ook blogs op het internet worden vrijwel altijd letterlijk genomen: pure fictie op het internet is vrijwel onmogelijk, tenzij je sprookjes schrijft.

Ik schrijf bij voorkeur vanuit de herinnering. Zodra je dat doet, worden feiten vanzelf fictie: je giet alles immers in een verhaal. Dat sommige gebeurtenissen levensecht overkomen, wil nog niet zeggen dat ze ook precies zo zijn voorgevallen. Ik weet het: schrijvers klagen altijd over de eeuwige vraag of dat wat ze schrijven nou allemaal wel echt gebeurd is.

Vanwaar die klacht?

Nou, een serieuze schrijver zet niet alles in één keer op papier. Versie na versie is nodig om een goed verhaal te krijgen. Het lijkt wel alsof mensen aldoor minder van de kunst van het schrijven kunnen genieten. Dat ze alleen maar een verhaal willen en geen interesse hebben in hoe het is verteld. En toch: als het leest alsof het geen moeite heeft gekost, dan is het goed.

Ik ben benieuwd hoe schrijfkunst zich verder zal ontwikkelen. Mijn grootste nachtmerrie is dat op zekere dag Google met een ‘levensechte’ roman komt, geschreven door robots die ‘het materiaal’ jarenlang van websites hebben gestolen. Uiteraad bestaat er een nog grotere nachtmerrie: dat de mensen dat robotproza geweldig vinden…

Facebook pauze

facebook Ik laat mijn Facebook-vrienden hierbij weten dat ik for the time being mijn Facebook-account heb gedeactiveerd. Ik heb mijn account (nog) niet opgezegd, misschien doe ik dat later wel. Redenen van mijn afwezigheid:

1. Facebook heeft voor de tweede keer zonder opgaaf van redenen het account van mijn broer gedeactiveerd nadat hij kritische bronnen had genoemd in verband met 9/11. De eerste keer duurde het een half jaar voordat hij zijn account terugkreeg. Ik ben niet bijster ingenomen met de dictatoriale manier waarop Facebook, al dan niet onder curatele van geheime diensten, met zijn klanten omgaat.

george philip birney suspended from facebook

2. Ik ondervind veel technisch hinder op Facebook sinds mijn broer eraf is gegooid. Mogelijk zijn wij op de een of andere manier aan elkaar gekoppeld. Aangezien ik niet de eerste de beste newbee ben op het internet en ook wel enige weet heb van de onoirbare handelingen die Google, Facebook, Skype en zo meer uitvoeren op je pc, duik ik eens diep in de registers van mijn besturingsprogramma. Even kijken wat voor rotzooi Facebook er heeft achtergelaten. Om een eigenaardigheid te noemen: als ik inlog op Facebook, kom ik steeds op het fotoalbum van een dame terecht. Haar naam begint met een A. Deze storing doet zich alleen voor wanneer ik werk met de Internet Explorer, die in het geheim experimenteert met zoekmachine Bing van Microsoft.

3. Facebook vreet tijd. Het is niet ongewoon om urenlang te babbelen met mensen van wie je niet weet of ze werkelijk degenen zijn die zich voorgeven te zijn, berichten uit te wisselen met vrienden die je net zo goed buiten Facebook om kan benaderen of om je er met small talk in te laten. Veel mensen op Facebook zitten ergens op kantoor te multitasken maar krijgen wel hun salaris betaald. Aardig voor hun, maar ik kan me die luxe eigenlijk niet veroorloven. Onlangs heb ik besloten niet méér dan 1000 “friends” toe te laten. Als er zich onder die “friends” 25 mensen bevinden die de moeite waard zijn, dan is dat veel. Die zal ik wel even missen, vooral de mensen met wie ik serieus over muziek en literatuur kan praten. Uiteindelijk gaat er toch niets boven mensen in RL.

4. Rondhangen op Facebook is een non-creatieve bezigheid. Bloggen is niet mogelijk, je kunt er wel artikelen kwijt, maar de interface van Facebook spoort mensen niet echt aan je teksten te lezen. Voor musici en beeldend kunstenaars kan Facebook een aardig stuk gereedschap zijn hun werk te promoten. Voor schrijvers is het medium te snel en te oppervlakkig. Er wordt weinig gelezen, zelfs berichten van drie regels worden verkeerd begrepen omdat men met een half oog leest. Bloggen onder eigen domein is nog altijd beter. Bovendien kan iedereen dan lezen wat je te melden hebt, zonder een account te hoeven aanmaken.

5. Facebook modereert teksten, haalt ze weg en zet ze al dan niet terug. Ook plaatjes die aanstootgevend zouden kunnen zijn, worden weggehaald, of iemands account wordt simpelweg geblokkeerd. Facebook behoudt zich het recht voor om alles wat je erop zet voor eigen doelen te gebruiken. Tot slot: Facebook is een uiterst ondemocratische dienst, met moderatoren met wie geen woord te wisselen valt. Ongetwijfeld heeft Facebook zijn charmes. Toch: zit je er nog niet op, blijf er dan maar vandaan. Tenzij je werkelijk geen leven hebt.

Postzegelarmoede en zo meer

hat logo meneer b Mijn naam is Meneer B. omdat Meneer A. sneller is. Ik verwacht niet dat u dit begrijpt. Omdat Mercurius vandaag een vierkantsaspect maakt met mijn Mars zou ik vandaag uit mijn humeur moeten zijn. Dat kan wel kloppen, want gelachen heb ik vandaag nog niet. De zon schijnt niet, het waait, nu en dan doet de regen een poging de dag nog grijzer te maken dan hij al is, er ligt vervelend werk op me te wachten en voor mijn boodschappen moet ik alle windrichtingen op. Omdat het internet steeds meer een bron van inbreuk op de privacy van de mens wordt, bezoek ik aldoor vaker een postagentschap voor het versturen van brieven. De garantie dat je brieven niet door derden gelezen worden is er nooit geweest, maar ze bestaat wél. Met de komst van de elektronische post is het briefgeheim opgeheven. Helaas gaat het met de romantiek van brieven verzenden wel achteruit. Het nieuwe postzegelsysteem van zegels met het cijfer 1 of 2 lijkt mij de doodsteek voor postzegelontwerpers. Elke tariefverhoging was een feest voor ze. Fijn goochelen met andere cijfertypen, afbeeldingen en meer van dat. Eerst nemen ze met de invoering van de euro de vormgevers van de bankbiljetten te grazen – Nederlandse bankbiljetten waren vermaard – en nu dit. Nou is het wél zo dat we bijkans omkomen in de grafische vormgevers. Niet direct een vak om voor te kiezen als je jong bent. Tenzij je zeer begaafd bent en de monotonie in het vak kan doorbreken.

De nieuwe Handelsregisterwet jaagt schrijvers het internet af

Het begon een poos geleden al met de een of andere staatssecretaris die vond dat schrijvers zich voortaan als ondernemers moesten gedragen. Dat hebben we natuurlijk een tijdje tegen kunnen houden, maar de nieuwe lichting komt inderdaad met bedrijfsplannen, dat zie je ook aan hun boeken. In het eerste hoofdstuk gaat de hoofdpersoon – een schrijfster – een kantoor binnen en overhandigt de een of andere malloot een visitekaartje waarop enkele trefwoorden staan. Seks. Religieuze stroming. Religieuze uiting. Relatie. Verkrachting. Ontvoering. Therapie. Botsing van culturen. Of wenst u een whodunit? Ik kan halfbloot op de cover. De uitgever pijpen? Geen bezwaar. Deadline? Weekendje Rome en ik heb het manuscript klaar. De redacteur gaat mee. Maar in Rome aangekomen blijkt de schrijfster banden te hebben met Al Qaida. De redacteur is echter al helemaal in haar ban geraakt en aarzelt: zal ook hij de wapens opnemen tegen een stel Americanos waaronder zich toevallig zijn schoonouders bevinden, van wie de dochter, zijn echtgenote dus, een jaar terug onder raadselachtige omstandigheden spoorloos is verdwenen? Geeft u maar snel een standaardcontract voordat feiten en fictie door elkaar gaan lopen. Ik moet overigens dringend naar een vergadering.

Ik gun dat soort schrijvers alle bestaansrecht, alle hitlijsten, een miljoenenverkoop en wat al niet meer, maar laat mij alsjeblieft de kunstenaar uithangen. Ja, ik weet het: het is een scheldwoord. Nou ben ik mijn hele leven al uitgescholden, dus dat kan ik wel hebben. Maar ik heb echt geen zin in gedoe met BTW en bedrijfsplannen en hoe ik mezelf in de markt denk te gaan zetten. Hou op man, ik ben geen ondernemer, ik ben een kunstenaar, ik ben luimig, om niet te zeggen manisch-depressief, onvoorspelbaar, ik heb geen idee wat ik morgen zal gaan doen en dat boeit me ook helemaal niet. Toch krijg ik het toch maar mooi voor elkaar steeds weer met een verhaal, een artikel of een boek te komen. Ik dien de cultuur, stelletje idioten!

Maarrr… ze blijven me voor een ondernemer houden. Zoals ze me voor een Indiaan houden, of een Indonesiër, of een Eskimo, in elk geval niet voor een Nederlander. Ooit moest je naar de Kamer van Koophandel toe – als je dat al wilde – nu komt de Kamer naar jou. Want op de eerste juli van het vorige jaar heeft de overheid – u weet wel: dat stelletje boekhouders daar aan het Binnenhof – de nieuwe Handelswet ingevoerd. Op 1 juli, die gluiperds, toen iedereen op het strand lag! Ik ga u niet vertellen wat die nieuwe Handelswet behelst. In het kort komt het er voor mij op neer dat ik me moet laten inschrijven bij het Handelsregister. De Kamer van Koophandel is intussen gemoderniseerd, dat zie je aan de wervende koppen in hun brief:

Uw inschrijving is zo geregeld.

Wat moet u doen?

Meer weten?

Enzovoort.

Over de kosten ga ik niet leuteren. Nee, het gaat hierom:

Het Handelsregisternummer van uw onderneming moet u op uw briefpapier, offertes, facturen, websites en e-mailberichten vermelden.

Ja, u leest het goed! Probeert u nou eens voor de lol via domaintools achter mijn verblijfplaats te komen. U krijgt hooguit te lezen waar de host van deze website zit. In Amerika lopen ze jaren op Nederland voor. Daar hebben ze natuurlijk al lang narigheid gehad met allerlei bekende mensen die werden lastiggevallen omdat hun gegevens zomaar opvraagbaar waren. Als je je website onderbrengt bij mijn host, dan kan je aanvinken of je je privé-gegevens buiten beeld wilt hebben. Dat kost niets extra. Voordelen: geen stalkers aan de telefoon, geen idioten aan de deur, geen ongevraagde manuscripten en overige post en ga zo maar door. Over bommeldingen zal ik het nog maar niet hebben. Dat is de goden verzoeken, niet?

Aanstonds is mijn bewuste keuze voor een Amerikaanse host totaal zinloos geworden. Want met je Handelsregisternummer op je website ben je in no time op te sporen. Alles ligt voor het grijpen, tot en met je telefoonnummer. En geloof me: ik heb in het verleden heel veel last gehad van onverbeterlijke stalkers aan de telefoon. Dag en nacht. Opgeschoten meiden, oorlogsslachtoffers, schrijvers-in-spe, ex-tehuisklanten, mensen die hun verhaal wilden verkopen, lezers, fans, mensen van vroeger, hijgers etc. Week in week uit. Totdat ik wel een geheim nummer moést nemen. Maar dan… De een of andere radio-omroep laat je nummer lekken en van lieverlede neem je een 06-nummer. En dan nu dit. Hallo daar, mijn naam is Alfred Birney en u bent hierbij uitgenodigd mij dag en nacht te komen lastigvallen.

Dit snappen zelfs de Amerikanen niet met hun paranoïde nieuwsgierigheid naar je profiel en de daaruit voortvloeiende eis dat je allerlei persoonlijke informatie via het internet moet opgeven voor je een visum gaat aanvragen. Ik zal een schrijverscollectief of iets dergelijks in het leven moeten roepen om onzichtbaar te kunnen blijven. Nee, de schrijversvakbond daar was ik al uitgestapt. Die bekijkt de zaak nog eens van alle kanten, zal de boel aankaarten als het allang niet meer hoeft, loopt hopeloos en chronisch achter op de ontwikkelingen op het internet, publiceert verhalen in dat muffe kwartaalblaadje van suffe schrijvers die nog maar net een website hebben gelanceerd – met frames, ook dat nog – en dat dan ook hoog van de toren blazen. Terwijl het onderhand toch tijd wordt om als schrijver juist het internet vaarwel te zeggen.

Gekwetter all around

De mensen beginnen nu werkelijk de twitter-, hyver-, tumblr-, jaiku-, yammer- and what have you-kriebels te krijgen. Teksten op het internet worden allengs sms’jes. Ik doe mee met dit miniblog.

(Deze tekst was een zogenaamd aside getoond in een sidebar.)

Mitch Mitchell overleden

De Associated Press komt net met het overlijdensbericht van Mitch Mitchell, de enorm creatieve drummer achter het genie Jimi Hendrix. Hij is 61 geworden. Het bericht gaat als een lopend vuurtje het internet over, maar Nederland slaapt nog. Hier Mitch Mitchell aan het werk op 9 januari 1969 tijdens een concert van The Jimi Hendrix Experience ergens in Zweden. Overigens overleed bassist Noel Redding al in mei 2003.

Tumble

tumblr Binnen de digitale revolutie heeft het internet een ontwikkeling doorgemaakt die het adjectief stormachtig naar de taalprullenbak voor anachronismen verwijst. Wat een website is, kan niet zomaar meer omschreven worden als een vlag ergens in cyberspace. Het weblog is momenteel misschien wel het populairst onder actieve internetgebruikers, maar het fenomeen tumbleblog is in opkomst. Men neemt de tijd niet meer om met liefde en toewijding zoiets als een eigen virtueel dagboek te onderhouden, liever kleddert men maar wat als graffiti op het web, waarbij de codes alt+c en alt+v geheimtaal zijn voor stelen. Feitelijk is het tumbleblog een cynische variant op het weblog in zijn origineelste vorm.: een soort stream of consciousness. Maar de taal is nu teruggebracht tot wat quotes en oneliners en daarmee ondergeschikt gemaakt aan beeld en geluid. Tumblelogs zijn nauwelijks bezoekersvriendelijk en wellicht alleen goed, of zelfs gemaakt voor big brother-clubs die profielen verzamelen van mensen die zich al dan niet onder pseudoniem tonen op het internet. In een eventueel nóg nieuwere vorm dan tumbling zou je elke vorige posting door een volgende kunnen overschrijven. Het archief, voer voor zoekrobots en regeringen, verliest zo zijn betekenis, de dingen gaan voorbij, zoals het leven is. Je bent terug bij af, bij de eenvoudige webpagina, die nu en dan verandert. Kijk je nog verder terug, dan zie je schrijvers achter typmachines zitten en lezers zonder een flikkerende televisie op de achtergrond wegkruipen op de bank met een boek in de hand. Ik heb soms heimwee naar die tijd.

Megapolis

De eerste serieuze lentedag van dit jaar hield me thuis. Te lui om te gaan fietsen, ben ik op balkon gaan zitten lezen in Welkom in Megapolis. Non-fictie, pas verschenen, ik was op de boekpresentatie, die angstvallig werd gemeden door jonge lezers. De Nederlandse filosoof en publicist Jan-Hendrik Bakker laat zijn gedachten gaan over verstedelijking, wonen, de gevolgen van het internet voor ons beeld op de wereld enzovoort. Zijn referentiekader doet soms wonderlijk aan, maar er zitten voldoende eyeopeners in zijn tekst die het boek behoed voor de prullenbak. Lezen in de zon op het balkon is wel lekker na zo’n kil voorjaar met glimlachvreemde mensen op straat. Ghana Waves Radio speelt op Winamp. De mens is een associatief wezen.